Jan Haak

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Het Land van Hulst sprak in de negentiende eeuw tot de romantische verbeelding. Het gebied werd door weledele gasten beschreven als een prachtige streek, lijkend op een echte Italiaanse tuin, maar dan vlak. Het leven van de bewoners van het Land van Hulst zag er in de negentiende eeuw minder romantisch uit. Er was veel armoede en dat was zichtbaar in de lage levensverwachting. In deze turbulente periode leefde de schilder Jan Haak, die de alledaagse beslommeringen in het mooie landschap afbeeldde.

J. Haak, Kerktorenbrand Hulst, 1876 (uit de collectie van de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten Hulst). Deze twee schilderijen tonen de kerktorenbrand in Hulst en de situatie na de brand in 1876. Het eerste portret geeft een mooi zicht op de Gentsestraat, badend in het vurige licht van de kerktorenbrand.

Johannes Romanus (Jan) Haak werd geboren in 1826 te Hulst. Hij was de oudste zoon van Leendert Haak en Justina Francisca van Leeuw en had twee broers en twee zussen. Op negentien jarige leeftijd was Jan al beide ouders en twee zussen verloren. Daarin was Jan niet uniek, het hoorde bij het dagelijkse leven van velen in het Land van Hulst. Na enkele jaren dienstplicht trouwde Jan in 1849 met Anna Johanna van Mervennee en erkende daarmee hun zoon Augustines Ludovicus van Mervennee als zijn kind, geboren in 1848. Het gezin ging in Hulst wonen in huis ‘Den Engel’, waar Jan gedurende een aantal jaren de zorg voor zijn broers en zussen op zich nam.

J. Haak, Boerendans, 1860 (uit de collectie van de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten Hulst). ‘Boerendans’ is een schilderij met een dubieuze geschiedenis en voorstelling. Dat er in deze kuise tijdsperiode op zo’n manier feest werd gevierd wekt verwondering. Er staat zelfs een stelletje in het openbaar te zoenen! Dit ondeugende feest heeft plaatsgevonden in de danszaal van Slot Oostende.

In het bevolkingsregister werd hij achtereenvolgens omschreven als winkelier, meester-schilder, huisschilder, verver, schilder en winkelier. Hij had dus geen vast beroep. Of dat te maken had met geldgebrek, daar zullen we nooit meer achter komen. In ieder geval ging de familie Haak er in de loop der jaren in woonsituatie op achteruit. Anna en Jan kregen negen kinderen, waarvan slechts drie de middelbare leeftijd bereikten. Hoogstwaarschijnlijk kon Jan niet leven van zijn inkomen als kunstschilder en werkte hij daarom ook als huisschilder en restaurateur. Jan Haak overleed op 10 januari 1881.

J. Haak, Huiselijk Tafereel, 1846 (Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten Hulst). Het eerste schilderij van Jan Haak (voor zover bekend) uit 1846 is dit ‘Huiselijk Tafereel’. Het lijkt een woonhuis in de zestiende, dan wel zeventiende eeuw in Noord-Nederland. Het schilderij roept veel vragen op: waar heeft Jan Haak zijn opleiding genoten? Wie was zijn docent? Heeft hij voor dit schilderij een voorbeeld gehad?

Jan schilderde voornamelijk gehele families en portretten. Hij gaf vooral Oost-Zeeuws-Vlamingen weer, soms West-Zeeuws-Vlamingen en soms ook mensen van verder weg. Zijn schildertechniek is wisselend, maar precies. De ene keer is de schilderkunst in zijn schilderij zwak, de andere keer lijkt hij boven zichzelf uit te stijgen. Hij schilderde met dunne verflagen, vaak op schilders-karton, doek, zink of hout.

Jan schilderde zeer nauwkeurig, alle oneffenheden van de huid waren te zien. Ook de manier waarop hij de personen weergaf, verschilde per portret. Hij schilderde deftige mensen en ‘volkse types’, met sprekende gelaatstrekken en verschillende gezichtsuitdrukkingen. De achtergronden zijn altijd neutraal, bruin en groen, zodat de aandacht niet wordt afgeleid van het onderwerp. Bijzondere aandacht had hij voor de dracht en de sieraden van de geportretteerden. Zijn werkstijl kan men naïef noemen, gezien de verhoudingen tussen bomen, mensen en gebouwen en zijn gebruik van perspectief.

J. Haak, Abraham Marinus Boeije en Anna Cornelia Boeije – Bool (Museum IJzendijke). De portretten van het echtpaar Abraham Marinus Boeije en Anna Cornelia Boeije – Bool zijn goede voorbeelden van de manier waarop Jan Haak portretten maakte. Vooral Anna’s portret, met haar prachtige burgermuts, gouden sieraden en bloedkoralen is gedetailleerd geschilderd.

Literatuur
W.N.Th.M.B. Gielen en A.J.H.M. Prinsen, Oudheidkundige kring ‘De Vier Ambachten’ Hulst (red.), Jan Haak en zijn tijd, Beveren 2004.

Frank de Klerk, Dirty dancing bij gaslicht – Dansles in Goes in 1860, door Jan Haak, ‘De Spuije, tijdschrift van de Heemkundige Kring de Bevelanden en de Vereniging Vrienden van het Historisch Museum de Bevelanden’, nr. 106 (2019), p. 25-28.