Industrie in de Kanaalzone

De Kanaalzone tussen Terneuzen en Sas van Gent is sinds jaar een dag een regio vol bedrijvigheid, industrie en innovatie. De locatie heeft iets opportuuns (in de positieve zin van het woord). Ze weten er altijd in te spelen op de vraag van dat moment. Een deel van de fabrieken is inmiddels verdwenen, maar er wordt niet stilgezeten. Innovatie en productie op niveau vind je hier nog steeds.

Dat heeft Sas van Gent gehad vanaf het moment dat de plaats ontstond. Op een locatie waar het handig was om goederen onderweg naar Gent over te slaan, ontstond een plek vol aanpakkers en bedrijvigheid en dat werd Sas van Gent. Toen begin negentiende eeuw het Kanaal van Gent naar Terneuzen werd aangelegd, zorgde dat ervoor dat de Kanaalzone hier een ideaal vestigingsgebied werd voor Franse en Belgische fabrieken. Er waren verbindingen en relatief goedkope Belgische arbeidskrachten woonden ook in de buurt. De regio kwam tot leven. In eerste instantie ging het daarbij vooral om de voedingsindustrie, maar de zware industrie volgde al snel.

Meelfabriek Walzenmolen

Meelfabriek Walzenmolen was een van de eerste grote industriële ondernemingen in Sas van Gent. Vroeg in de negentiende eeuw bouwde de uit België afkomstige Dominicus Verschaffel een stenen molen op de wallen van het stadje. Al vrij snel kreeg hij toestemming om een stoommachine te plaatsen waarmee hij de molenstenen kon aandrijven. Het duurde niet lang voor hij meer van die machines plaatste. Zoon Johannes liet een compleet nieuwe meelfabriek bouwen aan de Oude Vesting(gracht). Het was de eerste grote fabriek in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone. Eind negentiende eeuw werd overgestapt naar een nieuw systeem met stalen walsen. Daar was een nieuw gebouw voor nodig. De nieuwe meelfabriek aan de Wilhelminalaan werd Walzenmolen genoemd. Al begin twintigste eeuw werd hier gewerkt in ploegendiensten en draaide de fabriek volcontinu (behalve op zondag). Decennialang draaide de fabriek goed, maar eind twintigste eeuw ging de fabriek ten onder en werd uiteindelijk zelfs gesloopt. Alleen de romp van de korenmolen op het Bolwerk (die wél bewaard is gebleven) herinnert nu nog zichtbaar aan de meelproductie.

Overgebleven romp van de molen van Verschaffel op het bolwerk in Sas van Gent (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto K.G. Rouwenhorst).

Overgebleven romp van de molen van Verschaffel op het bolwerk in Sas van Gent (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto K.G. Rouwenhorst).

Glasfabriek

Een van de meest succesvolle en beeldbepalende bedrijven voor de Kanaalzone was de glasfabriek in Sas van Gent. De fabriek ging in 1900 van start met voornamelijk Belgisch kapitaal. De ondernemers kozen voor Sas van Gent vanwege de ligging aan het kanaal en het spoor. Daar werd actief gebruik van gemaakt. Het glas werd op de eerste verdieping vervaardigd, zodat de spoorwegwagons gemakkelijk geladen en gelost konden worden. Ook belangrijk was de beschikbaarheid van goedkope arbeidskrachten – voornamelijk uit België. De glasfabriek was innovatief (het was de eerste spiegelglasfabriek van Nederland). Later specialiseerde het bedrijf zich in de productie van veiligheidsglas en glas voor gevels. In de topjaren werkten er honderden mensen. Prestigieuze en opvallende gebouwen in binnen- en buitenland werden met het glas uit Sas van Gent uitgerust.

Het inbedden van glasplaten bij Sas Glas in 1929 (Zeeuws Archief, archief Glasfabriek Sas van Gent).

Het inbedden van glasplaten bij Sas Glas in 1929 (Zeeuws Archief, archief Glasfabriek Sas van Gent).

Vroeg in de twintigste eeuw werden de bedrijfsactiviteiten uitgebreid met een fosfaatfabriek. Die bestaat nog steeds (onder de naam Rosier). Er wordt jaarlijks zo’n 500.000 ton kunstmeststoffen geproduceerd op een locatie direct naast de voormalige glasfabriek.

De Stijfsel- en Glucosefabriek ‘Sas van Gent’

Begin twintigste eeuw werd er een fabriek opgericht die landbouwproducten verwerkte. Dit zou uitgroeien tot de NV Stijfsel- en Glucosefabriek ‘Sas van Gent’. Ook hier zat weer Belgisch kapitaal achter de opstart. In de fabriek werden vanaf het begin uit maïs stijfsel, veevoer en olie gemaakt. Een paar jaar later werd er ook glucose geproduceerd. Het Kanaal van Gent naar Terneuzen bleef belangrijk. Toen het verbreed werd, betekende dat dat mais veel eenvoudiger naar Sas van Gent kon worden vervoerd. Dat is ongetwijfeld een van de redenen dat de fabriek er nog steeds staat. Tegenwoordig is de fabriek, samen met een vestiging in Bergen op Zoom onderdeel van het Amerikaanse Cargill en er worden onder andere glucose, maiszetmeel, alcohol en vezels gemaakt.

Suikerfabrieken

De enige twee Zeeuwse suikerfabrieken stonden in Sas van Gent. Dat kwam doordat het water op veel andere plekken in Zeeland te veel zout bevatte voor suikerproductie. De eerste fabriek (die uiteindelijk NV Beetwortelsuikerfabriek Sas van Gent ging heten) kwam er eind negentiende eeuw. Het was een particulier initiatief van Belgische en Zeeuws-Vlaamse investeerders. De verhouding met de boeren die de suikerbieten aan de fabriek leverden, was vanaf het begin stroef. Zij richtten een coöperatieve fabriek op: de Eerste Nederlandsche Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek (ENCB). Concurrentie (ook internationaal) maakte schaalvergroting noodzakelijk. Dat had in de Nederlandse suikerindustrie fusies en overnames tot gevolg. De kleine fabrieken legden daarbij het loodje. Zij konden niet langer rendabel produceren. Dit betekende eind twintigste eeuw het einde voor beide fabrieken. Er resten nu alleen nog een aantal suikerloodsen. De oudste daarvan stamt uit 1921 en hier vind je tegenwoordig het Industrieel Museum Zeeland. Daar kom je alles te weten over het industrieel erfgoed van Zeeland.

Aanvoer van bieten bij de coöperatieve suikerfabriek in 1965 (ZB, Beeldbank Zeeland).

Aanvoer van bieten bij de coöperatieve suikerfabriek in 1965 (ZB, Beeldbank Zeeland).

Cokesfabriek

Ver vóór IJmuiden de Hoogovens had, had Sluiskil al zijn cokesfabriek. De fabriek was gestart door een Belgisch-Frans consortium. De cokesfabriek zorgde ervoor dat er ook een kunstmestfabriek naar de regio kwam. Het gas dat bij de productie van cokes vrijkwam, kon daar namelijk perfect worden gebruikt. Het werk in de cokesfabriek was loodzwaar. De hitte was enorm en alles in de fabriek was stoffig en zwart. Als de wind verkeerd stond, zag de schone was die in Sluiskil aan de lijn hing trouwens net zo zwart. Cokes werd als brandstof gebruikt in de staalindustrie. Toen het daar minder mee ging, moest de fabriek eind twintigste eeuw sluiten.

Hoewel de schoorstenen van de fabriek zijn neergehaald, staat het complex er nog. Recyclingbedrijf Heros is er nu gevestigd en zij konden de silo’s en kranen aan de kade goed gebruiken. Ook is er een authentieke stoomgenerator bewaard gebleven. De opvallend luxe installatie (met Jugendstilelementen en een marmeren bedieningspaneel) is het topstuk van het Industrieel Museum Zeeland.

De stoomgenerator van de cokesfabriek met bedieningspaneel in het Industrieel Museum Zeeland in Sas van Gent (Erfgoed Zeeland).

De stoomgenerator van de cokesfabriek met bedieningspaneel in het Industrieel Museum Zeeland in Sas van Gent (Erfgoed Zeeland).

Industrie en innovatie in de Kanaalzone van nu

Er wordt nog steeds volop geïnnoveerd en geproduceerd. In de Kanaalzone vind je een grote verzameling productiebedrijven. Wil je iets meekrijgen van het industriële erfgoed van de regio dan kun je het Industrieel Museum Zeeland bezoeken. Ook kun je neerstrijken op een klapbank vol verhalen bij de Ankerplaats in Sas van Gent. Wil je het iets actiever aanpakken, dan is er een fietstocht langs industrieel erfgoed.