Arno Obrie: buschauffeur en bodyguard Armstrong

De schatkamer van Lance Armstrong in Terneuzen
verhaal Arnold Parre

Hennie Kuiper, een van onze meest succesvolle coureurs, kwam bij de ouders van Arno Obrie over de vloer. Dat was in Zandstraat, een buurtschap tussen Philippine en Sas van Gent. Als ‘Kuipertje’ in de buurt van Zeeuws-Vlaanderen moest fietsen was een bezoek aan de familie Obrie vaste prik. Zoonlief Arno herinnert zich die bezoekjes nog goed, hij vond het leuk als Hennie Kuiper langskwam. Diezelfde Kuiper werd na zijn actieve loopbaan ploegleider bij het Amerikaanse Motorola. Lance Armstrong reed voor Motorola. In 1993 vroeg Kuiper Arno Obrie of hij af en toe eens bij de ploeg wilde helpen. Arno stemde toe en kwam in een wereldje terecht dat alleen in jongensboeken lijkt voor te komen.

Arno Obrie: chauffeur en bodyguard van Lance Armstrong. (foto Arnold Parre)Arno Obrie: chauffeur en bodyguard van Lance Armstrong. (foto Arnold Parre)

Buschauffeur

Arno: ”Bij Motorola kreeg ik te maken met renners als Lance Armstrong, Andy Hampsten, Frankie Andreu, George Hincapie, Max Sciandri en Axel Merckx. Het was een belangrijke leerschool. In 1996 stopte Motorola. Armstrong zou een contract tekenen bij Cofidis. Het was ook het jaar waarin bij hem teelbalkanker werd geconstateerd. 1997 was voor de Texaan het jaar van de revalidatie. In 1998 werd ik benaderd door US Postal om buschauffeur te worden. Armstrong, die de kopman werd, had gevraagd contact met mij op te nemen. Ik moest rijden op een acht-persoons camper, later in 1999 werd het een kleine bus-camper. Dat was ook het jaar dat Armstrong zijn eerste Tour won. Alles werd toen grootser aangepakt.”

“Ik kreeg in oktober 1999 een telefoontje van ploegleider Johan Bruyneel dat er in het nieuwe seizoen een luxe bus voor US Postal moest komen, met alles erop en eraan. Ik had een budget van een miljoen dollar, daarmee moest ik me redden.” Volgens Obrie bemoeide John Bruyneel zich weinig met de andere renners. Des te meer met Lance Armstrong die hij als het goudhaantje zag. Johan heeft als ploegleider altijd meegelift op de successen van de man uit Texas.

Obrie: “Ik vond het een hele verantwoording om dit proces te leiden en te begeleiden. In de bus was plaats voor negen renners, de ploegleiding en de buschauffeur. Naast de luxe bus bestond het wagenpark tijdens een wedstrijd uit een vrachtwagen voor het materiaal en vijf auto’s, twee voor de ploegleiders en drie voor de verzorgers.”

Ongenaakbaar

In 2000 ging er een filmploeg mee. De film ‘Road to Paris’ werd gemaakt. Onder andere werd in januari in een trainingskamp gefilmd. Daar komt Lance naar voren als de man die altijd wilde trainen. Hij was altijd met zijn vak bezig. Zijn tegenstrever in die tijd, Jan Ullrich, lag in de winter onder een palmboom bij te komen van zijn inspanningen. Op hetzelfde moment ging Armstrong de windtunnel in op zijn tijdritfiets. Armstrong heeft door deze aanpak het wielrennen veranderd.

Een nieuwe bus, een nieuw elan. De ploeg werd steeds meer rond Lance Armstrong opgebouwd. De Tour de France werd het hoofddoel, daar moest het gebeuren. “Armstrong was iemand die zich geweldig op een doel kon focussen. Hij had zo zijn eigen gewoontes. Zo kwam hij altijd als laatste uit de bus. Gaf de jeugd nog wat handtekeningen en tekende daarna de deelnemerslijst. Dan stond hij vaak de pers nog te woord terwijl het peloton al weg was, de neutrale zone in. Als een speer reed hij dan naar de meute toe. Hij straalde dan iets ongenaakbaars uit.”

Lance in zijn karakteristieke houding: staand stampend op de pedalen. (foto archief L'Équipe)Lance in zijn karakteristieke houding: staand stampend op de pedalen. (foto archief L’Équipe)

Beveiliging

Naast buschauffeur moest Arno Armstrong beveiligen tijdens wedstrijden. Arno heeft een postuur dat gezag uitstraalt. Hij heeft het figuur van een gewichtheffer, kogelstoter of hamerslingeraar. Kortom, een jongen waarmee je geen ruzie moet krijgen. Arno: ”Als Lance na de finish naar de bus kwam, begeleidde ik hem. Vanuit de bus naar het huldigingspodium was een reis met hindernissen. De weg moest vrijgemaakt worden. Slaan en trekken werkt dan averechts. Ik had sommige fotografen vooraf beloofd dat ze wat exclusieve plaatjes zouden kunnen schieten op een ander rustiger tijdstip, in ruil voor wat ‘hulp’ bij het verkrijgen van een vrije doorgang. Ik liet sommige fotografen een paar dagen van tevoren in de bus, zodat ze wat plaatjes konden schieten. Je leerde elkaar wel kennen en waarderen. Armstrong was meer dan een wielrenner, hij was een echte ster. Op het laatst werd hij begeleid door vier bodyguards.”

Arno werkte tot 2004 voor Armstrong. Hij vertelt het of hij gisteren nog naast Armstrong liep. De eerste jaren was Armstrong emotioneel als hij won. Later kwam de nuchterheid: “I do my job”.

Vrije val

“Ik vind het onredelijk dat Armstrong moet bloeden terwijl anderen niet uit de uitslagenlijsten geschrapt worden. Als Armstrong in 2009 niet in de Tour was uitgekomen, was er niets aan de hand geweest. De geruchten over doping zouden verstommen. Maar toen Armstrong voor Astana in 2009 zijn comeback maakte, beging hij een grote fout. Oud-ploeggenoot en ex-Tour de France winnaar Floyd Landis klopte bij hem aan voor een baantje. Armstrong ging hier niet op in. Landis dacht: ik zit in een vrije val, dan jij ook. Daar kwam nog eens het boek De wielermaffia van oud-ploeggenoot Tyler Hamilton overheen. In het boek wordt ingegaan op het dagelijks epo-gebruik bij US Postal en de trucs van sportarts Michele Ferrari. Hamilton was ook een van de elf ex-ploegmaats die tegen Lance Armstrong getuigden in het rapport USADA. Dit rapport leidde er toe dat de zeven Tourzeges van Armstrong hem werden ontnomen. Arno: ”Ik vind dit verraad. Ik ken het tijdperk als geen ander en wist wat er in het peloton gebeurde. Armstrong was simpelweg de grootste van zijn tijd.”

Arno Obrie in zijn Terneuzense garage, vol aandenkens aan zijn idool Lance Armstrong. (foto Arnold Parre)Arno Obrie in zijn Terneuzense garage, vol aandenkens aan zijn idool Lance Armstrong. (foto Arnold Parre)

Gele truien

Bij wijze van verrassing zwaait Obrie als goed gastheer de deur naar zijn garage open. Daar hangen zeven gele truien van Armstrong. Ook de fiets waarop hij reed toen zijn ploeggenoot Fabio Casartelli op 18 juli 1995 om het leven kwam, hangt in de garage. Twee dagen later kwam Armstrong alleen in Limoges aan, hij droeg de overwinning op aan Casartelli. Ook een Trek – het merk dat Armstrong groot heeft gemaakt – hangt in de Terneuzense garage. De naam Lance Armstrong staat keurig gegraveerd in het frame. Op een werkbank staan wat bekers. “Armstrong was daarin vrij nuchter. Het ging hem om de overwinning, de roem en het geld.” Bekers, herinneringsvaantjes of andere prijzen waren niet aan hem besteed.

Herinneringen

Verlangt Arno terug naar deze toch avontuurlijke tijd? Obrie, nu 45: ”Fysiek zou ik het niet meer aan kunnen. Vier maanden geleden heb ik een hartinfarct gehad. In de periode dat ik nu thuis zit komt mijn wielerverleden weer boven. Ook de komst van de Tour naar Zeeland doet een scala aan herinneringen boven komen. Het was boeiend. Het weg zijn slokte alle tijd op. Contacten met vrienden verwaterden. Ik heb nu een vaste vriendin en ben meer honkvast.”

“Er was meer wat me tegenstond. Als ik met de luxe bus van US Postal in Frankrijk reed werd ik op een lange rit soms vijf keer aangehouden. De politie of douane kamde dan de bus helemaal uit. Ik stond soms twee uur aan de kant van de weg. Dat ging me tegenstaan. Ze vonden nooit wat, er waren andere wegen.”

“Door mijn werk heb ik nog altijd contact met de wielerwereld. Ik krijg nog weleens wat opgestuurd van oud-collega’s, zoals een shirt van Froome, Wiggins of Cancellara. Trouwens Hennie Kuiper is verleden week nog langs geweest. Hij is de spil in een programma over 100 jaar Ronde van Vlaanderen in cultuurpodium Porgy & Bess. Noteer alvast maar: vrijdag 19 februari 2016 in Terneuzen.”