Jeugdschrijver Pieter Louwerse

door Jan Kuipers

De band tussen Zeeland en Pieter Louwerse was minder te traceren in het werk van deze productieve jeugdschrijver, dan in zijn onvermoeid herhaalde loftuitingen aan het adres van zijn Zeeuwse geboorteland. Louwerse bleef zich Zeeuw voelen, ook al woonde hij in Den Haag. De postume onthulling van het monument voor deze auteur in 1912, aan het Oranjeplein in zijn geboorteplaats Oost-Souburg, zou hem met grote voldoening hebben vervuld.

De onthulling van de desbetreffende buste vond plaats op 23 januari 1912, met grote publieke aanwezigheid. Een ‘staatsiefoto’ toont de zoon van de schrijver J. Louwerse, in dracht gestoken zusters van de auteur en de met ambtsketen getooide P.S. Buteux, burgemeester van Souburg. Het beeld was gemaakt door Louwerse’s neef, beeldhouwer Pieter Puijpe. De gedecoreerde opschriften van de sokkel luiden: ‘P. Louwerse | onthuld | 23 januari 1912 | zijne vereerders’. Het monument is in latere tijd een stukje verplaatst.

Wees werd schoolhoofd

Pieter Louwerse, geboren in 1840, was inmiddels al vier jaar overleden. Deze geboren pedagoog en verteller, die als jongetje in de Souburgse dorpssmidse en elders aan iedereen die het maar horen wilde grote en kleurige verhalen ophing, moest uiteraard onderwijsman en schrijver worden. Al vroeg werd hij wees, een gebeuren dat grote indruk maakte en talrijke sporen naliet in zijn latere werk. Na diverse omzwervingen als onderwijzer vestigde Louwerse zich in 1872 in ‘s-Gravenhage, waar hij als schoolhoofd in de wijk Kortenbosch ging werken.

Louwerse was modern. Hij hechtte aan goede leermethoden, aanschouwelijk onderwijs, een hechte band tussen leerkracht en leerling. In ‘s-Gravenhage stond de mentaliteit van een deel der door armoede geteisterde stadsjeugd hem intussen behoorlijk tegen. Men loog maar alsof het gedrukt stond, en als enig bezwaar daartegen gold de mogelijkheid van straf. Oorzaak hiervan was volgens de bij ouders én leerlingen populaire Louwerse vooral het bezoeken van de ene school na de andere, met als gevolg dat in veel gevallen de opleiding helemaal niet werd afgemaakt.

Uitsluitend schrijver

Tot zijn grote verdriet moest Louwerse al in 1888 wegens toenemende doofheid afscheid nemen van het onderwijs. Voorheen al een productief auteur, wierp hij zich nu geheel en al op het schrijven. Hoewel Pieter Louwerse vooral is te typeren als een verteller van historische verhalen voor de jeugd – vooral voor jongens -, schreef hij ook werk voor volwassenen en kleuters. Ook was hij zeer actief als redacteur en produceerde hij monografieën over onder andere de zeventiende-eeuwse componist Jan Pietersz. Sweelinck en een beknopte geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau, zeemans- en wild-westverhalen, rijmen en liedjes als ‘Op de grote stille heide’ en ‘Waar de blanke top der duinen’. Meer dan honderd boeken en werkjes verschenen van hem, waarvan de meeste werden herdrukt, vaak meerdere malen en al of niet grondig herzien door de onvermoeibare auteur.

Zeeuwse onderwerpen

Een beperkt deel van zijn oeuvre behandelde Zeeuwse onderwerpen, zoals Onder twee Napoleons, Vlissingen in 1572, Een weekje op Walcheren en Vlissinger Michiel. Louwerse, bewonderaar van Sir Walter Scott, Victor Hugo, Alexander Dumas en natuurlijk Hendrik Conscience, was toch meer fabulant dan hij wellicht zelf wilde toegeven; vaak won de verteller het van de onderwijzer, en bogen de historische feiten wat door onder het gewicht van het pure verhaal. Een belangrijke reden voor ‘s schrijvers populariteit! Corn. Veth noteerde: ‘In mijn tijd hadden we voor oorspronkelijk Hollandsche boeken de historische verhalen van Louwerse en Andriessen. De eersten waren het best, er zat geest en leven in, ook werden wij niet zoo voortdurend toegesproken als “lieve lezer”.’

Onthulling van het gedenkteken voor P. Louwerse, 1912.

‘Oppervlakkige veelschrijver’?

De afmattende stokpaardjes van Pieter Louwerse, staatkundige en oorlogsgeschiedenis en zijn aan fanatisme grenzende Oranjeliefde, leidden ook tot minder vleiende aantekeningen, zoals die van J.W. Gerhard: ‘Voor Louwerse bestaat de geschiedenis slechts uit een verheerlijking van ‘t Oranjehuis, en wat daarmee samenhangt: veldslagen, zeeslagen, generaals en admiraals. Hij is de oppervlakkigste veelschrijver die we hebben.’

Kinnesinne, weloverwogen oordeel of loze schimp? Louwerse was uiteraard een haastig educator en een populist, geen letterkundig fijnschilder of zelfs maar imponerend stilist. Maar een bekwaam, ontwikkeld, gedreven en liefde voor geschiedenis aanwakkerend verteller was hij wél. Als zijn belangrijkste werk beschouwde hij zelf de Geïllustreerde vaderlandsche geschiedenis voor jong en oud Nederland, gericht op de jeugd en de volwassen ‘eenvoudigen in den lande, die hetgeen zij in hunne jeugd van de Vaderlandsche Geschiedenis geleerd hebben, zoo goed, als vergeten zijn’.  Het verscheen in twee delen in 1886 en 1888, en beleefde vier herdrukken in vijf jaar. Johan Braakensiek leverde 135 afbeeldingen voor dit werk in de beste traditie van de historische illustratie.

Vreugde

Meer nog dan het borstbeeld aan het Souburgse Oranjeplein, was een monument voor Pieter Louwerse toch de genegenheid die zijn lezers hem decennia na zijn verscheiden nog toedroegen. Veertig jaar na Louwerse’s dood schreef de literauurhistoricus D.L. Daalder over het blad Voor ‘t jonge volkje, het lijfblad van ‘de oude schoolmeester’: ‘Ik herinner mij geen enkele gebeurtenis uit mijn kinderjaren, die een zo regelmatig weerkerende vreugde veroorzaakte als de ontvangst van dit maandblad.’

Het monument

Na Louwerse’s overlijden werd er in Den Haag al snel gepleit voor een monument, ‘dat aan de na ons komende geslachten zal doen zien hoe ook het tegenwoordige geslacht zijn grote tijdsgenoten weet te eren’. Toen het in Den Haag zetelende comité de geboorteplaats van Louwerse het meest geschikt vond voor de plaatsing, kwam ook in Oost-Souburg een comité onder erevoorzitterschap van burgemeester Buteux en voorzitterschap van C. van Weele.

Literatuur

C.J. Kuik, Helden op sokkels. Literaire standbeelden in Nederland (Baarn 1980).
Jan J.B. Kuipers, Zeeland 1900-2000 (Middelburg/Vlissingen 1999), 30-31: ‘1912, Oost-Souburg eert P. Louwerse’.