Reynaert in de beerput

Een tweedaags archeologisch onderzoek naast het stadhuis van Hulst leverde in september 1991 een aantal bijzondere vondsten op, inclusief een ‘nieuw’ verband van de stad Hulst met haar geliefde verhaal van Reynaert de vos. Het onderzoek werd uitgevoerd door het toenmalige Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Middelburg, onder leiding van Robert van Heeringen, destijds provinciaal archeoloog. Aanleiding was de voorgenomen bouw van nieuwe huisvesting voor de ambtenaren van de gemeente.

Messing tabaksdoos met gravering en tekst, achttiende eeuw.Messing tabaksdoos met gravering en tekst, achttiende eeuw.

Wijze tekst

Tijdens het onderzoek tekenden de archeologen sporen op die teruggingen tot in de middeleeuwen. Veel mooie vondsten uit de eerste helft van de achttiende eeuw kwamen uit een beerput, die vlak voor het eind van het onderzoek werd aangetroffen. Laat op de middag, maar net niet te laat. Want gelukkig was er voldoende assistentie aanwezig om de put op tijd te legen. Dit werkje werd geklaard door studenten van de PABO uit Vlissingen en enkele leden van de werkgroep archeologie van de Oudheidkundige kring “De Vier Ambachten”.

Tussen allerlei fragmenten van gebruiksvoorwerpen van aardewerk, honderden pijpenkoppen en scherven van wijnflessen lagen twee grote voorwerpen van metaal. Het eerste was een prachtige, met voorstellingen gegraveerde messing tabaksdoos met in het deksel een wijze tekst van zeven korte regels: So gaat het met / de mens gelijk / men daagelijks / siet wat heeft / de enen vreugt / den anderen / al verdriet.

Een op de onderkant van de doos aangebrachte tekst was wegens corrosie nauwelijks meer te ontcijferen. Opmerkelijk genoeg bleek bij het schoonmaken dat de bijbehorende pijpenkrabber nog in de doos aanwezig was.

Messing of bronzen deurklopper, fabeldier, zeventiende of achttiende eeuw.Messing of bronzen deurklopper, fabeldier, zeventiende of achttiende eeuw.

Fabeldier als deurklopper

De tweede opvallende vondst was een deurklopper in de vorm van een fabel- of fantasiedier. Het lichaam is dat van een leeuw, maar de kop vertoont eerder de trekken van een dolfijn. Tussen de klauwen houdt het fabelwezen een bal, die tevens functioneert als slagpunt. De bevestigingsas aan de andere kant is net boven het scharnierpunt afgebroken. Het gewicht van de deurklopper bedraagt bijna twee kilo, de lengte is 19,3 centimeter.

Deurkloppers zijn al bekend sinds de late middeleeuwen. Vanaf de renaissance komt een type voor met een leeuwenkop; de ring door de bek fungeert hier als slagpunt. Het zoeken naar parallellen van de Hulsterse vondst leverde geen andere exemplaren op als bodemvondst. Dergelijke zware voorwerpen werden, nadat ze in onbruik waren geraakt, dan ook vaak omgesmolten.

Aankloppen bij Malpertuus

Wel vonden de onderzoekers een prachtige afbeelding van een vergelijkbaar exemplaar in een artikel van de Hulsterse historicus K.J.J. Brand. Deze prent van Wilhelm von Kaulbach (1805-1874) beeldt een voorval af uit het bekende dierenepos Van den Vos Reynaarde. Op de afbeelding klopt Bruun de beer aan bij Reynaerts bekende kasteel Malpertuus, om de sluwe vos voor de rechterstoel van koning Nobel te dagen. Hoewel in detail iets verschillend, zijn de overeenkomsten van de Hulsterse vondst met de door Von Kaulbach afgebeelde klopper frappant. Dit past prima bij de traditionele binding van het Reynaertverhaal met de stad Hulst. De deurklopper bevestigde die band nog eens op onverwachte wijze.

Bruun de beer bij Malpertuus (Goethe, Reineke Fuchs, 1846).Bruun de beer bij Malpertuus (Goethe, Reineke Fuchs, 1846).

Literatuur
R.M. van Heeringen, H. Hendrikse, J.J.B.Kuipers en B. Oele (red.), Van gracht tot wacht: stadskernonderzoek aan de Lange Bellingstraat te Hulst; themanr. Nehalennia afl. 89 (Middelburg 1992).
Henk Hendrikse, ‘Uit de Zeeuwse klei: Reynaert in de beerput’, Provinciale Zeeuwse Courant 18 februari 2015.