Zouterik

Een van de meest karakteristieke Zeeuwse woorden…

Het werd, en wordt, op verschillende wijzen gebruikt. Bijvoorbeeld op Schouwen, waar een boer er een harde, korstachtige begroeiing op de betonnen zijkant van een afwateringskreek mee aanwees: ‘Kiek, zouterik’. Die begroeiing kon met de jaren steeds dikker worden en moest dan afgestoken worden om afwateringsproblemen te voorkomen.

Zeeuws koraal

Het gaat hier om het kolonie-vormende mosdiertje Electra crustulens. Naast begroeiing op harde objecten in brak water komt, of beter gezegd kwam, dit mini-koraalvormende diertje ook voor in de vorm van bolvormige poreuze stenen op de bodem van een aantal brakke kreken in Zeeland.

Deze groeivorm van zouterik werd meestal benoemd als ‘levende stenen’,  ‘palingbrood’ en ‘kaeskens’. De kreek ‘Kaaskenswater’ in Zierikzee (waar het ziekenhuis was) verwijst ernaar. Momenteel vindt, om onduidelijke reden, nauwelijks meer groei van deze mosdierkolonies plaats in de kreekgebieden waar ze vroeger voorkwamen.

Zeekraal

In Zeeuws-Vlaanderen is zouterik de streeknaam voor zeekraal. Daarnaast kom je het woord tegen als locatienaam. In het Verdronken Land van Saeftinghe duidden de schaapherders van oudsher een bepaald gedeelte van de oudste kern van dit schorgebied, de Noord, aan met Zouterik. Op een Belgische landkaart van 1802 van de ‘schorren geleegen voor Kieldrecht’, nota bene opgemaakt ter bedijking van Saeftinghe, wordt de Zouterik reeds aangegeven. In Nieuwvliet wordt dit mooie woord nog steeds gebruikt, als straatnaam.

Bron: ZEEUWSLANDSCHAP 26/1