Samuel en de verwoesting

Door Lennard Maas en Marco van Vulpen

Tijdens het laatste oorlogsjaar lag Bruinisse zwaar onder vuur. De havens van Zijpe en Bruinisse waren voor zowel het Duitse leger als de geallieerden van strategisch belang. Samuel Muller (1895 – 1976) was mosselschipper in Bruinisse. Vanaf het moment dat het Duitse leger over de Westerschelde teruggedrongen werd en Schouwen-Duiveland, maar vooral Bruinisse, in de frontlinie kwamen te liggen, heeft Samuel een dagboek bijgehouden. Zijn dagboek is een goed geschreven relaas van het laatste oorlogsjaar. Niet alleen van de aangrijpende gebeurtenissen in Bruinisse en omgeving, maar ook van het drama dat zich 10 december 1944 bij Slot Moermond voltrok met de ophanging van de Tien van Renesse.

Bruinisse onder vuur

De geallieerden begonnen enkele weken na de landing in Normandië aan de bevrijding van Noord-Frankrijk en België. De opmars ging verrassend snel. Het Duitse 15e Leger met circa 90.000 manschappen werd ingesloten. Voor de Duitsers was er slechts één ontsnappingsroute: via Zeeuws-Vlaanderen de Westerschelde oversteken naar Walcheren en Zuid-Beveland. Op 4 september 1944 maakten de eerste Duitse troepen de overtocht. Op Noord-Beveland, Tholen, Sint Philipsland en Schouwen-Duiveland probeerden de Duitsers hun posities te versterken. De Slag om de Schelde was in volle hevigheid losgebarsten. Op 3 september viel de haven van Antwerpen in geallieerde handen. Daarna verloor het Duitse leger steeds meer terrein.

Op Schouwen-Duiveland zaten verscheidene Duitse militairen die Walcheren en Zuid-Beveland waren ontvlucht. Vanuit Sint Philipsland beschoten de geallieerden op 6 november de havens van Zijpe en Bruinisse. Hier lagen schepen met moegestreden Duitse soldaten. In die nacht landden ongeveer dertig geallieerde soldaten bij Zijpe om naar Bruinisse te gaan en te onderzoeken wat daar de landingsmogelijkheden waren. De geallieerden keerden terug met een aantal krijgsgevangenen. Uit wraak richtten de Duitse soldaten in Bruinisse grootscheepse vernielingen aan. Ook werden Bruinisse en de overige dorpen op Schouwen-Duiveland volledig ontruimd.

Bruenaars inspecteren de schade na het bombardement van 5 januari 1945. (Bron: Brusea)

Op 5 januari 1945 werd Bruinisse het slachtoffer van een groot geallieerd bombardement. Het dorp werd zwaar getroffen. 158 woningen werden totaal verwoest, 109 huizen werden zwaar beschadigd en nog eens 184 licht beschadigd. Stellingmolen De Zwaluw kreeg er zo zwaar van langs dat ze moest worden gesloopt. Bruinisse was nagenoeg van de kaart geveegd.

Samuel Muller als ooggetuige

Eerder al, in februari 1944, was Schouwen-Duiveland geïnundeerd. Uiteindelijk kwam ook Bruinisse onder water te staan. De bevolking werd geëvacueerd. Een aantal dorpelingen keerde na enige maanden terug, om de rommel op te ruimen. Onder hen bevond zich mosselschipper Samuel Muller.

Portret van Samuel Muller (Bron: Brusea)

Op 4 september 1944 trok het Duitse leger zich noordwaarts terug over de Westerschelde, met alle gevolgen van dien voor de Zeeuwse eilanden. In alle vroegte vertrok Samuel die dag met zijn boot naar Krabbendijke om drie varkens op te halen en die later in Bruinisse af te leveren. De tocht verliep zonder problemen. Om 09:00 uur meerde hij af in de veerhaven op Zijpe. Eerst wandelde hij, door het aanwezige water, naar Bruinisse om te controleren of daar alles in orde was. Hij inspecteerde zijn woning en liep daarna terug naar zijn schip om naar de haven van Bruinisse te varen. Dat was voorlopig zijn laatste vaart.

Vanaf dat moment werd Bruinisse een onderdeel van de gevechten die nog maanden zouden voortduren. Samuel zag vliegtuigen van de geallieerden over komen en hun bommen lossen. Hij was getuige van de bombardementen vanaf Tholen die tot doel hadden de Duitsers in en rond Bruinisse op de knieën te dwingen. Maar die verweerden zich heftig. Samuel en andere Bruenaars moesten lijdzaam toekijken hoe aangevoerde Duitse troepen de huizen opeisten, bewoond of niet. Huisraad werd vernield en alles wat los en vast zat geroofd.

De verwoesting in Bruinisse na het bombardement van 5 januari 1945. (Bron: Brusea)

Samuel Muller hield vanaf 4 september 1944 tot 18 juni 1945 nauwgezet zijn dagboek bij. Alles tekende hij op, soms verhalen van horen zeggen, maar in de meeste gevallen zijn eigen getuigenis. Uit zijn dagboek kunnen we opmaken dat Samuel maandenlang, noodgedwongen, hulpverlener was voor anderen in het dorp. Hij repareerde daken, ruimde puin en zorgde voor eten door bijvoorbeeld stiekem op rog te vissen.

Uit zijn dagboek

Ook blijkt uit zijn dagboek dat Samuel de ophanging van de Tien van Renesse van dichtbij meemaakte. Op 2 december 1944 dwongen de Duitsers alle nog in Bruinisse aanwezige bewoners om acuut te evacueren. De Bruenaars gingen te voet de koude en donkere nacht in en moesten vrijwel al hun bezittingen achterlaten. Na een barre tocht vond het merendeel van deze burgers een onderkomen in de buurt van Renesse, waar Samuel net als veel dorpsgenoten tijdelijk onderdak kon vinden. Samuel raakte daar goed bekend met dominee Voorneveld en zijn vrouw. Hij woonde de kerkdiensten bij in de gereformeerde kerk van Haamstede. Op zondag 10 december, de dag dat de Tien van Renesse werden opgehangen, was Samuel bij de ochtenddienst. Hij was er getuige van toen de dominee tijdens de dienst door zijn vrouw werd onderbroken met de boodschap dat hij zich onmiddellijk naar de bunker moest begeven waar de Tien van Renesse gevangen werden gehouden. Dominee Voorneveld gaf daar geestelijke bijstand aan de ter dood veroordeelde verzetsmannen.

Samuel schreef in zijn dagboek dat hij later die dag met enkele andere kerkgenoten in de pastoriewoning bij de aangeslagen dominee en zijn vrouw op bezoek was. Tijdens dit bezoek zagen de dominee en zijn gasten op straat een wagen voorbij komen. Daarop zaten de Tien van Renesse, bewaakt door Duitse soldaten. Hij schreef daarover: ‘Hier -terug in Renesse- hoorden we hoe de mensen ter dood gebracht werden, negen van de tien waren gehangen, één was te zwaar gewond. Zo hingen er negen mensen naast elkaar in de laan van slot Moermond. O gruwel van Mofrika, wanneer komt de dag van vergelding. Hierbij moesten familieleden aanwezig zijn als getuigen ….’

Tentoonstelling

Het dagboek van Samuel Muller, opengeslagen op 10 december 1944, is te zien in de tentoonstelling ‘Het laatste oorlogsjaar’ van Schouwen-Duiveland in museum Brusea. Ook de verwoesting van Bruinisse staat centraal in de expositie. De tentoonstelling in Brusea is onderdeel van de tentoonstellingenreeks over ‘Het laatste oorlogsjaar’ op Schouwen-Duiveland. Dit is een project van de Vereniging Musea Schouwen-Duiveland (VMSD). Naast Brusea zijn in de Museumhaven Zeeland, Streek- en landbouwmuseum Goemanszorg, Brouws Museum en Museum de Burghse Schoole ook tentoonstellingen ingericht over ‘Het laatste oorlogsjaar’. Tentoonstellingenreeks ‘Het laatste oorlogsjaar’ in de vijf musea is te zien tot oktober 2019. Meer informatie.