Geschiedenis van de merklap

Wanneer de merklap precies ontstaan is, is tot op heden onbekend. Wel is er een afbeelding van een merklap te zien op een schilderij van Joos van Cleve ‘De heilige familie’, omstreeks 1520 vervaardigd te Antwerpen. De oudste in Nederland aanwezige merklap dateert uit 1608. Waarschijnlijk werden er voor die tijd ook wel merklappen gemaakt, want de eerste gedrukte patronenboekjes van Johann Schonsperger te Augsburg verschenen in 1523. In Nederland werd in het begin voornamelijk naar patronen van moeders merklap of zelf ‘ontworpen’ naar Bijbelse taferelen gewerkt.

Schoolmerklap, gemaakt door Sara Corstanje, 23 maart 1933, Historisch Museum De Bevelanden, Goes. Herkomst: voormalige Museum ’t Waskot in Wemeldinge. Formaat: 25 x 28 cm. Tekst: Sara Corstanje, Chr. School l.o., Westwal, Goes, 23 maart 1933.

Door wie?

Bij het bekijken van iedere merklap vraagt men zich af: wie was de maakster en onder welke omstandigheden werd gewerkt?

Merklappen werden gemaakt door meisjes, in leeftijd variërend van 5 tot 14 jaar, als oefening voor het borduren en merken van het later door hen te maken linnengoed en/of kledingstukken voor hun uitzet. Het alfabet gebruikte men voor het merken van de linnenuitzet en de cijfers om aan te geven hoeveel men van een bepaald soort bezat.

Vroeger was het gebruikelijk om het linnengoed 1 à 2 keer per jaar naar wasserijen en blekerijen te brengen. Om diefstal of verwisseling te voorkomen moest het linnengoed derhalve gemerkt worden. De merklappen werden vaak onder moeders leiding gemaakt, maar ook wel onder leiding van een Matresse (lerares). Dit was veelal de vrouw van de schoolmeester. Rond 1880 kwam de schoolwet waarin werd opgenomen, dat aan de lagere scholen onderwijs gegeven diende te worden in onder andere ‘fraaie handwerken voor meisjes’. Dit was de aanzet voor de welbekende rode schoollapjes.

Hoe herken je een merklap

Als je voor het eerst kennismaakt met een merklap, zie je een grote verscheidenheid in de uitvoering ervan. Ook de benamingen kunnen verschillen. Zo heb je merklappen, letterlappen, stekenlappen en stoplappen. Wat is wat?

Om te beginnen werd vroeger de naam ‘doeck’ veel vaker gebruikt. Bijvoorbeeld merckdoeck, teeckendoeck of naijdoeck. Wanneer dit woord vervangen werd door het woord lap is niet geheel duidelijk, maar een taal leeft en evolueert heel geleidelijk.

In een merklap en een letterlap bestaat in oorsprong weinig verschil, omdat het doel hetzelfde is geweest, namelijk het oefenen van letters voor het merken van de linnenuitzet. De meisjes moesten vroeger ervoor zorgen dat ze een complete uitzet klaar hadden als ze gingen trouwen en alles voorzien van initialen.

Borduurlap, gemaakt door Geertruida van Damme uit Wolphaartsdijk, 1868, Historisch Museum De Bevelanden, Goes. Formaat: 35 x 35,5 cm. Tekst: 1868. G. v. Damme.

Letterlap

Een letterlap noemen we een lap waar uitsluitend alfabetten op geborduurd staan in diverse grootte en uitvoering.

Merklap

Bij merklappen zijn buiten de alfabetten ook nog motieven geborduurd, willekeurig gerangschikt, ook om haar vaardigheid in het borduren te vergroten. Deze motieven hebben vaak een symbolische betekenis. Deze merklappen werden voornamelijk in kruissteekjes geborduurd, maar op sommige lappen zie je ook het gebruik van platstiksteek, koninginnesteek, vetergatsteek en Spaanse oogjes.

Borduurlap

Later, begin 19e eeuw, worden vaak lappen gemaakt waar netjes een rand omheen wordt geborduurd en ook de motieven worden symmetrisch gerangschikt. Hierop is niet altijd een alfabet geborduurd. Men spreekt dan van een ‘borduurlap’.

Stekenlap

Op stekenlappen worden diverse borduursteken en borduurtechnieken geoefend, veelal in wol op grof stramien. Deze dateren veelal van na 1850, toen de wol (vanuit Berlijn) erg populair werd.

Stoplap, gemaakt door Catharina Margareta Saaymans, 1776, Historisch Museum De Bevelanden, Goes. Formaat: 55 x 52 cm. Tekst: Door mijn gedaan, Catharina Margareta Saaymans, door onderwijs van Tannetje Wackeroet voltrocken, den 31 van wintermaand in het jaar 1776 voltooide zij haar stoplap. Catharina is in Middelburg 1763 geboren en in Kortgene 1849 overleden. Zij huwde met Abraham Vader, burgemeester van Kortgene. Haar graf is nog steeds te bezoeken op de begraafplaats in Kortgene.

Stoplap

Stoplappen zijn zeer herkenbaar. Hierop moest men leren stoppen en herstellen van delicate stoffen, zoals bijvoorbeeld damast tafellinnen. Op de goede naaischolen en ook in meisjesweeshuizen werd deze techniek geleerd om later een zelfstandig beroep te kunnen uitoefenen. Om deze techniek te leren werd in de stof een gat geknipt en met contrasterende kleuren (om de fouten, maar ook hoe het echt moet, goed te kunnen zien) de desbetreffende weeftechniek geoefend. Deze lappen werden meestal gemaakt door meisjes vanaf 12 jaar en ouder. De merklap hadden ze dan al gemaakt.

Moderne merklap

Eigenlijk mogen we de moderne lappen die wij nu borduren eigenlijk geen merklap meer noemen, maar een herinneringslap of borduurlap, omdat deze meestal ter gelegenheid van een bepaalde gebeurtenis gemaakt worden. Maar ‘what’s in a name’ als we maar veel plezier beleven aan het borduren van onze ‘merklappen’.

Dit verhaal verscheen ook op de website van Historisch Museum De Bevelanden.

Nieuwe aanwinst, maart 2016, Historisch Museum De Bevelanden, Goes. Stoplap. Formaat: 48 x 46 cm. Initialen: HSL ANNO 1794. Plaats: gemaakt in Deventer (Overijssel). Herkomst: schenking familie De Ridder – Minderhoud. De lap is generaties lang doorgegeven van moeder op dochter en terecht gekomen in Wilhelminadorp. Wie de maakster was is mogelijk nog te achterhalen.