Zoete streekgerechten

Zeeland staat op culinair gebied vooral bekend om zilte smaken. Maar voor de zoetekauwen is er ook een grote uitzoek aan heerlijke streekgerechten. Soms hebben de Zeeuwen die grotendeels zelf bedacht, maar vaak genoeg zijn er gerechten uit de internationale keuken ‘verZeeuwst’. Waarschuwing: als je eenmaal kennis hebt gemaakt met de zoete kant van Zeeland, dan blijf je ervan proeven!

Bolus

De bolus is de bekendste Zeeuwse zoete lekkernij. Zoals veel andere gerechten is de bolus niet puur uit de Zeeuwse keuken afkomstig. We hebben hem te danken aan het internationale karakter van de provincie. Joden ontvluchtten eind zestiende eeuw Spanje en Portugal. Zij namen hun eigen recepten en tradities mee en introduceerden de bolus in Zeeland. De naam is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van het Jiddische woord ‘bole’ dat op zijn beurt weer is afgeleid van het Spaans-Portugese bollo (fijn broodje). Bolussen worden gemaakt van luxe brooddeeg dat door een mengsel van bruine basterdsuiker, kristalsuiker en kaneel gerold wordt. Vervolgens wordt het in een spiraal opgerold. Bij elke Zeeuwse bakker kun je bolussen kopen. De Zeeuwse bakkers nemen de bolus trouwens behoorlijk serieus. Elk jaar is er een verkiezing van de beste bolusbakker. Bakkerij Van Meijel uit Clinge heeft die al heel vaak gewonnen. Een klein aantal Zeeuwse bakkers geeft ook workshops bolussen bakken.

Zeeuwse bolus met boter (foto Takeaway, Wikimedia Commons).

Zeeuwse bolus met boter (foto Takeaway, Wikimedia Commons).

Paptaart

Ook de paptaart is door vluchtelingen naar Zeeland gebracht. Het gebak is waarschijnlijk ofwel met hugenoten ofwel met Lutherse migranten naar Zeeuws-Vlaanderen gekomen. Het is een rond gebak met een opstaande rand en een vulling van gele room. In Duinkerken en Rijsel vind je een vergelijkbaar gebak – vandaar dat er vaak wordt gedacht dat de hugenoten het hier hebben geïntroduceerd. Vroeger werden de paptaartjes vooral in de omgeving van Groede gegeten na het betalen van de pachten van de landbouwgrond op 1 oktober. Nu kun je ze het hele jaar door kopen. In het historische Slijkstraatje in Groede vind je een bakkerij die ze verkoopt, maar er zijn meer bakkers in Zeeuws-Vlaanderen die ze maken.

Groese paptaart (Foto Henk Kosters, cc-by-nc-sa 2.0).

Groese paptaart (Foto Henk Kosters, cc-by-nc-sa 2.0).

Boterbabbelaars

Bezoek je gedurende het toeristenseizoen een braderie, historische markt of seizoensmarkt, dan zie je ook bijna altijd wel in streekdracht uitgedoste vrijwilligers boterbabbelaars maken. In de negentiende eeuw werd het snoepje in winkels verkocht, maar ook vaak nog door huisvrouwen zelf gemaakt. Het recept is dan ook heel simpel. Boter, suiker, water en azijn; meer heb je niet nodig. Babbelaars waren populair. Ze waren er in alle soorten en maten. Dat nou juist de Zeeuwse boterbabbelaar is uitgegroeid tot een van de bekendste Zeeuwse streekproducten is mede te danken aan de grootschaligere productie voor de markt door de Middelburgse suikerbakker Johannes Bernardus Diesch. Hij bracht de babbelaars in blauwe blikjes met afbeeldingen van Zeeuwen in klederdracht op de markt. Veel toeristen kochten ze als souvenir. De firma JB Diesch bestaat trouwens nog steeds en verkoopt naast boterbabbelaars ook andere Zeeuwse streekproducten aan winkels en via hun webshop ook direct aan particulieren.

Bestellenpap en kraamgerechten

Al sinds de zeventiende eeuw was het gebruikelijk om anijszaad te verwerken in gerechten speciaal voor de kraamtijd. Anijszaadjes zouden de moedermelk opwekken. Daarom kreeg een pas bevallen vrouw vaak geplette anijszaadjes te eten. Later kreeg de kraamvisite ook anijs: bijvoorbeeld in de vorm van anijslikeur. Bestellen (grote, meestal met anijs gekruide beschuiten) werden in heel Zeeland gegeten. Ook werd er pap van gemaakt door er gekookte melk over te gieten. Bestellen en bestellenpap werden vroeger onder meer als eerste maaltijd aan kraamvrouwen gegeven. Anijszaad werd waarschijnlijk in de achttiende eeuw voor het eerst versuikerd om ‘muisjes’ te maken. De variant met witte en gekleurde muisjes stamt uit de twintigste eeuw en doorgaans is dat nu wat je in Zeeland bij een kraambezoek te eten krijgt (al wordt er natuurlijk heus ook wel eens een borrel geschonken).

Foodcurators ontwikkelde op basis van het Zeeuwse gerecht 'eiers en beiers' een nieuw zoet streekgerecht: nougat van de overkant (foto Viorella Luciana).

Foodcurators ontwikkelde op basis van het Zeeuwse gerecht ‘eiers en beiers’ een nieuw zoet streekgerecht: nougat van de overkant (foto Viorella Luciana).

Feestbroden en -koeken

Bij het Sinterklaasfeest hoort lekkers. Nu zijn dat de chocoladeletters en banketstaven, maar vroeger waren dat in Zeeland vooral Sinterklaaspoppen van wittebrooddeeg. De ogen van de pop en de knopen van de jas van de pop waren krenten en soms hield het figuurtje in de handen twee kaarsen omhoog. Ze werden deegvint of deegvinter (deegvent) genoemd en ze werden vooral gegeten met goede boter en bruine suiker. Met Pasen worden in Zeeland net als in de rest van Nederland eieren gegeten, maar er komen ook luxebroden op tafel. Typisch Zeeuws is het gebruik om krentenbrood met krukels (alikruiken) te eten met Pasen. Op Tholen, Sint-Philipsland, Schouwen-Duiveland en in Yerseke is deze traditie nog springlevend. Daarnaast zijn wentelteefjes een geliefd feestgerecht. Het is natuurlijk ook buiten Zeeland bekend, maar wat het hier zo bijzonder maakt, zijn de vele Zeeuwse benamingen: gewend beschuit, verwend brood, gewend brood, klakkers, bakkersverdriet, boerenwafels, broodsoppen en gebakken brood.