Kuren in Cadzand-Bad

In de loop van de negentiende eeuw kregen zeelucht en zeewater de naam een zuiverende werking te hebben. Dat leidde tot een trek naar de kust, waar men zich – vooralsnog in gesloten – koetsjes het water in liet rijden om een zeebad te nemen. Cadzand-Bad pikte betrekkelijk laat een graantje mee, maar ontwikkelde zich vanaf de jaren vijftig tot een Zeeuwse badplaats van formaat.

Zeebaden

Voortbouwend op een traditie van strandvermaak en spelerijden, waarbij mensen uit de stad met paard en wagen een dagtochtje maakten naar de kust, kwam in de loop van de negentiende eeuw de badcultuur op. In Zeeland ontstond deze als eerste in Domburg. Hetzelfde gebeurde aan de Hollandse kust, waar Zandvoort in 1828 de spits afbeet. Begin negentiende eeuw deed de zeebadcultuur ook zijn intrede aan de Belgische kust, het eerst in Oostende, daarna in Blankenberge. Beide plaatsen groeiden uit tot de belangrijkste badplaatsen van België.

Hoewel Cadzand-Bad later een belangrijke familiebadplaats zou worden, kwam het badtoerisme hier minder snel van de grond. Dit moet grotendeels worden geweten aan het gebrek aan goede (spoor)verbindingen. Veel andere badplaatsen kwamen juist tot ontwikkeling doordat mensen uit de grote Europese steden (waaronder Brussel en Keulen) die bemiddeld genoeg waren om de reis te ondernemen, via spoor- en tramwegen de kust konden bereiken.

Het Badhuis in de duinen bij Cadzand, circa 1920 (ZB, Beeldbank Zeeland)

Het Badhuis in de duinen bij Cadzand, circa 1920 (ZB, Beeldbank Zeeland).

Badhuis

Een katholieke boer uit Breskens nam in Cadzand het voortouw. Guust Albregts verkocht zijn boerderij en bouwde in 1866 op de duinen bij Cadzand een herberg met enkele logeervertrekken. Het etablissement werd Badhuis gedoopt. Ook verscheen in die tijd bij Cadzand de eerste badkar. Met een paard ervoor kon een badgast in de koets een eindje het water in worden gereden om een zeebad te nemen. Deze eerste badkar voor Cadzand was in Knokke gehuurd.

Albregts moet bij de vestiging van zijn Badhuis het voorbeeld van de badplaatsen aan de Belgische kust voor ogen hebben gehad, wellicht het nabijgelegen Heist, waar het eerste hotel in 1861 was verrezen en dat enorm profiteerde van de spoorlijn Brugge-Blankenberge die naar Heist was doorgetrokken. Vanuit Heist bereikte het badtoerisme Knokke. In die laatste kustplaats kwamen vanaf 1882 hotels, een jaar later reed daar de eerste badkar de Noordzee in. In Cadzand echter was vooralsnog geen sprake van een grote toeloop. De lokale bevolking wist het Badhuis van Albregts daarentegen goed te vinden om er te dansen.

Villa’s en wafelbakkers

Hoewel er in West-Zeeuws-Vlaanderen een steeds fijnmaziger netwerk van wagendiensten, lokaalspoor- en tramwegen ontstond, duurde het nog tot na de Eerste Wereldoorlog voordat de westkust van Zeeuws-Vlaanderen door toeristen werd ontdekt. In de jaren dertig kwam het toerisme in Cadzand-Bad pas echt goed op gang. Daar stonden toen al het Badhotel en hotel-café De Wielingen, dat in 1923 was gebouwd door Piet Faas. In de eerste helft van de jaren dertig werden nog eens vijf grote hotels gebouwd en verrezen er zomerhuisjes, villa’s en wafelbakkerijen in de duinen. De belangrijkste reden om de kust op te zoeken, verlegde zich van het nemen van een zeebad naar het vertoeven op het strand.

Wafelbakkerij Cadzandria van de familie De Gardeijn, Cadzand-Bad, 1935 (ZB, Beeldbank Zeeland).

Wafelbakkerij Cadzandria van de familie De Gardeijn, Cadzand-Bad, 1935 (ZB, Beeldbank Zeeland).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toeristische infrastructuur grotendeels tenietgedaan. Ook Albregts Badhuis in de Cadzandse duinen ging verloren. Tijdens de mobilisatie in 1939 werden er Hollandse soldaten ondergebracht. Nadat de Duitsers Nederland hadden bezet, werd het gebouw door hen gevorderd en in 1941 gesloopt.

Massatoerisme

Na de oorlog duurde het even voordat het badtoerisme weer op gang kwam. In de jaren vijftig nam het toerisme onder invloed van de toegenomen welvaart, vrijetijd en mobiliteit (toenemend gebruik van de auto) massalere vormen aan. De toegenomen bebouwing met vakantieaccommodaties aan de kust had grote gevolgen voor het landschap.

Cadzand-Bad in 1955 (ZB, Beeldbank Zeeland, foto O. de Milliano).

Cadzand-Bad in 1955 (ZB, Beeldbank Zeeland, foto O. de Milliano).

Literatuur

Ireen van Damme, Het verloren paradijsje van Leen Becu, in: Tijdschrift Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen september 2015, 11-41.
Peter de Lijser, Van Badhuis tot Boulevard; geschiedenis van Cadzand-Bad en haar ondernemers vanaf het prille begin in 1866, Breskens 2008.