De eerste Zeeuwse international

In totaal zijn er negen Zeeuwse voetballers die voor het Nederlands elftal zijn uitgekomen. De eerste was Toine van Renterghem uit Goes.

Antoine (Toine) François Mathieu van Renterghem werd in 1885 geboren als zoon van de bekende Goese ‘wonderdokter’ en huisarts Albert Willem van Renterghem en Lenetje Mesch. Toine groeide op in een warm gezin met nog twee broers. Vanwege zijn grote gaven als hypnotiseur verwierf vader Albert een landelijke bekendheid. Hij begon samen met schrijver Frederik van Eeden een kliniek in Amsterdam. Het gezin verhuisde hierdoor naar Amsterdam.

Toine van Renterghem in het elftal van HBS. (ZB, Krantenbank Zeeland, PZC, 7 augustus 2012, pag. 22)

Sportbeoefening in het algemeen, en voetbal in het bijzonder, werd sterk gepromoot in huize Van Renterghem. Vader Albert onderkende het grote belang van sportbeoefening voor de gezondheid en stimuleerde de voetbalontwikkeling van zijn drie zonen. De broers Charles (geboren 1878) en Albert (geboren 1883) kwamen later dan ook uit voor het zogenoemde Bondselftal – een nog niet officiële voorloper van het Nederlands elftal. Toine zou zelfs het officiële Oranje halen.

De voetballer

Toine van Renterghem speelde in Amsterdam aanvankelijk voor Heracles en Volharding. Daarna speelde hij korte tijd voor Victoria uit Hilversum. In 1904 meldde hij zich, op aandringen van zijn vriend Herman Kunemann, aan bij topclub HBS (Houdt Braef Stant) uit Den Haag. Bij deze club zou hij tot 1911 in totaal 99 wedstrijden uitkomen en twintig keer scoren.

Toine van Renterghem speelde drie keer voor het Bondselftal. De eerste keer was dat op 13 april 1903 tegen een Deense club. Hij speelde toen samen met zijn broer Albert, die linksbuiten is. Toine zelf was een zeer snelle rechtsbuiten. Ook in 1906 speelde hij mee in het bondselftal, dit keer tegen het Engelse Corinthians.

Hij speelde in 1906 en 1907 in totaal ook drie wedstrijden voor het (officiële) Nederlands elftal, steeds tegen België. Twee keer werd gewonnen, één keer werd verloren. Verder werd Toine van Renterghem geselecteerd voor de Olympische Spelen van 1908, waar hij echter niet in actie kwam en dus een bronzen plak misliep.

Maatschappelijke carrière

Nadat de rechtenstudie bij Toine van Renterghem op niets was uitgelopen studeerde hij later af als tandarts. Aanvankelijk deed hij goede zaken, maar in de crisisjaren verspeelde hij een groot deel van zijn kapitaal. Na de oorlog, in de jaren vijftig, emigreerde Toine van Renterghem naar de Verenigde Staten, waar hij op 1 maart 1967, min of meer in verarmde omstandigheden, overleed in Santa Monica (Californië).

Tonnie

Toine van Renterghem trouwde in 1911 met de Belgische tennisster Marguerite ‘Guitje’ Warnant. In 1919 werd hun enige kind Tonnie van Renterghem geboren. Deze speelde later een belangrijke rol in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog vertrok zoon Tonnie – evenals zijn vader en moeder – naar de Verenigde Staten, waar hij werkzaam was in de filmindustrie van Hollywood. Tevens was hij werkzaam op het Simon Wiesenthal Centre in Los Angeles. Voor dit instituut is hij op zoek gegaan naar de beruchte kamparts Josef Mengele.

Bronnen en literatuur 
Matty Verkamman, Chris van Nijnatten en Henri van der Steen, Negen Zeeuwen van Oranje, Goes 1992.
Albert Willem van Renterghem, Autobiographie van Albert Willem van Renterghem, 2 dln. (I. 1845 tot 1887. II. 1887-1927), 1924.
Hbs-craeyenhout.nl.
Stadsarchief Amsterdam.

Dit verhaal is ook te vinden op www.encyclopedievanzeeland.nl.