Anti-annexatiebeweging

Toen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog de vrede getekend was, dreigde een nieuw gevaar. België eiste als ‘compensatievergoeding’ Zeeuws-Vlaanderen op. Zeeuwen en Zeeuws-Vlamingen voerden een politieke strijd om één provincie te blijven.

Zeeuws-Vlaanderen bedreigd gebied

Al vanaf de lente van 1915 begon een campagne voor gebiedsuitbreiding waarbij de Belgische regering de eigen pers voedde. Het afsluiten van de Schelde herinnerde de Belgen aan de afscheiding van Nederland rond 1830. Veel Belgen vonden dat Nederland zich pro-Duits opstelde door tijdens de oorlog neutraal te blijven.

Jonge vrouwen uit het Land van Axel dragen kaarten met de tekst: 'Geen annexatie van Nederlandsch grondgebied', op de betoging in Den Haag van 3 juni 1919. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Jonge vrouwen uit het Land van Axel dragen kaarten met de tekst: ‘Geen annexatie van Nederlandsch grondgebied’, op de betoging in Den Haag van 3 juni 1919. (ZB, Beeldbank Zeeland)

De Belgische regering wilde als schadevergoeding twee Nederlandse gebieden annexeren: Zuid-Limburg (vanwege de steenkool) en Zeeuws-Vlaanderen (vanwege de toegang tot de Schelde en Antwerpen). Achter de annexatie zaten dus economische motieven.

In de bedreigde gebieden wachtte men niet werkeloos af. In vrijwel alle plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen werden anti-annexatiecomités opgericht. Zij bombardeerden de regering met petities en telegrammen. De meerderheid van de Zeeuws-Vlamingen voelde zich Nederlander. De voor België rampzalige gevolgen van de Eerste Wereldoorlog toonden aan dat je beter af was in een neutraal land als Nederland.

Pattist en De Hullu: strijders voor de Zeeuwse zaak

Voorman van de Zeeuws-Vlaamse protestbeweging was dominee J.N. Pattist uit Aardenburg. In zijn brochure Zeeuwsch-Vlaanderen Nederlandsch benadrukte hij de hechte band tussen de Zeeuws-Vlamingen en de overige Noord-Nederlanders. “Zeeuwsch-Vlaanderen was Nederlandsch, is Nederlandsch en moet Nederlandsch blijven”, schreef hij vlammend. Een minstens zo felle medestander vond hij in de landelijk bekende historicus en archivaris, de West- Zeeuws-Vlaming J. de Hullu. Ook De Hullu stelde een werkje samen. De strekking blijkt al uit de titel: Zeeuwsch-Vlaanderen, door historie en volksaard Noord-Nederlandsch gebied.

Van d’Ee tot Hontenisse

Pattist vond dat het gebied van Hulst tot Cadzand ‘eigen landje, maar deel van Nederland’ moest blijven. Hij had in 1917 samen met A. Lijsen en J. Vreeken de tekst en muziek voor een protestlied geschreven, dat het Zeeuws-Vlaams Volkslied zou gaan heten: ‘Van d’Ee tot Hontenisse’.

In 1919 kwam het Belgische annexatiestreven nog sterker naar voren. De annexatie-eisen bevorderden een Zeeuws bewustzijn. Het lied ‘Van d’Ee tot Hontenisse’ werd tijdens een landelijke protestbijeenkomst in Den Haag gezongen door Minnie de Jonge. Hierna werd het snel gemeengoed. Bij een ontvangst op Huis ten Bosch in mei 1919, na een andere Haagse demonstratie, verklaarde koningin Wilhelmina dat de Zeeuws-Vlaamse en Limburgse volksliederen overal werden gezongen, ‘ook door de soldaten, wanneer zij op mars zijn.’

Het Zeeuws Volkslied

Een grote groep mensen in heel Zeeland wilde zijn steun aan Nederland betuigen. De hoofdonderwijzer uit ’s-Gravenpolder, D.A. Poldermans (ook schrijver van jongensboeken en dialectschetsen) schreef een Zeeuws volkslied: ‘Geen dierder plek voor ons op aard’. Poldermans behandelde de bedreiging van Zeeuws-Vlaanderen als een algemeen Zeeuwse zaak en vertolkte daarmee het Zeeuws bewustzijn. De muziek werd gecomponeerd door Jan Morks, ‘kapelmeester’ van Middelburg en componist van de legendarische Kleppermars. Poldermans en Morks droegen het Zeeuws Volkslied op aan de commissaris der Koningin, mr. H.J. Dijckmeester.

Het lied werd een blijvertje. Bij allerlei gelegenheden, zoals de nieuwjaarsreceptie van het provinciaal bestuur, brengen de aanwezigen het ten gehore.Anti-annexatiebetoging in Den Haag op 3 juni 1919. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Anti-annexatiebetoging in Den Haag op 3 juni 1919. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Waalse eisen en Vlaamse onwil

In België was men de goede behandeling niet vergeten, die de Belgische vluchtelingen tijdens de oorlog in Nederland ten deel was gevallen. Lang niet iedereen steunde de annexatie-eis. De ‘annexionisten’ waren hoofdzakelijk Franstalige Belgen. Veel Walen vreesden daarnaast echter dat het annexeren van Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg een versterking van Vlaanderen zou betekenen.

De Vlamingen wilden zelfs in meerderheid weinig van de annexatie weten. Volgens hen gaf het geen pas de naaste goede buur Nederland van grondgebied te beroven. De Antwerpse krant De Schelde betoogde dat de Nederlandse positie volgens het Vlaams nationalisme niet mocht afbrokkelen, omdat Nederland als tegenwicht moest dienen voor de Waals-Franse verbondenheid. Enkele Nederlandse kranten toonden opmerkelijk genoeg wél begrip voor de Belgische eisen, zoals De Telegraaf.

Definitieve streep door Belgische plannen

Het opvlammend nationalisme van de Zeeuws-Vlamingen en Limburgers beïnvloedde de internationale onderhandelingen sterk. Vooral de Engelse delegatie was onder de indruk van het sentiment in de Nederlandse grensstreek. Bovendien zat in Engeland niemand op een nieuwe oorlog tussen buurlanden te wachten.Op 5 maart 1919 bracht koningin Wilhelmina een bezoek aan het bedreigde deel van Zeeland. Hierbij werden de patriottische gevoelens krachtig geuit. Ongeveer een maand later kwam uit Parijs het verlossende bericht. Het Nederlandse grondgebied bleef onaangetast. Op 6 juni 1919 bevestigde minister Van Karnebeek van Buitenlandse Zaken in de Tweede Kamer dat er geen Belgische annexatie zou plaatsvinden.

Feest in Terneuzen nadat de annexatiepogingen van België zijn mislukt, 1919. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Feest in Terneuzen nadat de annexatiepogingen van België zijn mislukt, 1919. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Anti-annexionistische Patrijzen

Op 9 september van dat jaar vond in IJzendijke een feestmaaltijd plaats voor de leden van het inmiddels opgeheven anti-annexatiecomité. Op het menu stonden onder meer: Schelde-visch met Oranjesaus en Anti-annexionistische Patrijzen met Pattistsaus. Het dessert: Deputatievruchten, Vredestaart en Eendrachtskoffie.

Literatuur
André Bauwens en Miranda Haak, Bange jaren; Zeeuws-Vlaanderen en de Eerste Wereldoorlog, Aardenburg 2014.
W.C.J.A. de Coninck, Van d’Ee tot Hontenisse; de mobilisatie van de Zeeuws-Vlamingen door een vaderlandslievende predikant uit Aardenburg, in: Archief KZGW 2003, 79-100.
R.H.M. van Immerseel, “’t Is U bekend hoe meer agitatie hoe beter. De geesten zijn warm.”; de Zeeuws-Vlaamse annexatiebeweging in de jaren 1915-1919, in: A.R. Bauwens (red.), Niemandsland in Staats verband, Aardenburg 2004, 339-372.