Houten schooltassen

Door Katie Heyning

Elke scholier weet hoe belangrijk het bezit van de juiste schooltas is. Welk merk of type tas ‘in’ is, varieert per school, maar elke leerling probeert zijn of haar exemplaar eigen accenten te geven door erop te tekenen of de tas van versierselen te voorzien. Ook in vroeger tijden individualiseerden kinderen hun schooltas door erop te krassen of hun initialen erop aan te brengen.

De houten schooltassen die de kinderen in de achttiende en negentiende eeuw gebruikten, waren meer als opbergkastje bedoeld dan als tas. Boeken en schriften bleven op school en werden niet dagelijks op en neer gesleept. Op prenten en schilderijen zien we houten schooltassen vaak netjes in rijen aan de muur hangen. Sommige bewaarde exemplaren zijn prachtig beschilderd met fraaie voorstellingen van boten, vogels en figuren. Andere zijn eenvoudig en onversierd of alleen voorzien van initialen. De deksels van de tassen kunnen scharnieren of uitgeschoven worden, het gat bovenin zorgde ervoor dat de tas kon worden opgehangen. Naast hun schriften, schrijfstiftjes en een lei zullen kinderen hierin vast ook wel speelgoed als een tol of bikkels hebben opgeborgen.

Twee houten schooltassen, rond 1800 en 1788/19e eeuw, Museum De Burghse Schoole, Burgh-Haamstede. (Ivo Wennekes) Afmeting: 26 x 46.5 x 9 en 24,3 x 44.5 x 6 cm; materiaal: grenenhout, vurenhout, eikenhout, ijzer; herkomst: particuliere schenking, 1992; restauratie: Riaan Rijken – Koudekerke, 2007, i.h.k.v. het project ‘Zeeuws Behout’

De schooltassen van Museum De Burghse Schoole zijn eenvoudige exemplaren met weinig versieringen. In de ene tas zijn aan de voorkant de initialen AW en het jaartal 1788 ingekerfd en alleen het onderste gedeelte heeft een golvende rand. De tweede tas is veel mooier. Deze is geheel van eikenhout gemaakt en aan beide zijden met een guts bewerkt. Op het deksel zijn de letters DK en een kleine versiering geschilderd. De tas werd jaren geleden gevonden op de zolder van een boerderij aan de Vertonsweg in Haamstede die eens bezit van de familie Kostense was.

Houten schooltas, 1788/19e eeuw, Museum De Burghse Schoole, Burgh-Haamstede (Ivo Wennekes)

Tijdens de restauratie bleek dat de eerste tas een samengesteld exemplaar is, dat vrij amateuristisch in elkaar is gezet. Alleen het onderste stuk met de initialen en het jaartal is van eikenhout, de rest is grof afgewerkt grenenhout. Ook de grote gesmede nagels waarmee het plankje op het kastje is getimmerd, zijn ongebruikelijk. Het zijn het soort nagels waarmee vroeger onderdelen als grote scharnieren werden vastgezet. Een vakman zou nagels met een veel kleinere kop gebruikt hebben, zoals op de tweede tas goed te zien is. Vermoedelijk is het onderste stuk van deze tas afkomstig van een ouder exemplaar dat niet meer bruikbaar was en door een weinig kapitaalkrachtige ouder gebruikt werd om een nieuwe tas te timmeren. In de tas werden twee schriftjes uit 1862/63 en 1868/69 gevonden met schrijfoefeningen van Marinus Overbeeke uit Burgh.

Restauratie Riaan Rijken – Koudekerke 2007, i.h.k.v. het project ‘Zeeuws Behout’ Scheuren opgevuld, gelijmd en geretoucheerd.

Scholen waren er in Zeeland al vanaf de veertiende eeuw. In 1304 wordt een ‘grote scole’ in Zierikzee genoemd, in Middelburg is de oudste vermelding uit 1365. Naast de scholen die door de overheid gesticht werden, werd op veel plaatsen door de kerk en particulieren onderwijs aangeboden. Jonge kinderen kregen les in lezen, schrijven en rekenen. Oudere kinderen, die Latijn wilden leren – net als het Engels nu de taal die vroeger overal gebezigd werd – konden terecht op de Latijnse scholen in de grotere steden. Voor arme kinderen waren halverwege de zestiende eeuw al speciale armenscholen in Middelburg en Vlissingen.

In al die scholen zaten kinderen van verschillende leeftijden samen in een groot lokaal. Er waren geen klassen of schooljaren, elk kind kreeg van de onderwijzer zijn eigen opdrachten. Vooral op het platteland was de situatie niet optimaal. Kinderen kregen vaak les in kleine bedompte vertrekken van onderwijzers die gedwongen waren hun inkomsten aan te vullen met ander werk. Veel schoolmeesters waren ook nauwelijks voor hun vak opgeleid. Pas aan het eind van de achttiende eeuw kwam hierin verbetering. Tussen 1780 en 1850 veranderde het onderwijs in Nederland sterk. Men richtte kweekscholen voor onderwijzers op, er kwamen nieuwe, speciaal voor het onderwijs geschreven leerboeken en er werden prijsvragen uitgeschreven om nieuwe ideeën over het onderwijs te horen. Met de onderwijswet van 1801 werd klassikaal onderwijs verplicht. Honderd jaar later nam de Tweede Kamer de leerplichtwet aan en moest elk kind van het zesde tot het twaalfde jaar verplicht naar school.