Jacob Roggeveen

Jacob Roggeveen is een van de bekendste ontdekkingsreizigers van Nederland. Hij ontdekte Paaseiland en dat maakte hem in een klap wereldberoemd. Naast ontdekkingsreiziger was hij notaris en raadsheer in Batavia. Ook bracht hij een aantal zeer spraakmakende boeken uit. Een alleskunner dus.

Opleiding en carrière

Jacob Roggeveen werd in 1659 geboren. Zijn vader Arent was een grote stimulans voor Jacob voor wat betreft zijn interesse in zeevaart en ontdekkingen. Arent Roggeveen liet een atlas uitgeven en maakten plannen voor een ontdekkingsreis richting Zuidland (Terra Australis Incognita). De Stille Zuidzee, zoals de Stille Oceaan toen nog werd genoemd, was nog grotendeels onbekend en onverkend en men vermoedde dat daar nog een continent zou moeten liggen. Jacob genoot een goede opleiding en werd notaris. Ook promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk en studeerde hij een tijdje theologie.

Lange Noordstraat 37, Middelburg, enige tijd het woonhuis van Jacob Roggeveen

Lange Noordstraat 37, Middelburg, enige tijd het woonhuis van Jacob Roggeveen.

Batavia en boeken

Begin achttiende eeuw vertrok Roggeveen naar Batavia. Daar werd hij lid van de Raad van Justitie (raadsheer) voor de VOC. Bij zijn terugkeer in Nederland was hij een bemiddeld man. Hij ging echter niet op zijn lauweren rusten. Roggeveen was geïnteresseerd geraakt in de leer van een vrijzinnig predikant: Pontiaan van Hattem. Roggeveen ging zijn geschriften uitgeven. De inhoud van die boeken veroorzaakte nogal wat opschudding. Op een gegeven moment werd hem zelfs de toegang tot Middelburg en Vlissingen ontzegd en trok hij noodgedwongen in bij een vriend in Arnemuiden.

Op reis

Op dat dieptepunt besloot Roggeveen dat het tijd was om op reis te gaan. De plannen van zijn vader lagen er nog. Hij wist de bewindhebbers van de West-Indische Compagnie (WIC) zover te krijgen dat ze toestemming gaven voor de zoektocht naar Zuidland. Het avontuur begon op 1 augustus 1721. Met drie schepen met in totaal 224 bemanningsleden en 70 kanonnen voer Roggeveen via Madeira naar Brazilië en om Kaap Hoorn om vervolgens voorraad in te slaan voor de kust van Chili.

Paaseiland

Tegen de avond van zondag 5 april 1722 kreeg een van de schepen als eerste land in zicht op een plek waar op de kaarten nog geen land of eiland stond vermeld. Omdat het eerste paasdag was, werd het Paaseiland genoemd. Het was lastig om aan land te gaan en terwijl de schepen lagen te wachten, kwam er op 7 april een bewoner van Paaseiland in een klein bootje naar de Thienhoven. Een naakte man die veel kabaal maakte. De ontmoeting maakte op iedereen grote indruk. Jacob Roggeveen deed er verslag van en een fragment hiervan kun je op de muren van het Zeeuws Archief in Middelburg lezen.

Moai-beelden op het door Jacob Roggeveen ontdekte Paaseiland (foto Wikimedia Commons).

Moai-beelden op het door Jacob Roggeveen ontdekte Paaseiland (foto Wikimedia Commons).

Aan land

Het duurde nog drie dagen voor de bemanning aan land kon. Daarbij reageerde de bevolking zo uitbundig dat een paar mannen zich bedreigd voelden. Hoewel Roggeveen het had verboden, werd er geschoten en minstens tien Paaseilanders kwamen om het leven. Uiteindelijk werd het eiland verkend, de bewoners werden bestudeerd en natuurlijk trokken de gigantische moai (immense monolithische beelden van vulkanisch steen) de aandacht. Maar al snel werd duidelijk dat dit niet Zuidland was en werd de reis vervolgd.

Problemen

Er werden nog heel wat eilanden ontdekt, maar het werd duidelijk dat Zuidland niet gevonden zou worden. Roggeveen beschouwde de reis als mislukt. Toen een van de schepen vastliep op koraal en met een groot deel van de voedselvoorraad verging, werd de toestand penibel. Door het gebrek aan eten bezweek een aantal bemanningsleden aan scheurbuik. Er werd nog een onsuccesvolle poging gedaan om te foerageren op het eerder ontdekte eiland Verkwikking, maar daarbij kwam de plaatselijke bevolking in opstand. Er vielen enkele doden en er kwam nauwelijks extra eten bij. Het was duidelijk dat de terugtocht aanvaard moest worden. Er waren toen al honderd bemanningsleden gestorven – vooral aan scheurbuik.

Via Batavia naar huis

De schepen zetten koers naar Batavia. Oost-Indië (nu Indonesië) was VOC-gebied en omdat de schepen voeren onder de vlag van de WIC werden ze in beslag genomen. De bemanning, inclusief Roggeveen, werd gearresteerd en de lading verkocht. De bemanning werd naar huis gestuurd met een VOC-retourvloot. Roggeveen kwam uiteindelijk op 4 juli 1723 terug in Nederland. Daar gaf hij uiteindelijk het laatste deel van de geschriften van predikant Van Hattem nog uit. Ondanks alle ontdekkingen die hij onderweg had gedaan, bleef hij de reis als een mislukking zien omdat het Zuidland niet was gevonden.

In Middelburg is er niet veel dat herinnert aan Roggeveen, maar je kunt nog wel een replica van een moai zien. Deze staat in het Molenwaterpark.

Aankomst Abel Tasman in Nieuw-Zeeland, staalgravure door J.H.M.H. Renneveld, 1865-1870 (Rijksmuseum Amsterdam).

Aankomst Abel Tasman in Nieuw-Zeeland, staalgravure door J.H.M.H. Renneveld, 1865-1870 (Rijksmuseum Amsterdam).

Nog meer ontdekkingen

Roggeveen is de bekendste Zeeuwse ontdekkingsreiziger, maar zeker niet de enige. Twee jaar na Roggeveens reis stuurde de Middelburgse Commercie Compagnie een handelsmissie naar de Stille Oceaan. De reis was geen succes en de schepen werden uiteindelijk ook bij de terugreis via Batavia in beslag genomen. Ondanks de niet altijd even succesvolle ontdekkingsreizen is Zeeland wel zeer aanwezig in de Stille Oceaan. Het door Abel Tasman ontdekte Nieuw-Zeeland is tenslotte een permanente verwijzing naar de Nederlandse provincie.