Staand horloge

Door Katie Heyning

Rond 1860 werden in Hulst initiatieven ontplooid voor de oprichting van een instelling waarin ouden van dagen en behoeftige lieden verzorgd konden worden. Het Sint Elisabeth Liefdehuis aan de Pottestraat dat in 1861 werd geopend, werd jarenlang door de zusters Franciscanessen beheerd. Na bijna honderd jaar voldeed de instelling echter niet meer en in 1957 besloot het college van regenten het Liefdehuis in twee afzonderlijke stichtingen te splitsen, het Sint Liduinaziekenhuis en het verpleeghuis De Blaauwe Hoeve. Ter gelegenheid van de oplevering van het ziekenhuis werd in 1960 voor 3.250 gulden ten behoeve van de regentenkamer een staand horloge gekocht bij de firma J.G. Kuiper in Breda. Aan dit geschenk droegen ondermeer de hoofdaannemer en het bestuur van het Sint Elisabethziekenhuis in Sluiskil bij. Toen het Sint Liduinaziekenhuis in 1988 werd gesloten, werd de klok door het bestuur overgedragen aan de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten die het een plaats in zijn museum gaf.

Staand horloge, circa 1730, Museum De Vier Ambachten, Hulst. (Foto: Ivo Wennekes) Afmetingen: 176 x 54 x 29 cm; materiaal kast: eikenhout, wortelnoten fineer, vogelogen-esdoorn fineer, zijde; herkomst: bruikleen Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten, schenking bestuur Sint Liduinaziekenhuis te Hulst, 1988; restauratie Middelburg 2007: Thijs Matthijsse (kast) en Jan Stins (uurwerk).

De eerste staande klokken werden kort voor 1660 in Engeland gemaakt. In Nederland werden zij rond 1680 geïntroduceerd door de Engelse horlogemaker Joseph Norris. Vooral in de achttiende eeuw zijn in Amsterdam, maar ook in andere centra in Nederland vele tientallen exemplaren gemaakt. Het staand horloge uit Hulst is niet gedateerd, maar goed te vergelijken met Amsterdamse klokken uit het tweede kwart van de achttiende eeuw. De vorm van de kast, de onversierde afwerking van het kijkgat en de decoratieve afwerking van de klok wijzen op een datering rond 1730. Opvallend is de randgravering die om de vierkante plaat heenloopt en op de lunet met de maanstand wordt herhaald. Bij latere wijzerplaten loopt deze rand in toogvorm door.

De klok is met twee soorten hout gefineerd: aan de voorzijde met wortelnotenhout, aan de zijkant met vogelogen-esdoornhout. Bovenop staan Atlas met de wereldbol en twee bazuinblazende Faamfiguren. Twee verschuivende manen geven de stand van de maan aan, op de wijzerplaat kunnen dag en datum worden afgelezen. De wisselende figuurtjes op de dagschijf symboliseren de hemellichamen waarnaar de Romeinen de dagen van de week noemden: de zon, de maan, Mars, Mercurius, Jupiter, Venus en Saturnus. Het speelwerk, waarmee verschillende melodiën – het Wilhelmus, het Engelse volkslied en ‘Piet Heyn’ – ten gehore kunnen worden gebracht, werd pas rond 1900 toegevoegd. In het Hulster museum klonk het speelwerk pas voor het eerst na restauratie in 2007. De wijzerplaat is gesigneerd door Koenraat Heck, een vrij onbekende Amsterdamse horlogemaker die werd geboren in 1678 en getrouwd was met Johanna Barentsen. In 1735 komt hij als doopgetuige in de Amsterdamse archieven voor. Vijf jaar later hield hij op 14 juli 1740 zijn eigen tweeling ten doop. Heck huurde in 1742 voor 180 gulden per jaar een huis in de Grote Leidsedwarsstraat. Hij had zich inmiddels verzekerd van een behoorlijk inkomen, dat echter niet zo groot was dat hij zich een dienstbode kon veroorloven. In 1742 werd zijn jaarinkomen op 600 gulden geschat.

Wijzerplaat van staand horloge, circa 1730, Museum De Vier Ambachten, Hulst. (Foto: Ivo Wennekes) Wijzerplaat gesigneerd door Koenraat Heck. Twee verschuivende manen geven maanstand aan. Op de wijzerplaat kunnen dag en datum worden afgelezen. De wisselende figuurtjes op de dagschijf symboliseren hemellichamen waarnaar de Romeinen de dagen van de week noemden: zon, maan, Mars, Mercurius, Jupiter, Venus en Saturnus.

Dergelijke klokken werden niet door één man gemaakt, maar geassembleerd. De horlogemaker die de klok signeerde, was degene onder wiens verantwoordelijkheid de klok werd samengesteld. Een meubelmaker maakte de kast, een beeldhouwer was verantwoordelijk voor de beeldjes en eventueel decoratief snijwerk. Onderdelen als cijferringen en wijzers werden ingekocht. Advertenties in de Amsterdamsche Courant tonen deze gang van zaken duidelijk aan. Zo vroeg Isaac Hiole – gespecialiseerd in het ‘opmaken’ van wijzerplaten (het polijsten, graveren en eventueel vergulden van plaat, ringen en schijven) – in 1699 op deze wijze om klandizie. De gegoten messing figuurtjes rond de cijferring zijn duidelijk seriële producten. Zij zijn op tientallen klokken te vinden en stellen de vier jaargetijden voor. Links boven verbeeldt een jonge maagd met bloemen het voorjaar, rechtsboven symboliseert een vrouw met korenaren de zomer. Onderaan vertegenwoordigen een figuurtje op een wijnton omringd door druivenranken en een verkleumde oude man het najaar en de winter.

Literatuur
Katie Heyning, Zeeuws Behout: Behoud van houten voorwerpen in Zeeuwse musea, Steunfonds voor de Zeeuwse Musea, Middelburg 2007.

Bekijk meer uurwerken op de pagina Collecties.