Terneuzen

Kanaal en sluizen

Het is altijd weer een boeiend schouwspel: zo’n groot zeeschip dat nét door de sluizen bij Terneuzen kan. Het lijkt wel of er aan beide zijden maar een paar centimeters overblijven. Er staan dan ook bijna altijd mensen te kijken als een schip daar zijn ‘binnenlandse’ reis door het kanaal richting Gent aanvaardt.

Sluizencomplex bij Terneuzen omstreeks 1995. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto A.F. Dingemanse)

Oost, west en midden

Het sluizencomplex bestaat in zijn huidige vorm uit drie sluizen: de Oostsluis, de Westsluis en de Middensluis. De laatste is de oudste van de drie en dateert in oorsprong uit 1910. In 1986 is deze nog gerenoveerd. De Oostsluis, die ook wel Binnenvaartsluis wordt genoemd, stamt uit 1968 en is met name bestemd voor binnenvaartschepen en plezierjachten. In hetzelfde jaar 1968 werd ook de Westsluis in gebruik genomen.

Groei

De zeesluis van Terneuzen is een van de drukst bevaren sluizen van heel Noordwest-Europa. De groei van schepen, zowel in aantal als in tonnage blijft gestaag doorgaan: van een maximaal toelaatbare scheepsgrootte van circa 10.000 ton in 1910 tot 80.000 tegenwoordig. De groei van de scheepsafmetingen van de wereldvloot is daar inmiddels al weer ver bovenuit gestegen. Zo zijn er al bulkschepen van meer dan 200.000 ton. En het einde van die ontwikkeling is nog niet in zicht.

Voorstel

Vanwege die toename zou er een nieuwe sluis pal naast de huidige ruim 40 jaar oude sluis moeten komen. Een die zelfs twee keer zo lang en zo breed zou moeten worden. Een Vlaams-Nederlandse stuurgroep heeft een voorstel gedaan voor een sluis van zo’n 500 tot 550 meter lengte bij 62 tot 68 meter breedte. De huidige Westsluis uit 1968 heeft een lengte tussen de binnendeuren van 290 meter en een breedte tussen de muren van 40 meter.

Gentse Vaart

Terneuzen ontleent haar naam aan de geografische ligging. De naam ‘ter Nose’ kwam voor het eerst in 1325 voor en verwijst naar een neus, een landtong. Later liep vanaf Terneuzen de Gentse Vaart richting de grote handelsmetropool Gent. Deze stad had, net als Brugge, problemen met de bereikbaarheid over water. In het haventje van Terneuzen, dat al in 1460 werd vermeld, werden de goederen uit zeeschepen overgeslagen op kleinere (trek)schuiten. Aldus werden deze verder naar Gent vervoerd. De Gentse Vaart bleef in gebruik tot 1583. Een jaar later ontving Terneuzen stadsrechten van Willem van Oranje.

De Westkolk op een prentbriefkaart van omstreeks 1910. Koning Willem I besloot in 1823 dat de Sasse Vaart verlengd diende te worden naar Terneuzen. Daar werden twee sluizen gebouwd. Een van 8 meter en een van 12 meter breed.

Kanalenkoning

Gent bleef intussen een moeizame verbinding met open water onderhouden. Tot november 1827, toen het Kanaal van Gent naar Terneuzen, aangelegd tussen 1825 en 1827, in gebruik kon worden genomen. In de Gentse geschiedenis is 1827 als een bijzonder belangrijk jaar geboekstaafd. Het kanaal kwam tot stand tijdens de regeringsperiode van koning Willem I (1815-1839). Deze had als bijnaam ‘de kanalenkoning’, omdat er tijdens zijn bewind veel kanalen in Nederland werden aangelegd.

Afhankelijk

Voortdurend waren veranderingen en verbeteringen aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen noodzakelijk. Voortdurend ook werden daarvoor internationale commissies benoemd. Het kanaal had de aanleg van meerdere havens in Terneuzen tot gevolg. De havens van Gent en Terneuzen zijn voor wat betreft de zeehavenactiviteiten volledig afhankelijk van het Kanaal Gent-Terneuzen. Met name de Westsluis te Terneuzen is heel belangrijk. Als die sluis gestremd is zijn de havens volledig onbereikbaar voor de grotere scheepvaart.

Verbeteringen aan het kanaal vonden bijvoorbeeld plaats tussen 1901 en 1908. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata).

Vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw ontwikkelde Terneuzen zich tot een echt industriecentrum. Dit gebeurde mede dankzij de vestiging van Dow Chemical, een Amerikaans concern dat basisproducten voor de chemische industrie produceert.

Literatuur
Paul Brusse en Willem van den Broeke, Provincie in de periferie; de economische geschiedenis van Zeeland 1800-2000, Utrecht 2005.