De reizende kunstenaar Albert Depré

door Het Polderhuis, Musea & meer
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

De Franse kunstenaar Albert Depré (1861-1937) reisde van 22 juni tot 15 juli 1907 door Nederland en Zeeland. De reis begon in Antwerpen. Tijdens zijn reis hield hij een reisjournaal bij, waarin hij zijn indrukken en belevenissen opschreef. Onderweg schilderde en fotografeerde hij de plaatsen die hij bezocht.

Voyage en Hollande 1907

Hij zwierf uitgebreid in Zeeland rond: Terneuzen, Vlissingen, Middelburg, Veere, Domburg, Westkapelle, Zoutelande, Goes, Kloetinge, Zierikzee en Axel. Westkapelle en Zoutelande bezocht hij zelfs tweemaal, waarbij hij talrijke schilderijen en foto’s maakte. Op het eiland Walcheren schilderde hij met groot genoegen de dorpstaferelen en de traditionele dracht. De schilderijen en foto’s geven een prachtig beeld van het dagelijks leven aan het begin van de twintigste eeuw.

Albert Depré, Westkapelle 1907.

Na zijn bezoek aan Zeeland reisde Albert Depré verder door Nederland via Dordrecht, Rotterdam, Delft, Leiden, Haarlem, Amsterdam naar Marken en Volendam. Vervolgens naar Friesland: Harlingen en Leeuwarden. Ook bezocht hij Nijmegen en Arnhem. Daarna keerde hij weer terug naar Zeeland omdat met name Walcheren hem het meest had bekoord. Via Axel, Brugge en Gent reisde hij terug naar Parijs.

Bijzondere ontdekking

Het verhaal van de schilder Albert Depré kwam bij toeval terecht bij Het Polderhuismuseum in Westkapelle. Een vrouw uit Middelburg bezocht tijdens haar verblijf aan de Normandische kust een lezing over een voor haar onbekende Franse kunstenaar die in 1907 een reis had gemaakt door Nederland. Tot haar verbazing kwam er een dia langs van een schilderij van Veere. Dat was een bijzondere ontdekking. Ze legde contact met de kleinkinderen en er begon een zoektocht binnen de familie naar alle schilderijen die hij tijdens deze reis had gemaakt. Het bleek dat alles door de familie bewaard is gebleven en dat talrijke schilderijen gemaakt zijn in Westkapelle. De schilderijen zijn niet groot. Albert Depré schilderde buiten direct op kleine paneeltjes, die in zijn koffertje moesten passen, dat hij overal mee naar toe nam. Ook het koffertje samen met zijn schilderspalet is bewaard gebleven.

Albert Depré, Westkapelle 1907.

Dat was nog maar het begin, want het bleek dat hij van zijn reizen dagboeken bijhield. Ook die zijn bewaard gebleven: piepkleine zwarte boekjes, waarin hij optekende hoe hij reisde, waar hij terecht kwam, wat hij te eten kreeg en wat hij van Nederland vond. Onverbloemd geeft hij zijn mening. Over Westkapelle schrijft hij onder andere: “In Westkapelle, een ander dorp, een grote brede straat, de hoofdstraat die uitkomt op de dijk van zwarte Noorse steen, bewonderenswaardig goed geconstrueerd, vol ingebedde stenen, pour briser les lames, om je mes op te breken en dat kilometers lang … Molen op de dijk. Een lange processie meisjes op een rij, die de hele breedte van de straat in beslag neemt. Heel typisch en bijzonder, deze kettingen van jong volk. En er zijn er nogal wat. En ze komen uit alle hoeken. Ze zijn in Holland erg productief.”

Maar het was nog niet alles. Albert Depré was ook in het bezit van een camera. De camera die hij had, was inklapbaar en makkelijk te vervoeren. Er kwamen meer dan 200 glasnegatieven boven water van deze reis. Heel veel foto’s zijn gemaakt in Zeeland: Westkapelle, Zoutelande, Middelburg, Vlissingen, Veere, Goes, Kloetinge, Zierikzee, Terneuzen, Axel. Zo ontstaat een compleet beeld van de kunstenaar: schilderijen, foto’s, dagboeken, een reisjournaal, koffertje, schilderspalet en camera.

Deze bijzondere vondst in Normandië heeft geleid tot een expositie ‘De reizende kunstenaar’ in het Polderhuismuseum te Westkapelle. De expositie is te zien tot 13 januari 2020.

Albert Depré, Westkapelle 1907.