Nieuwe typen steengoedbekers uit Sluis

door Henk Hendrikse

Tijdens een noodonderzoek in 2000 is op een terrein aan de Hoogstraat in Sluis bijzonder steengoed uit een beerput verzameld. Dit gebeurde bij het graven van een bouwput ten behoeve van appartementen annex een parkeerkelder. Het vondstmateriaal uit deze beerput moet gedateerd worden tussen 1350 en 1450.

Identieke trechterbekers

Op het eerste gezicht lijkt het bij deze steengoedvondst om producten uit de bekende Duitse productieplaats Siegburg te gaan. Maar een nadere beschouwing doet toch vermoeden dat we hier te maken hebben met voorwerpen uit een ander productiecentrum. Het gaat om twee identieke trechterbekers, waarvan bij allebei de trechter beschadigd is. Om deze reden zal men de voorwerpen dan ook in de beerput gegooid hebben. De bekers zijn van hard gebakken, witbakkende klei met op de buitenkant een oranje vlam. Bij één exemplaar is een klein stukje van de bovenrand bewaard gebleven, zodat we weten hoe hoog de bekers oorspronkelijk waren.

Slanke hals, vlakke voet

Het meest opvallende kenmerk aan deze bekers is hun zeer slanke hals. Dit is onbekend bij de Siegburg-vormen. Onder een bol buikje is verder een opvallende voet geplaatst. Deze voet is geheel vlak; een tweede kenmerk waarom we hier niet met een Siegburg-product te maken hebben. Siegburg-bekers uit de middeleeuwen hebben altijd een geknepen, enigszins holle voet en pas in de zestiende eeuw komen producten met een standring voor.

Eén van twee identieke steengoedbekers uit Beauvais, gevonden in Sluis (SCEZ, Zeeuws Archeologisch Depot inv. nr. 599-4).Eén van twee identieke steengoedbekers uit Beauvais, gevonden in Sluis (Erfgoed Zeeland, Zeeuws Archeologisch Depot inv. nr. 599-4).

Productieplaats Beauvais

Als het productiecentrum dus geen Siegburg is, lijkt slechts één ander centrum voor deze bekers in aanmerking te komen, namelijk Beauvais. Deze plaats in het noordwesten van Frankrijk is vooral bekend om de productie van sgraffito-aardewerk (aardewerk met een sliblaag, waarin voorstellingen zijn gekrast). Op bescheidener schaal zijn er ook steengoedproducten in Beauvais vervaardigd. Waarschijnlijk kenden deze slechts een regionale verspreiding, want tot op heden zijn vondsten van Beauvais-steengoed in Nederland zeldzaam. Alleen in het overzichtswerk van het geproduceerde aardewerk in noordwest-Europa, Rotterdam Papers VI, vond ik enkele vergelijkbare vormen. Maar deze zijn niet identiek aan onze bekers.

Archiefonderzoek

Uit archiefonderzoek is gebleken dat al in 1389 in Beauvais steengoed werd vervaardigd, dat te vergelijken is met Siegburg-producten. Vanaf 1963 zijn in het noordwesten van Beauvais stortplaatsen van pottenbakkersafval gevonden en onderzocht. Dit onderzoek bracht aan het licht dat hier veel verschillende bekervormen geproduceerd zijn. De vorm van de Sluise exemplaren wijkt op de genoemde punten genoeg van Siegburg-producten af om ze aan Beauvais toe te schrijven.

Drinkschaal en een beker van steengoed uit Siegburg (Duitsland) (SCEZ, Zeeuws Archeologisch Depot).Drinkschaal en een beker van steengoed uit Siegburg (Duitsland) (Erfgoed Zeeland, Zeeuws Archeologisch Depot).

Wat dronk men eruit?

Resteert een ander interessant aspect van onze bekers: wat dronk men eruit? Bier lijkt gezien het kleine formaat niet logisch. Dan blijft eigenlijk alleen wijn over. Maar van wijn is vanouds bekend dat het aroma beter tot zijn recht komt wanneer de drinkopening wijd is. De bekende drinkschaaltjes uit Siegburg zouden daar bij uitstek geschikt voor zijn. De inhoud van de Sluise bekers is op 125 cc berekend. Dat is de inhoud van een klein model wijnglas. Maar is de ontdekking van twee identieke bekers die nieuw zijn in de historie van de Zeeuwse archeologie geen reden genoeg om toch een heildronk uit te brengen? Proost!