Meestoof De Nijverheid

De hoogtijdagen van de meekrapnijverheid waren eigenlijk al ten einde toen in 1871 in Kapelle meestoof De Nijverheid werd gebouwd. Het gebouw was daarom maar kort in gebruik voor het verwerken van meekrapwortels en had daarna andere functies. Het bijzondere metselwerk aan de voorgevel karakteriseert het gebouw. Het werd in 1966 een rijksmonument en recent volledig gerestaureerd en verbouwd. Nu dient het als woonhuis en kantoor.

Achterzijde van de meestoof in Kapelle tijdens de laatste restauratie en verbouwing. (Foto www.meestoof.com)Achterzijde van de meestoof in Kapelle tijdens de laatste restauratie en verbouwing. (Foto www.meestoof.com)

Koude en warme stoof

Adriaan Nijssen Azn., overgrootvader van de huidige bewoner, liet de meestoof in 1871 bouwen. Mogelijk was hij op het idee gekomen vanwege de oogst in 1868, die goede prijzen had opgeleverd en vooral op Zuid-Beveland had geleid tot een uitbreiding van de meekrapteelt. Uit de meekrapwortels werd een rode kleurstof gewonnen, die werd gebruikt voor het verven van textiel.Meestoven bestonden uit drie delen: een koude stoof, waar de eerste droging van de wortels plaatsvond, een warme stoof, waar het verdere droogproces plaatsvond, en een stamphuis, waar de gedroogde wortels tot poeder werden verpulverd. De warme stoof bestond uit een droogtoren waarin met latten vier of vijf verdiepingen waren gemaakt voor het drogen van de wortels. Een stookoven zorgde voor de warmte. In De Nijverheid in Kapelle ontbrak een stampvloer. De gedroogde wortels werden hoogstwaarschijnlijk elders verwerkt, mogelijk in Goes. De koude stoof van De Nijverheid is met 10 droogvakken relatief klein.

Voorzijde van de oude meestoof met droogtoren. Foto uit 1981. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto Gerard Dukker)Voorzijde van de oude meestoof met droogtoren. Foto uit 1981. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto Gerard Dukker)

Woonhuis

Het gebouw diende in de begintijd tevens als woonhuis. Meteen in 1871 kwam in de meestoof het gezin van stoker Jan Pieter Slager en Willemina Lindhout wonen. Zij waren afkomstig uit Sint-Maartensdijk op het eiland Tholen. De arbeiders op dit eiland stonden bekend om hun vakmanschap in de meekrapbereiding. Slager en zijn vrouw hadden bij aankomst in Kapelle vijf kinderen. In de vier jaar dat ze hier woonden, werden nog twee kinderen geboren.

Meekrapcultuur in Zeeland

In Zeeland waren met name Schouwen-Duiveland en Tholen uitgesproken meekrapgebieden. Maar ook Zuid-Beveland telde mee. Omstreeks 1860, dus nog voordat De Nijverheid in Kapelle werd gebouwd, stonden er op Zuid-Beveland meestoven in Goes (2), ’s-Heer Arendskerke (2), Kattendijke (2), Ellewoutsdijk, Kloetinge, Krabbendijke, Kruiningen, Nisse en Yerseke.Het gebouw aan de Ooststraat in Kapelle is nog geen tien jaar in gebruik geweest als meestoof. In die tijd werd er overigens ook vlas verwerkt, vermoedelijk om de investering rendabel te maken. Na 1870 trad een neergang in van de meekrapnijverheid. In 1868 wist men een synthetische kleurstof te bereiden en toen deze op de markt kwam, was het snel gedaan met de bewerkelijke teelt en vervaardiging van meekrap. Naar verluid werd er in Kapelle in 1875 voor het laatst meekrap bereid. Het laatste vlas werd er twee jaar later gezwingeld.

Achterzijde van de oude meestoof in 1987. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto Gerard Dukker)Achterzijde van de oude meestoof in 1987. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto Gerard Dukker)

Nieuwe functies van een rijksmonument

De meestoof in Kapelle had daarna verschillende functies, onder meer voor de opslag van steenkool en de bewerking van twijgen voor de mandenmakerij. In de loop van de 20ste eeuw werd de oude meestoof gebruikt voor opslag en sorteren van fruit en andere landbouwproducten. In 1964 werd er een koelcel voor fruit, hoofdzakelijk appels, in de oude droogtoren gebouwd. De oven en lattenverdiepingen werden daartoe uit de toren verwijderd. De koelcel bleef in gebruik tot ongeveer 1998. Daarna stonden er in het gebouw hoofdzakelijk machines en oude werktuigen opgeslagen.Het sobere, functionele gebouw heeft een karakteristieke uitstraling vanwege de bijzondere baksteenarchitectuur van de voorgevel. De brede lisenen (verticale stroken die iets uit de muur springen) en rondboogfriezen dienen ter decoratie en waren reden om het gebouw in 1966 aan te merken als rijksmonument.

Neorondboogfries in de gevel. (Foto www.meestoof.com)Neorondboogfries in de gevel. (Foto www.meestoof.com)

Tussen 2012 en 2014 werd de oude meestoof gerestaureerd en verbouwd tot woon- en werkruimte. Met extra aanpassingen kon een energiezuinig gebouw tot stand worden gebracht, waarvoor het certificaat Passiefbouwen werd aangevraagd.

Literatuur
M.J. Boerendonk, Historische studie over den Zeeuwschen landbouw, ’s-Gravenhage 1935.
Michel van Dam, Meestoof De Nijverheid, Kapelle, op website BAAC.
Th.M. de Graaf, Meestoven in het algemeen en “De Nijverheid” te Kapelle in het bijzonder, in: Industriële archeologie 1984, nr. 4.
P. Priester, Geschiedenis van de Zeeuwse landbouw circa 1600-1910, ’t Goy-Houten 1998.

J.W. Schot, Het meekrapbedrijf in Nederland in de negentiende eeuw nader bezien in het licht van het industrialisatiedebat, in: Economisch- en Sociaal-Historisch Jaarboek 50 (1987), 77-110.

Meer informatie over het huidige gebouw: www.meestoof.com.