De wederopbouw van Sluis

door Henk Hendrikse

Inmiddels is het zeventig jaar geleden dat architect Jos. Bedaux verzocht werd om in het kader van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog een honderdtal woningen, winkels en bedrijfsgebouwen te ontwerpen en realiseren in Sluis. Na deze periode van nieuwbouw, die omstreeks 1952 eindigde, hebben er nogal wat veranderingen plaatsgevonden die elk op hun manier de oorspronkelijkheid van dit woningcontingent hebben aangetast. Wij beschouwen tegenwoordig een dagelijkse douchebeurt als normaal, we hebben onze leefruimte aangepast aan onze woonwensen, we hebben energiebesparende maatregelen getroffen en al deze veranderende woonwensen hebben gezorgd voor afwijkingen van de oorspronkelijke situatie.

Dinsdagstraat circa 1948. (Prentbriefkaart collectie H. Hendrikse)Dinsdagstraat circa 1948. (Prentbriefkaart collectie H. Hendrikse)

Al deze aanpassingen in en om de woningen maken het steeds lastiger om nog een beeld op te roepen hoe het in 1952 geweest moet zijn. Van de woningen zijn veelal alleen de voorgevels nog redelijk origineel. Veel achtergevels zijn uitgebouwd. In het interieur van de woning voltrok zich in deze ruim zestig jaar de grootste verandering. Kamers en keukens werden uitgebroken en verbouwd, in elke woning kwam een douche of zelfs een complete badkamer waaraan, vanwege de benodigde ruimte, soms een slaapkamer werd opgeofferd. Schoorstenen verdwenen, binnen maar soms ook buiten. Tja, wie stookt er vandaag de dag nog steenkolen in een tijdperk waarin aardgas algemeen gebruikelijk is?

Reconstructie en verbetering

De stad Sluis was, evenals Breskens en Oostburg, na de oorlog als gevolg van bombardementen en beschietingen van de geallieerden verwoest. De historische binnenstad met het prachtige Belfort moest bijna in zijn geheel herbouwd worden. Slechts circa tien procent van de in totaal circa 520 woningen, voornamelijk buiten de kern gelegen, bleef onbeschadigd. In tegenstelling tot de wederopbouw van Breskens en Oostburg is in Sluis gekozen voor wederopbouw volgens het oorspronkelijke middeleeuwse stratenplan. Al vóór het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog was duidelijk dat er actie ondernomen moest worden zodat de inwoners snel na de verwoesting weer konden terugkeren naar hun oorspronkelijke woonplaats. Zo benadrukte het Gemeentebestuur van Sluis in een brief aan de Commissaris van de Koningin, gedateerd 5 maart 1945: ‘Thans moet, ter bewaring van historisch cultuurbezit en (dit is uit zakelijk oogpunt gezien) ter wille van het voor Sluis zoo belangrijke toerisme het stadsbeeld van Sluis d.i. het stadsuitlegplan- meer gaaf en schooner uit het puin herrijzen. Het is juist van het grootste belang om in het stadsaanlegplan de straten, pleinen en weegen te corrigeeren waar ze in de loop der tijden op onjuiste wijze zijn veranderd.’ Dit ‘om de nieuw aan te leggen in de toekomst te bebouwen straten evenals in de bestaande stadsaanleg te wijzigen details, zoo mogelijk, hoofdzakelijk hun in vroegere eeuwen gegeven vorm en beloop zullen dienen te krijgen, voor zover zulks redelijkerwijze mogelijk en verantwoordelijk te achten is.’

Belfort en Markt in 1944. (Collectie Gemeentearchief Sluis)Belfort en Markt in 1944. (Collectie Gemeentearchief Sluis)

Het verzoek van het Gemeentebestuur behelsde dus herstel en reconstructie van het oorspronkelijke stadsplan en verbetering van de infrastructuur waar noodzakelijk. Dat voorstel en de geuite voorkeur van de Gemeente Sluis om het eigen karakter van de oude stad zoveel mogelijk intact te laten is opgevolgd. Het resultaat geeft Sluis, hoewel er nog maar weinig vooroorlogse woningen staan, mede dankzij de gekozen woningtypen van architect Bedaux, toch het karakter van een oud stadje.

Geen would-be antiek Sluis

In de brief van 5 maart memoreert het Gemeentebestuur verder het verleden van de stad Sluis met de volgende woorden: ‘Sluis immers was zeer bezienswaardig en schoon, telde feitelijk maar weinig architectonische belangrijke monumenten, ontleende zijn schoonheid en aantrekkelijkheid dan ook grootendeels aan de harmonie met ongeforceerde wisselvalligheid in de straataanleg en de ietwat vervallen schilderachtig geworden eenvoudige bebouwing met zijn grijze-bruine-bruinrode-okergele en andere kleurstelling. Het zal geen zin hebben om een would-be antiek Sluis op te bouwen. Van het grootste belang is een interessant stadsaanleg dat in zich waarborgen heeft voor een bezienswaardige bebouwingsmogelijkheid.’

Dinsdagstraat omstreeks 1900. (Prentbriefkaart collectie H. Hendrikse)Dinsdagstraat omstreeks 1900. (Prentbriefkaart collectie H. Hendrikse)

De hierboven genoemde geschetste ‘harmonie’ vinden we vandaag de dag nog steeds in die straten van Sluis waar architect Bedaux zijn plannen kon realiseren. Ondanks de afwisselende invulling van de individuele gevels heeft Bedaux het geheel tot een eenheid kunnen smeden die ook in onze eenentwintigste eeuw nog steeds gezien mag worden.

Jos Bedaux. (Collectie Bedaux)Jos Bedaux. (Collectie Bedaux)

Eigen karakter

In vergelijking met de woningen die gebouwd zijn in de jaren zestig onderscheiden de woningen van Bedaux zich vooral door het eigen karakter dat bijna iedere woning van hem heeft meegekregen. Ondanks het feit dat het over het algemeen ‘gewone’ rijtjeswoningen betreft is de architect er toch in geslaagd om elk ontwerp een persoonlijke toets te geven. De ene keer door het toepassen van natuurstenen of metalen gevelornamenten, de andere keer door iets andere ramen of bovenlichten te gebruiken. Ook liet hij de maten van de woningen met regelmaat in breedte en hoogte variëren. De woningen van Bedaux hebben, ondanks de bijna zeventig jaar die ze oud zijn en de verbouwingen die er in de loop der tijd aan hebben plaatsgevonden, hun gezicht, hun oorspronkelijke karakter, voor een groot deel behouden. De ontwerpen van Bedaux steken in kwaliteit ook vandaag de dag nog ver boven de ‘revolutiebouw van de zestiger jaren’ en de latere woningbouw uit.

Stoeppalen in de Smeestraat. (Foto collectie H. Hendrikse)Stoeppalen in de Smeestraat. (Foto collectie H. Hendrikse)

Latere woningbouwplannen

Het tijdperk van de wederopbouw is met de woningen van architect Bedaux, gebouwd tussen 1948 en 1952, niet afgesloten. Het is gevolgd door een aantal latere woningbouwplannen in Sluis. In de zestiger jaren van de vorige eeuw is nog het stratenplan rond de Kloosterstraat met onder andere de hofjes Magdalenahof en Schuttershof gerealiseerd. Daarna is de Grote Maagdenstraat en het Bagijnhof met de bijbehorende villawijk ontwikkeld in de zeventiger en tachtiger jaren en recent nog het inbreidingsplan ‘Het hart van Sluis’. Eind jaren tachtig besloot men om, voor het eerst in de geschiedenis van Sluis, buiten de wallen te gaan bouwen. Door economische omstandigheden duurde het geruime tijd eer het plan ‘Groenevelt’ tot wasdom kwam. Nu we circa dertig jaar verder zijn is het plan, met voornamelijk in de Engelse ‘cottage style’ gebouwde woningen, eindelijk gereed.