Het leven van Peter de Jonge tijdens en na de Tour

verhaal Arnold Parre

“Of ik foto’s van mezelf heb van de periode dat ik de Tour de France beroepshalve volgde? In die zeven jaar kan ik me één foto herinneren. Ergens in een perszaal in Frankrijk. Meer niet, ik zat er niet voor mezelf maar voor mijn lezers. Zo lag dat.”

Aan het woord is Peter de Jonge (63) die 17 jaar lang sportverslaggever was van de PZC. De Vlissinger droeg de wielersport een warm hart toe. Dat kwam mede door de successen van Jan Raas, Cees Bal, Cees Priem, Wim de Waal en Toine van den Bunder. Een gouden generatie die door hun successen veel aandacht in de media kreeg.

Sportjournalist Peter de Jonge volgde de Tour jarenlang op de voet. (foto Arnold Parre)Sportjournalist Peter de Jonge volgde de Tour jarenlang op de voet. (foto Arnold Parre)

In 1980 kreeg Peter de Jonge het verzoek om naar de Tour te gaan om verslag te doen voor de Gemeenschappelijke Persdienst. Hij nam de plaats in van BN/De Stem collega Peter Heerkens, die het Olympisch jaar voor zijn rekening nam.

Taakverdeling

De Jonge: ”De Tour deed ik met collega Wiel Verheesen. We hadden een taakverdeling. Wiel schreef over de etappes, deed het directe verslag. Ik hield me met het randgebeuren bezig. Ik besteedde bijvoorbeeld aandacht aan de rode lantaarndrager, de nummer laatst. Of ik interviewde de burgemeester van een plaats waar de Tour aankwam. Wat betekende zo’n aankomst voor zijn plaats en de regio? Van geheel andere orde was een artikel over Ruud Bakker, de verzorger van de TI/Raleighploeg. Ook de Goese dierenarts en vriend van Jan Raas, Rinus Karelse vroeg ik naar zijn Tourbelevenissen.”

Kwelling

Niet alleen voor de renners is de Tour een kwelling, maar ook voor de sportjournalist die zoals in de begintijd van Peter, niet de beschikking had over laptop en e-mail. Toen vormden de telex en fax de verbinding met het thuisfront. Elke ochtend was het vroeg op om alle Franse (sport)kranten door te nemen. Het was ook de tijd van Colombiaanse radioreporters die als schreeuwende standwerkers hun verslag deden. Ook herinnert Peter zich nog hoe Theo Koomen, die op het seminarie had gezeten, zondags achterop de motor een mis opdroeg. Tot 1988 heeft de Peter de Jonge de Tour voor de GPD gedaan.

Stimulantia

Peter: ”In de Tour werd streng gecontroleerd op doping. Ik weet niet wat er werd geslikt en gespoten en hoeveel. Volgens mij werd er in de criteriums na de Tour wel vaker naar een stimulerend middel gegrepen. In de jaren tachtig verdienden de renners niet zulke salarissen als tegenwoordig. In de criteriums moest er verdiend worden. Eigenlijk was dat circus mensonterend. Als ADHD-ers zaten de renners op de fiets, soms reden ze twee wedstrijden op één dag. Ze reden vaak zelf met hun auto van de ene plaats naar de andere. Dan is het niet gek, dat je een middel neemt, waar je wakker van blijft. Om te voorkomen dat je jezelf tegen een boom rijdt.”

Het onderwerp dope brengt Peter bij het verhaal over Gerben Karstens, de Leidse notariszoon. Het was de Ronde van Lombardije 1969. Karstens raakte zijn zege kwijt omdat verboden middelen in zijn urine waren aangetroffen. De waarheid was dat Karstens, omdat hij had geslikt, niet zijn eigen urine had ingeleverd, maar die van zijn chauffeur Jan Leijs. Helaas had die, buiten Karstens medeweten, ook uit de amfetamine-pot gesnoept.

Terug in Zeeland

Mede door zijn Tourervaring werd Peter de Jonge hoofd sport bij de NRC. Dat deed hij vijf jaar. Daarna maakte hij van 1993 tot 2011 deel uit van de hoofdredactie van het Algemeen Dagblad, de krant die zich onderscheidt met een dik sportkatern. Nu is Peter de Jonge terug in Zeeland.

Tijd om uit te rusten?

Terug vanuit de Randstad lanceerde hij het idee om het oubollige beeld van Zeeland af te stoffen door middel van een boek. Dat resulteerde in het boek Zondig in Zeeland, waarvoor De Jonge Zeeuwse schrijvers uitnodigde voor een kort verhaal. Inmiddels heeft dit tot resultaat dat zes verhalen zijn verfilmd en een zevende in voorbereiding is. Katinka Polderman werd op basis van haar bijdrage aan de bundel gevraagd het Zeeuws Boekenweekgeschenk te schrijven en Andreas Oosthoek vond het manuscript terug waarop zijn bijdrage aan de bundel is gebaseerd. Die bundel Het relaas van Solle is in februari verschenen.

De Jonge is schrijver van het boek Het geheim van voetbalmoeders. Dit is de eerste voetbalthriller over een 11-jarig supertalent. Het idee kwam van voetbaltrainer Leen Looyen. Peter: ”Dit voetbalboek betekende tropenjaren maken. Naast het basisidee moest ik mijn fantasieën erop los laten. Als journalist heb je je alleen maar aan feitelijkheden te houden.”

De Jonge heeft nog meer pijlen op zijn boog. Zo heeft hij de eindredactie over het jubileumboek 50 jaar De Doelen, dat in 2016 uitkomt. Veel tijd gaat ook zitten in het hoofdredacteurschap van CTV Zeeland, de commerciële televisiezender die zijn thuisbasis heeft in Cine City. De Jonge: ”Ik ben blij dat ons voetbalprogramma staat als een huis. Ramona van Zweden scoort ook met het programma over het Zeeuwse bedrijfsleven. We werken aan een format waar het journalistieke product scoort. Wij moeten het hebben van reclame-inkomsten, we krijgen geen subsidie.”

Passie

Vanwaar deze gedrevenheid na zo’n mooie carrière in de krantenwereld? “Dat is de passie voor het vak journalist en de passie voor het vak schrijven. Elke week maak ik voor CTV het wekelijkse gesprek met de Commissaris van de Koning, de heer Han Polman. Een simpel format, maar wel een manier om in zeven minuten tijd de kijker bij te praten over datgene wat er gebeurt in de provincie.”

De kleine coureur

”Maar met evenveel genoegens denk ik terug aan mijn wielertijd bij de PZC. Ik denk dan niet alleen aan de grote kanonnen. Ik denk dan ook aan de kleine coureur, zoals Cees Spaans, een knokker die zijn milt miste. Ik noemde hem Cees Karakter. Ik denk aan Thijs Fase uit Sint-Annaland, die met zijn bril op voor mij een soort geleerde was. Of ik denk aan Wim de Waal, die in zijn toptijd per dag 32 eieren naar binnen werkte. Of aan Peter Gödde, die al fietsend door zijn macht en kracht zijn stalen frame vervormde. Of aan Rinus Verboom, die aan een mysterieuze geheimzinnige slaapziekte leed.”

Een ding is zeker: Peter de Jonge heeft zeker geen last van deze ziekte.