Tobruk-bunkertjes uit Goes

door Hans Jongepier
verhaal Uit de Zeeuwse klei, gepubliceerd op

In de nieuwe woonwijk Aria te Goes zijn in december 2014 twee bijzondere ‘archeologische’ objecten opgegraven. Het waren twee kleine betonnen geschutbunkers uit de Tweede Wereldoorlog, zogenaamde Tobruk-bunkers. De Duitsers gebruikten ze vanaf 1942 als losstaande gevechtsruimten met een gat aan de bovenzijde. Ze fungeerden vermoedelijk als observatiepost of mitrailleurnest en werden meestal door twee personen bemand.

Complex met grote bunker

Er moeten nog twee of zelfs drie van dergelijke bunkertjes in de directe omgeving hebben gestaan, want ze vormden onderdeel van een complex waarin een grotere bunker een centrale plaats innam. Verder is er niet veel over bekend. Ze zijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw in een diep gegraven kuil de bodem ingeduwd om landbouwgrond te creëren. Nadien is het gebied ook nog opgehoogd. De recente ontgravingswerkzaamheden werden uitgevoerd in opdracht van een geniebataljon van de Koninklijke Landmacht, met medewerking van het Bevrijdingsmuseum Nieuwdorp.

Voorbeeld van een bemande Tobruk-bunker.

Opgespoord

De plaatsen waar de bunkers zich moesten bevinden zijn opgespoord op aanwijzing van oudere mensen en aan de hand van oude luchtfoto’s. De Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland begeleidde de graafwerkzaamheden, om geen archeologische resten ongezien verloren te laten gaan. Bovendien kon op deze wijze duidelijkheid worden verkregen in welke mate bodemlagen en andere archeologische sporen nog intact in de bodem aanwezig waren.

Zwaargewichten

De eerste bunker was overigens nog zonder archeologisch toezicht getraceerd. Deze bevond zich op een diepte van ongeveer 3 meter. De tweede bunker is eveneens op die diepte aangetroffen. De afmetingen van de bunkertjes bedroegen ongeveer 4,20 bij 2,50 bij 2,50 meter. Behoorlijk krap dus. Tijdens het graafwerk zijn geen andere archeologische sporen aangetroffen. De twee bunkertjes zijn enkele dagen later gelicht met een grote kraan. Daarna zijn ze met diepladers naar het Bevrijdingsmuseum Nieuwdorp vervoerd, waar ze een permanente plaats hebben gekregen. Met een gewicht van 30 ton per stuk was dit een hele onderneming.