Muraltmuur bij Scharendijke

De tijd heeft zijn merktekens op de muraltmuur bij Scharendijke achtergelaten: groene en oranje sporen van verwering, onuitroeibare mossen en algen. De langzaam stervende muurtjes hebben veel gezien. Maar eigenlijk hebben ze een beetje gefaald.

Muraltmuur bij Scharendijke.Muraltmuur bij Scharendijke.

De lange muraltmuur op de oude zeedijk langs de Grevelingen bij Scharendijke is het meest indrukwekkend. Daarom is deze alleen hier in Zeeland als monument beschermd. Het kunstwerk begint ten westen van Scharendijke, bij het nog net in de duinen geposteerde ‘Koepeltje’. Ten oosten van de jachthaven zet het zich voort in de richting van Den Osse (Langendijk). Daar liggen aan de landzijde inlagen en karrenvelden uit de 15de en 16de eeuw.

Fraai uitzicht

Loop eens vanuit het westen over de dijk naar de jachthaven, bovenlangs de Inlaag, de Elkerzeese weg en het Baken. Vanaf het met fijn grind bestrooide wandelpad heb je een fraai uitzicht op het Grevelingenmeer met het schorreneiland Hompelvoet. Naar het noordwesten deint niet langer de met grauwe schuimkoppen gekroonde zee, maar ligt de veilige Brouwersdam. Daar, aan de einder, verrijzen de mediterraan aandoende gevels van het recreatiedorp Port Zélande, met de Kabbelaarsbank. Aan de landzijde kijk je over de daken van de bescheiden dorpshuisjes van Scharendijke.

Werk aan de fundering van een muraltmuur. Schouwen-Duiveland, 1903-1908. (Zeeuws Archief)Werk aan de fundering van een muraltmuur. Schouwen-Duiveland, 1903-1908. (Zeeuws Archief)

Beton en nog eens beton

De muraltmuur bestaat hier uit drie of vier horizontale betonnen platen, tussen betonnen staanders. Hij reikt de wandelaar ongeveer tot borsthoogte. Na honderden meters onderbreekt Jachthaven De Kloosternol de lange, lange litanie van de muraltmuur van Scharendijke. ‘Bedankt, Goede Vaart en Tot Ziens!’ meldt een bord aan de oostkant van de havenmond.

Aanleg muraltmuur op Schouwen-Duiveland, 1903-1908. (Zeeuws Archief)Aanleg muraltmuur op Schouwen-Duiveland, 1903-1908. (Zeeuws Archief)

Aan de landzijde ten westen van de jachthaven is de dijk plaatselijk bedekt met verschillende soorten betonnen bekleding, rijkelijk door onkruid en wilde struikjes overgroeid en steeds geflankeerd door een trap.

Basaltine

Een van die Scharendijkse glooiingen verwierf de naam Spijkerdijk. Het is een klein waterbouwkundig monument. Het Nederlandse product ‘Basaltine-Spijkerglooiing’ werd gepresenteerd in 1908. Basaltine was toen een nieuwe, harde betonsoort. Bij wijze van demonstratie werd hier, in Scharendijke, een stukje aan de binnenkant van de zeedijk aangelegd. De spijkerbekleding bestaat uit betonnen platen, voorzien van vierkante gaten. Daar zijn weer grote kegelvormige spijkers van gewapend beton doorheengeslagen. Van enige afstand geeft dit een ‘patchwork’-effect. De methode bleek overigens niet te voldoen.

Jonkheer De Muralt

Muraltmuren zijn een uitvinding van jonkheer ir. R.R.L. de Muralt. De Muralt startte zijn loopbaan in Nederlands-Indië, als ingenieur van de Waterstaat van ’s Lands Burgerlijke Openbare Werken. Vervolgens kwam hij naar Schouwen. Van 1903-1913 was hij hier hoofd Technische Dienst van het waterschap. De Muralt had al een systeem van zeeglooiingen van gewapend beton op zijn naam staan. Deze waren veel goedkoper dan de gangbare basaltglooiingen. Die betonnen glooiingen doorstonden de stormvloeden van 1906 en 1911 vrijwel zonder schade.

Alternatieve dijkverhoging

Net als na de stormvloed van 1808 besloot men na de vloed van 1906 tot een algemene dijkverhoging. Ook nu kwam De Muralt met een goedkope, betonnen oplossing. Hij ontwikkelde de muraltmuurtjes: een alternatieve dijkverhoging, waarvoor je het dijklichaam niet hoefde te verbreden. Een enorme besparing. Tussen 1906 en 1935 werd in Zeeland ongeveer 120 kilometer zeedijk van dergelijke muurtjes voorzien. Dit was ongeveer een kwart van alle Zeeuwse zeedijken in die periode!

Aanbrengen van de tussenlijsten in een muraltmuur op Schouwen-Duiveland, 1903-1908. (Zeeuws Archief)Aanbrengen van de tussenlijsten in een muraltmuur op Schouwen-Duiveland, 1903-1908. (Zeeuws Archief)

Rampspoed

Helaas werd rampspoed met deze maatregel niet afgewend. De watersnoodramp in februari 1953 toonde dat verpletterend aan. De meeste ‘muraltmuurtjes’ werden dus opgeruimd bij de dijkverzwaringen na 1953. Nadien zijn ze nog sporadisch toegepast als tijdelijke of noodconstructie.

Op dijken die geen primaire waterkerende functie meer hebben zijn ze nog volop te zien, zoals langs het Veerse Meer bij Wolphaartsdijk, of langs de Oosterscheldedijk bij de Plompe Toren. Bij het verdronken Koudekerke realiseerde De Muralt ook het eerste betonzinkwerk.

Muraltmuur bij de Oosterlandpolder, 2008. (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Jan van den Broeke)Muraltmuur bij de Oosterlandpolder, 2008. (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Jan van den Broeke)

Gedenktekens

Ten oosten van Scharendijke is op de muraltmuur een blauw monumentenbordje van Waterschap Zeeuwse Eilanden geschroefd. Het doet klein en nietig aan op de langgerekte muraltmuur. Op het bord is ook een vloedmerk van de watersnoodramp van 1953 aangebracht.

Voor een ander Muraltgedenkteken moeten we naar het haventje Rattekaai ten noorden van Rilland aan de Oosterschelde. Daar ligt een (betonnen!) plaquette ter herinnering aan het aanbrengen van betonwerk volgens het ‘systeem De Muralt’ (1912). Een jaar eerder kreeg De Muralt voor al zijn inspanningen de prestigieuze Conrad-premie, een internationale onderscheiding.

Literatuur
J.L. Kool-Blokland, De rand van ’t land; waterschapsgeschiedenis van Schouwen en Duivenland, Middelburg 2003.
R.R.L. de Muralt, Nieuwigheden op technisch gebied op het eiland Schouwen, in: De ingenieur, technologietijdschrift (1911) 26 (36), p. 834-840.
M.H. Wilderom, Muraltmuren, in: Kroniek van het land van de zeemeermin 1982, 78-90.