Dijken

Ja, Zeeland heeft natuurlijk ook duinen, maar als je de kust even goed bekijkt, dan weet je dat er zonder dijken geen Zeeland zou zijn. Om veilig in dit gebied te kunnen wonen en droge voeten te houden moest de mens ingrijpen in het landschap. Zo zijn er bij Serooskerke op Walcheren sporen gevonden van een imposant grote Romeinse dijk (van 5,5 meter breed, 80 cm hoog en minimaal 70 meter lang) die iets voor het jaar 200 werd aangelegd. En toen deze dijk wegspoelde, legden ze een nieuwe aan die iets breder was.

Defensieve dijken

De eerste dijken werden vooral defensief aangelegd: als bescherming tegen het water. Pas later ging men tot ‘de aanval’ over, waarbij grote gebieden werden ingepolderd. Oude dijken moesten mens, vee en land beschermen tegen overstromingen. Er werden bijvoorbeeld grootschalige dijkringen rond de oude kerngebieden (het ‘oudland’) van Schouwen, Walcheren en westelijk Zuid-Beveland aangelegd. Dat waren niet al te indrukwekkende dijken zoals je nu nog kunt zien aan de Valdijk en de Koedijk ten zuiden van Nisse. Deze dijken maakten onderdeel uit van de ringdijk rond het oudland van Zuid-Beveland.

Valdijk bij Nisse omstreeks 1998 (ZB, Beeldbank Zeeland, foto A.F. Dingemanse).

Valdijk bij Nisse omstreeks 1998 (ZB, Beeldbank Zeeland, foto A.F. Dingemanse).

Dijkbouw

De dijken werden meestal gemaakt uit het materiaal dat ter plekke beschikbaar was: klei. Maar er werden ook paalwerken, natuursteenglooiingen en uiteindelijk betonglooiingen en asfalt toegepast. Bij een museumglooiing bij het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk kun je zien welke uiteenlopende materialen er allemaal werden gebruikt. Een vrij recente ‘trend’ zijn de betonnen muraltmuurtjes. Die werden vanaf begin twintigste eeuw ingezet om dijken te verhogen zonder ze te hoeven verbreden. Helaas bleek dat ze veel te weinig bescherming boden. Het grootste deel van de muraltmuurtjes verdween toen de dijken op Deltahoogte werden gebracht, maar je kunt ze nog zien op verschillende plekken langs het Veerse Meer en bij Scharendijke vind je ook een prachtige muraltmuur aan het Grevelingenmeer.

Muraltmuur bij de Oosterlandpolder, 2008 (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Jan van den Broeke).

Muraltmuur bij de Oosterlandpolder, 2008 (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Jan van den Broeke).

Dijkwerkers

Voor het onderhoud en de aanleg van dijken werden dijkwerkers en ‘polderjongens’ ingezet. Een groep hardwerkende mannen met een niet al te beste reputatie. Op de Veerse Gatdam staat een monument dat aan hen is gewijd. Het oogt bonkig en stoer: precies zoals de mannen zelf waren.

Het landschap lezen dankzij binnendijken

Polders werden stap voor stap uitgebreid. Bij oude zeedijken die inmiddels binnendijken zijn geworden, kun je nog goed zien wat oorspronkelijk de land- en zeezijde was. Aan de waterkant was het geheel glooiend; aan de landzijde steiler. Met behulp van oude dijken kun je het landschap dus echt lezen. Je kunt aan de dijken ook zien waar de strijd met het water zwaar was. Zo zie je in de Zak van Zuid-Beveland veel opvallend kronkelende dijken. Die grillige vormen zijn ontstaan door doorbraken. Ook zie je hier vaak waterpartijen (welen) naast de dijken liggen – dit zijn de restanten van diepe stroomgaten die na een dijkdoorbraak ontstonden. Het resultaat is nu een lieflijk aandoend landschap, maar tegelijk is het een herinnering aan een zware strijd.

Dijkbebouwing

Wanneer een dijk zo ver landinwaarts was komen te liggen dat deze geen bescherming meer tegen het water hoefde te bieden, kreeg hij een andere functie. Waterkerende dijken mochten niet bebouwd worden; binnendijken wel. De dijken werden vaak beplant met rijen bomen en er werden wegen aangelegd. Zeker in de Zak van Zuid-Beveland zie je dat het wegenpatroon nog vaak de dijken volgt. Zo ontstonden er dijkgehuchten en zelfs complete dijkdorpen. Westdorpe is een uitzonderlijk voorbeeld hiervan. Het is met 4,5 kilometer het op één na langste dorp van Nederland. Binnendijken bieden trouwens niet alleen mogelijkheden voor mensen. Ook de Zeeuwse flora heeft er baat bij. De dijken in de Zak van Zuid-Beveland bieden zoveel beschutting dat er bloemen groeien die je normaal alleen in veel zuidelijker landen ziet. En ook op Schouwen-Duiveland vind je unieke dijkvegetatie. Al heeft dat ook te maken met het feit dat ze deels zijn opgetrokken uit grond uit Duitsland.

Inlaagdijken

Wanneer een dijk dreigde door te breken, dan werd er in het binnenland een inlaagdijk aangelegd; een soort reservedijk. Dat werd vooral op Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland veel gedaan. Wanneer de zeedijk daar doorbrak, was men er toch nog veilig. Inlaag Keihoogte en inlaag ’s Gravenhoek op Noord-Beveland zijn van die oude inlagen. Tegenwoordig zijn het natuurgebieden. Je kunt er een mooie, deels buitendijkse fietsroute langs afleggen en vogels spotten.

De Westkappelse dijk

Wil je ook maar ergens in Zeeland ervaren hoe belangrijk dijken zijn, dan is Westkapelle de ideale plek. Zeker bij een stevige storm beuken de golven hier woest tegen de dijk en je ziet heel goed dat hier het verschil wordt gemaakt tussen een droog en een ondergelopen Walcheren. Westkapellenaars vereenzelvigen het dorp ook vaak met de dijk. Het bepaalt hun identiteit. De dijk werd aangelegd nadat in de vijftiende eeuw de duinen steeds minder bescherming boden.

De dijk bij Westkapelle (foto Projectbureau Zeeweringen).

De dijk bij Westkapelle (foto Projectbureau Zeeweringen).

Onderhoud

Omdat de dijk een functie heeft als eerste verdedigingslinie, heeft hij het zwaar te verduren. Er is dan ook altijd regelmatig onderhoud nodig geweest. Het dijkonderhoud werd gepleegd door dijkwerkers. De Westkapelse dijkwerkers vormden een gesloten gemeenschap met eigen regels. Ze werkten in ‘benden’. Iets ten zuiden van Westkapelle wordt de dijk onderbroken door duinen met daarachter een kreek. Hier is de dijk tijdens de Tweede Wereldoorlog kapot gebombardeerd door de Geallieerden. Het dorp liep onder en veel Westkapellenaars kwamen om het leven. Over dat bombardement, maar ook de hele geschiedenis van de dijk kom je meer te weten in Dijk- en Oorlogsmuseum het Polderhuis. Het museum organiseert ook regelmatig demonstraties van een heiploeg die laat zien hoe er vroeger aan de dijk werd gewerkt. Er wordt daarbij ook veel gezongen. In deze video uit de Zeeuwse canon krijg je ook een indruk van de Westkapelse zeedijk.

Deltahoogte

In het kader van het Deltaplan zijn er veel nieuwe waterbouwkundige werken aangelegd. Minder bekend is dat er ook hard is gewerkt aan bestaande dijken. Deze moesten op Deltahoogte worden gebracht om nog voldoende bescherming te kunnen bieden. Dat zie je bijvoorbeeld goed bij buurtschap De Griete aan de zuidkant van de Westerschelde. De dijk is hier veel hoger en breder geworden en torent boven de huisjes uit.

Met de stijgende zeespiegel blijft de kustverdediging van Zeeland een actueel onderwerp. En de Oosterscheldekering mag dan het paradepaardje van de Deltawerken zijn, de dijken zijn, net als eeuwen geleden, ook nu van levensbelang.