Veren en haventjes

Tegenwoordig zijn dorpen, steden en eilanden in Zeeland met elkaar verbonden via goed begaanbare wegen. Maar in deze door zeearmen en geulen doorsneden provincie waren schepen jarenlang de belangrijkste vervoersmiddelen. Grote kans dat je de veerboot pakte als je op reis moest, en de opbrengst van je land verscheepte je via een plaatselijk handig toegankelijk haventje. Nu vervoer over land in veel gevallen een handigere optie is, is er nog maar een beperkt aantal havens in bedrijf, maar je vindt nog door de hele provincie (overblijfselen van) oude havens – soms zelfs diep in het binnenland. Veerponten zijn er ook nog. Het gros daarvan is alleen in het seizoen in bedrijf om recreanten te vervoeren.

De getijdenhaven van Strijenham

De haven van Strijenham is een van de weinige overgebleven getijdenhaventjes aan de Oosterschelde. De haven was eeuwenlang – op z’n minst sinds de zestiende eeuw – in gebruik bij beurtschippers die er hun lading laadden en losten. Tot na de Tweede Wereldoorlog werd het vooral gebruikt als landbouwhaven. Hooi, stro, uien, aardappelen en suikerbieten werden vanuit deze haven vervoerd. Toen het vervoer van landbouwproducten meer en meer over de weg plaatsvond, verloor de haven uiteindelijk haar functie. Nu is de haven in gebruik bij de plaatselijke watersportvereniging.

Bietenhaven van Geersdijk

In de hoogtijdagen van de bietenhaven van Geersdijk was het in het najaar een drukte van belang. Dat was de tijd van de bietencampagne op Noord-Beveland en wagens vol suikerbieten stonden aan de kade opgesteld om hun lading te lossen in de aangemeerde schepen. Noord-Beveland was vroeger al een hotspot als het ging om de suikerbietenteelt. Het eiland had geen vaste verbinding met de rest van Zeeland en suikerbieten konden dus alleen via het water vervoerd worden. Daarom had bijna elk dorp een eigen haventje. Zo ook Geersdijk. Toen Noord-Beveland een verbinding kreeg met het vasteland, was het gedaan met de landbouwhaventjes. De haven van Geersdijk wordt tegenwoordig vooral voor de watersport gebruikt. Er zijn buitenom deze haven nog meer (restanten van) oude landbouwhavens te zien langs de kust van Noord-Beveland. Je kunt grote delen van de kust van het eiland per fiets verkennen over buitendijkse fietspaden. Je komt de haventjes dan vanzelf tegen.

Het haventje van Geersdijk in 2012 (beeldbank.zeeland.nl, foto Danker van der Maas).

Het haventje van Geersdijk in 2012 (beeldbank.zeeland.nl, foto Danker van der Maas).

Veerdienst Kamperland-Veere

Een veerverbinding tussen Kamperland en Veere was er al in de middeleeuwen. Begin twintigste eeuw werd de L-vormige veerdam iets buiten Kamperland inclusief basaltglooiing aangelegd. Hier staat nu nog de aanlegsteiger op en zowel de dam als de steiger zijn inmiddels tot rijksmonument verklaard. Vanaf 1930 werd de Zuidvliet ingezet als veerboot op deze route. Ze is inmiddels alweer jaren met pensioen, maar je kunt haar wel bewonderen in de Museumhaven in Zierikzee. Na de aanleg van de Veerse Gatdam die Walcheren en Noord-Beveland verbond, werd de veerdienst opgeheven, maar in het toeristenseizoen vaart er inmiddels wel weer een fiets-voetveer.

Veerdam en steiger in Kamperland (ZB, Beeldbank Zeeland, foto W. Helm, 1998).

Veerdam en steiger in Kamperland (ZB, Beeldbank Zeeland, foto W. Helm, 1998).

Veer Anna Jacobapolder-Zijpe

De oversteek van Sint-Philipsland naar Schouwen-Duiveland is kort, maar voldeed wel aan een vraag. In de 88 jaar dat de veerdienst Anna Jacobapolder-Zijpe bestond, zijn er heel wat mensen vervoerd. In topjaar 1963 werden er bijna 950.000 mensen overgezet. Door een grote toestroom van toeristen was het op piekmomenten gigantisch druk. Er waren soms wachttijden van vier tot zes uur lang en de schipper voer in het seizoen tot diep in de nacht door om iedereen naar de overkant te krijgen. Door de komst van de Philipsdam werd het veer overbodig en dus in 1988 uit de vaart genomen. Toch is er in het toeristenseizoen tegenwoordig weer een fiets-voetveer. In Bruinisse kun je nog een restant zien van de laatste veerboot die hier volgens een reguliere dienstregeling voer. De kajuit is als uitbouw tegen café-restaurant Storm geplaatst.

Overzetveer bij Nieuwe Abeele

Toen het Kanaal door Walcheren eind negentiende eeuw gegraven werd, kreeg Zeeland er zomaar twee nieuwe overkanten bij en werd van het buurtschap Groot-Abeele abrupt een deel afgesneden: Nieuwe Abeele. Er kwam snel een overzetveer om de verbinding te herstellen. Zeventig jaar lang zette het voetgangers, paarden, vee en klein materieel over. Vooral op zon- en feestdagen had de veerman het druk. Dan trok de speel- en theetuin van café Bellevue in Groot-Abeele veel bezoekers. Er zijn weinig sporen meer te zien van het veer, maar de veerstoep (die er een beetje uitziet als een boothelling) is bewaard gebleven. Er staat een bankje bij en bij goed weer zitten hier bijna altijd wel fietsers of wandelaars en soms wordt er gepicknickt. Het is dan ook een mooie plek met goed uitzicht over het kanaal.

Veer Vlissingen

De enige veerdienst die nog dagelijks in gebruik is, is die van Vlissingen-Breskens. Na de aanleg van de Westerscheldetunnel zet deze Westerschelde Ferry alleen nog fietsers en voetgangers over. Het is de perfecte manier om een dagje aan de overkant te gaan fietsen. De veerdienst is waarschijnlijk ongeveer net zo oud als de stad Vlissingen zelf. Eeuwenlang werd er gevaren met roeiboten en zeilboten. Vanaf de vroege negentiende eeuw werden stoomschepen ingezet. Het voordeel van die schepen was dat ze bij bijna alle weersomstandigheden konden varen. Vanaf de twintigste eeuw werd er met gemotoriseerde schepen gevaren. De boot was voor velen een manier om onderwijs te kunnen volgen of hun werkgever te bereiken aan de overkant. Voor recreatieve passagiers was de overtocht meer een belevenis en zij genoten er ook van een kop erwtensoep en een broodje kroket.