De eerste hagenpreek op Schouwen en Duiveland

verhaal Huib Uil

Op 7 juli 1566 vond de eerste hagenpreek op Schouwen en Duiveland plaats. Het markeert het begin van de kerkelijke beweging die in de daarop volgende decennia voet aan de grond zou krijgen. Het kreeg gestalte in de vorming van gereformeerde gemeenten in alle plaatsen op ons eiland. Het zijn de voorgangers van de Hervormde gemeenten, nu onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland, maar ook van andere protestantse gemeenten.

De Driekoningenkerk in Noordgouwe, ten tijde van de hagenpreken nog een katholieke kerk. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)De Driekoningenkerk in Noordgouwe, ten tijde van de hagenpreken nog een katholieke kerk. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

Meedogenloze vervolging

De jaren zestig van de zestiende eeuw gaven grote tegenstellingen te zien tussen de landsheer, koning Filips II, en een groot deel van zijn onderdanen in de Nederlanden. Ze lagen op staatkundig en kerkelijk terrein, gecombineerd met economisch slechte tijden. De weerzin tegen de politiek van de Spaanse koning, die niet-katholieken meedogenloos liet vervolgen, werd breed gedragen. Bovendien voelde de adel zich gepasseerd en verzetten de steden zich tegen de aantasting van hun privileges door het streven naar centralisme.

De gereformeerden, die zich naar calvinistisch model in kerkenraden organiseerden, vormden de kern van het verzet. De landvoogdes Margaretha van Parma, die de koning in de Nederlanden verving, toonde zich onder de indruk van de lange stoet van edelen die op 5 april 1566 in Brussel haar een smeekschrift aanboden. Daarin werd aangedrongen op opheffing van de inquisitie en schorsing van de plakkaten. Het antwoord van de landvoogdes was vaag en voor meerdere uitleg vatbaar. Velen interpreteerden het als verzachting van de politiek en als een opening naar vrijheid van godsdienst.

Preken in de open lucht

Het in het openbaar preken in de open lucht nam massale vormen aan. In Zeeland vond de eerste grote bijeenkomst van gereformeerden plaats op 30 juni op Walcheren, in de duinen van Dishoek onder Koudekerke. Precies een week later was dat het geval op Schouwen. Op zondagmiddag 7 juli, tussen drie en vier uur, kwamen drie- à vierhonderd mensen samen bij Noordgouwe. Jacob Jorisz. Baselis, ook wel geschreven als Barselis, een wever afkomstig uit Vlaanderen, hield een preek voor de menigte. Hij was als predikant verbonden aan de nog grotendeels ondergrondse gemeente van Zierikzee. De luisteraars kwamen uit Zierikzee, Brouwershaven en nabijgelegen dorpen. Twee weken later, op zondag 21 juli, werd er opnieuw een samenkomst gehouden, dit keer bij Kakkersweel. De locatie was met zorg gekozen. De rentmeester Bruininck van Wijngaarden, die twee weken tevoren te laat arriveerde, kon met zijn manschappen niets uitrichten. Juridisch gezien bevond de menigte zich op grond waar hij geen rechtsbevoegdheid had.

De Kakkersweel, tussen Kerkwerve en Noordgouwe, in 1993. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, foto C. van de Graaf)De Kakkersweel, tussen Kerkwerve en Noordgouwe, in 1993. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, foto C. van de Graaf)

Beeldenstorm

Vanuit Brussel werd opdracht tot vervolging gegeven. Het stadsbestuur nam een aantal maatregelen maar belette anderzijds niemand om de preek op 21 juli bij te wonen. Het gevolg was dat regelmatig bijeenkomsten werden gehouden. Maar kerkdiensten binnen de stadsmuren werden verboden. Daarom werd, toen het kouder begon te worden, gebruik gemaakt van een meestoof even buiten de Nobelpoort. In Vlaanderen begon op 10 augustus de Beeldenstorm, die zich naar andere gewesten uitbreidde. In Walcheren werden vele kerken van hun beelden ontdaan. In Zierikzee nam het stadsbestuur tijdig maatregelen waardoor er geen sprake was van vernielingen in de kerken of de kloosters. De beelden, die buiten stonden, werden in de toren in veiligheid gebracht.

De Beeldenstorm door Dirck van Delen, 1630 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)De Beeldenstorm door Dirck van Delen, 1630 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Strenge repressie was het antwoord van de Spaanse koning. Velen vluchtten in 1567 naar elders, vooral naar Engeland. Het zou tot 1572 duren voordat terugkeer mogelijk was, ingeluid door de val van Brielle op 1 april van dat jaar. In hetzelfde jaar werd Zierikzee en daarmee Schouwen en Duiveland onder het gezag van prins Willem van Oranje gebracht. Vanaf dat jaar was het preken weer mogelijk, zij het dat dit onderbroken werd door het beleg en de capitulatie van Zierikzee in 1575/1576.

Dit verhaal verscheen eerder onder de titel ‘De eerste hagenpreek’ als column in WereldRegio, 5 juli 2016.