Strandvisserij

verhaal Willem Vreeke

De strandvisserij in Zeeland is een traditie die nog door enkelen levend wordt gehouden. Vroeger was dit gebruik veel algemener en kwam het overal aan de Noordzeekust voor. Het was er niet het hoofdberoep, maar een nevenactiviteit van mensen die op andere wijze de kost verdienden. In moeilijke tijden was het een uitkomst om zo eiwitrijk voedsel te hebben. Halverwege de 20ste eeuw verviel door de stijgende welvaart de noodzaak daartoe.

Strandvisser Willem Vreeke uit Domburg zet zich in voor behoud van het traditionele ambacht van de strandvisserij.Strandvisser Willem Vreeke uit Domburg zet zich in voor behoud van het traditionele ambacht van de strandvisserij (foto Cees Maas).

Noordzeekust

De strandvisserij werd onder meer beoefend in Domburg en Westkapelle, waar hij een rijke traditie kent. De vroegere strandvisserij aan de zeekust van Zeeuws-Vlaanderen had veel overeenkomsten met de Vlaamse strandvisserij. Tussen Nieuwpoort en De Panne wordt deze nog steeds intensief beoefend. De Vlaamse vissers gebruikten andere netten dan de Zeeuwse vissers. Voor platvis hadden zij het ‘plattenet’. In Oostduinkerke vissen ze nog met trekpaarden en een treknet op garnalen. In Zeeland komt de paardenvisserij niet meer voor, al worden er ’s zomers in Breskens nog wel demonstraties gegeven. De strandvisserij aan de Noordzeekust van Noord- en Zuid-Holland en de Waddeneilanden vertoont weer andere kenmerken. Ook hier verschillen de typen net en de technieken om netten te breien.

Fuiken

Grofweg kan een onderscheid worden gemaakt in visserij met fuiken en met korren (sleep- of duwnetten). In fuiken werden vroeger paling (kleine mazen) en rond- en platvis (grotere mazen) gevangen. De fuiken worden bij laag water opgesteld. Daarna gaat de vloed er over heen en als het dan weer eb is geworden, gaat de visser naar het strand om te kijken wat de fuiken aan vangst hebben opgeleverd.

De fuiken worden bij laag water geplaatst. (foto Gert Janssen)De fuiken worden bij laag water geplaatst (foto Gert Janssen).

Korren

Met sleep- of duwnetten wordt gevist op rondvis, platvis en garnalen. Een sleepnet is een net van ongeveer 20 meter lang dat door twee personen langs het strand in een grote boog door de zee wordt getrokken. Een van hen gaat diep de zee in, de ander blijft dichtbij de laagwaterlijn. Het net is bevestigd aan ronde stokken, waaraan ook treklijnen zitten die over de schouders van de vissers lopen.

Vissen met een sleepnet op het strand bij Domburg.Vissen met een sleepnet op het strand bij Domburg (foto Cees Maas).

Een garnalenkor is een duwnet. Het net is bevestigd aan een plank met een vlaggenstokhouder in het midden, waarin een stevige, twee meter lange stok is gestoken. De visser duwt het net tijdens laag water op kniehoogte (of hoger als de garnalen dieper de zee in zitten) door de zee. Behalve met de kor werd ook wel met een treknet op garnalen gevist. Het model van het treknet wijkt iets af van dat van de kor. Het net wordt leeggestort in een metalen zeef (Zeeuws: zifte). Door deze flink te schudden vallen de kleine garnalen terug in de zee en blijven de grote liggen. Ook bijvangst, als krabbetjes en kleine visjes, blijven dan over. Zij worden teruggezet in zee.

De visser duwt de garnalenkor voor zich uit door de zee.De visser duwt de garnalenkor voor zich uit door de zee (foto Gert Janssen).

Vis

Vis houdt zich vooral op in de omgeving van strekdammen en paalhoofden. Door de stroming ontstaat hier een gunstig leefklimaat voor wieren, algen, garnaaltjes en schelpdieren, voedsel voor grotere vissen. Iedere visser had zijn eigen paalhoofden om bij te vissen. Dat gold als een ongeschreven regel. Na zijn dood ging de plek over op zijn zonen.Een visser houdt rekening met de windrichting, maanstand, springtij (geeft de grootste verschillen tussen de laag- en hoogwaterlijn) en luchtdruk. Met hoge luchtdruk ligt de laagwaterlijn verder de zee in, waardoor de visser zijn fuiken dieper kan zetten en daardoor meer kans op vis heeft.

Kleinschalig

De strandvisserij gebeurt op kleine schaal. In de netten en fuiken worden per keer slechts kleine hoeveelheden vis gevangen. Veelal is dat zeebaars, platvis (tong, schol en bot), garnalen en soms een harder of makreel. In de vroege zomer passeren grote scholen haring de kust, wat later de makreel en geep. Westkapelle staat bekend om de vele geep die er met de hengel wordt gevangen.

Gevaren

De strandvisserij is niet zonder risico’s. De stroming, in het bijzonder in de buurt van de paalhoofden, is verraderlijk en de zeebodem oneffen. Een visser die een sleepnet trekt, verplaatst zich niet lopend maar schuifelt. Met de voeten plat op het zand voelt hij elke oneffenheid. Een waadpak dat vol water loopt, een zwaar (sleep)net waardoor een golf je gemakkelijk omver trekt: allemaal gevaren die altijd op de loer liggen.

Literatuur
Wim Vreeke, De Zeeuwse strandvisserij; netten breien op de traditionele Zeeuwse manier, Vlissingen 2009.