Janny en de inundatie

Door Marco van Vulpen en Luitzen Bijlsma

Terwijl de rest van Zeeland al in het najaar van 1944 was bevrijd, werd in Schouwen-Duiveland nog fel gestreden. Het eiland bleef bezet en lag in de frontlinie. Op 12 februari 1944 kwam het bevel het eiland te inunderen; onder water te zetten. De bezetter wilde op die manier voorkomen dat de geallieerden hier zouden landen. De bevolking werd gelast het eiland voor 5 maart te verlaten. Het merendeel liet huis en haard achter om te voet of met paard en wagen door de winterkou een veilig heenkomen te zoeken, elders in het land.

Inundatie en evacuatie

De inundaties in de delta van Zuid-Holland en Zeeland in maart en april 1944 waren ingrijpender dan de onderwaterzettingen in bijvoorbeeld de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Naast het stoppen van de bemaling werd hier ook zout zeewater ingelaten, met alle extra schadelijke gevolgen van dien voor de land- en tuinbouw. Onderwaterzettingen boden de mogelijkheid de Duitse kustverdediging in de delta op gelijke sterkte met andere delen van de Atlantikwall te brengen, zonder dat daar extra troepenversterkingen voor nodig waren. Het merendeel van het eiland werd onder 1 meter water gezet; te diep om doorheen te waden of te rijden. Niet diep genoeg echter om met watervliegtuigen op te landen. Alleen de hoger gelegen wegen bleven droog, een gemakkelijk doelwit als de geallieerden toch zouden landen.

De geïnundeerde omgeving van het ringdorp Dreischor. De foto is vanaf de toren van de Adriaanskerk genomen. (Bron: Streek- en Landbouwmuseum Goemanszorg)

Ten noorden van de Oosterschelde waren de inundaties het meest uitgestrekt. De eilanden Tholen en Schouwen-Duiveland verdwenen grotendeels onder water, evenals Sint Philipsland, het oosten van Goeree-Overflakkee, Tiengemeten en het zuiden van Voorne-Putten en de Hoeksche Waard. De bevolking van Schouwen-Duiveland werd gelast het eiland voor 5 maart te verlaten. Eind februari en de eerste dagen van maart kwam een grote volksverhuizing op gang. Alleen de hoger gelegen Westhoek bleef droog en delen van Zierikzee en Noordgouwe. Slechts een klein deel van de bevolking van de 24.000 eilandbewoners bleef achter.

Janny Geluk (1917 – 1998)

Janny Geluk woonde met haar familie op de boerderij ‘Pythagoras’ in Kapelle, tussen Nieuwerkerk en Zierikzee. Janny was op Nieuwjaarsdag 1944 in ondertrouw gegaan met Klaas van Hoeve, een jongen van het eiland, die voor zijn werk verhuisd was naar de net aangelegde Noordoostpolder. Klaas was daar landbouwkundig opzichter. Zij waren van plan medio februari te trouwen in Nieuwerkerk. Met dominee Leene was de kerkelijke inzegening al voorbereid, Janny’s trouwjurk en Klaas’ kostuum hingen klaar.

Het bevel van de bezetter om het eiland onder water te zetten, haalde een streep door hun trouwplannen. Maar er waren belangrijkere zaken te regelen. De familie Geluk, en velen met hen, stonden voor de opgave hun dieren, persoonlijke bezittingen en huisraad naar een veilige plek te brengen. Vervolgens moesten ze op zoek naar onderdak buiten het eiland. Janny besloot samen met broer Vreek naar de Noordoostpolder te evacueren. Haar verloofde Klaas had daar inmiddels de beschikking over een dienstwoning.

Portret van Janny Geluk (1917 – 1998) (Bron: Streek- en Landbouwmuseum Goemanszorg)

Barre tocht

Op een boerenwagen met twee Zeeuwse trekpaarden ervoor vertrokken Janny en Vreek op 21 februari om 4 uur ‘s ochtends in de barre vrieskou richting de Noordoostpolder. Bij het pontje van Zijpe was het een drukte van belang. Veel inwoners van het eiland waren op weg gegaan om een veilig heenkomen te zoeken. De tocht van Janny en Vreek duurde uiteindelijk 9 dagen en voerde langs Steenbergen, Breda, Den Bosch, Arnhem, Deventer, Zwolle en Kampen. Om warm te blijven legden Janny en Vreek het grootste gedeelte van de tocht te voet af, lopend naast de paarden. Er kon gereisd worden tot 20.00 uur ’s avonds, daarna was het spertijd; de Duitse avondklok. Iedere avond was het zoeken naar een plekje voor de nacht.

Onderweg maakten Janny en Vreek gevaarlijke situaties mee. Tussen Breda en Tilburg, bij Vliegbasis Gilze-Rijen, kwamen ze plotseling in het oorlogsgeweld terecht. De vliegbasis, in Duitse handen, werd zwaar onder vuur genomen door Engelse vliegtuigen. Gelukkig werden Janny en Vreek niet geraakt en konden zij hun tocht vervolgen. In de buurt van Nijmegen, bij Lent, kregen ze onderdak in een boerderij. Van slapen kwam het niet. De hele nacht vlogen er Engelse bommenwerpers laag over, op weg naar doelen in Duitsland. Op de negende dag kwamen ze aan in Kampen. Voor het vallen van de duisternis bereikten zij het pontje van Ramspol. Klaas stond Janny en Vreek daar al op te wachten. Hij loodste paard en wagen het kleine pontje op en reed hen vervolgens het nieuwe land van de Noordoostpolder in.

Evacuatie van een gezin met paard en wagen. (Bron: Streek- en Landbouwmuseum Goemanszorg)

Eerste huwelijk in de polder

Janny mocht niet intrekken in de dienstwoning van Klaas, ze waren immers nog niet getrouwd! Janny werd zolang ondergebracht bij een boerengezin in de buurt en ondertussen werd met de nodige voortvarendheid hun huwelijk voorbereid. Op 26 april 1944 trouwden ze alsnog. Het was het eerste huwelijk dat in de Noordoostpolder werd voltrokken. De kerkelijke inzegening in het noodkerkje van Ens kreeg een bijzonder Zeeuws tintje. Dominee Leene uit Nieuwerkerk bleek geëvacueerd te zijn naar Nijkerk, hij kwam naar Ens om het paar te huwen.

Tentoonstelling

In Streek- en landbouwmuseum Goemanszorg in Dreischor is een tentoonstelling ingericht over de inundatie en evacuatie tijdens de Tweede Wereldoorlog op Schouwen-Duiveland. Het persoonlijke verhaal van Janny uit Kapelle komt hierin terug. Deze tentoonstelling is onderdeel van de tentoonstellingenreeks over ‘Het laatste oorlogsjaar’ op Schouwen-Duiveland. Dit is een project van de Vereniging Musea Schouwen-Duiveland (VMSD). Naast museum Goemanszorg zijn in de Museumhaven Zeeland, Museum de Burghse Schoole, Brouws Museum en Brusea ook tentoonstellingen ingericht over ‘Het laatste oorlogsjaar’. Tentoonstellingenreeks ‘Het laatste oorlogsjaar’ in de vijf musea is te zien tot oktober 2019. Meer informatie.