De ontdekkingsreis van Jacob Roggeveen

Jacob Roggeveen vertrok in 1721 op ontdekkingsreis naar het Zuidland. Hij gaf hiermee uitvoering aan een plan dat zijn vader Arent reeds 40 jaar eerder had bedacht. Dankzij de scheepsjournalen van de reis weten we wat er gebeurd is. Het is een indrukwekkend verhaal. De ontdekking van Paaseiland in 1722 is een van de hoogtepunten. Omdat hij het Zuidland niet vond, zag Roggeveen de tocht als een mislukking. Toch blijft de naam van deze Zeeuw altijd verbonden aan reizen, ontdekking èn Paaseiland.

Expeditie naar het Zuidland

Jacob Roggeveen werkte meerdere jaren aan de uitgave van boeken die hem tot ongewenst burger van Middelburg en Vlissingen maakten. Na enkele moeilijke jaren besloot hij iets heel anders te gaan doen. In 1719 begon Jacob met de uitvoering van een oud plan van zijn vader Arent. Reeds in 1676 had deze met ‘Voorlooper op ’t octroy van de Staten-Generael’ in 1676 voorgesteld een ontdekkingsreis te gaan ondernemen.

Toestemming

Jacob wist na veel onderhandelen met de West-Indische Compagnie (WIC) toestemming te krijgen voor een heuse expeditie. Doel van de reis was de ontdekking van het onbekende ‘Zuidland’. Hij had zelf als opperbevelhebber de leiding over de reis. Jacob Roggeveen was toen 62 jaar oud.

De rede van Texel.De rede van Texel.

Drie schepen

Voor de reis werden drie schepen uitgerust: de Arend, met 32 stukken (= kanonnen) en 111 man, de Thienhoven met 24 stukken en 80 man, en de Afrikaansche Galey, met 14 stukken en 33 man. Zoals gewoonlijk in die tijd bestond de bemanning van de schepen voor een groot deel uit vreemdelingen, namelijk Fransen, Duitsers en Denen. Deze in totaal 224 bemanningsleden en de drie schepen vormden de expeditievloot van Jacob Roggeveen naar het onbekende ‘Zuidland’. Ze vertrokken op 1 augustus 1721 van de Rede van Texel.

Naar Kaap Hoorn

De drie schepen voeren door het Kanaal naar het zuiden. Ze passeerden Madeira op weg naar Zuid-Amerika. Op 15 november 1721 kwamen ze aan bij het Braziliaanse eiland Sint Sebastian. Men bleef er twee weken om verversingen in te nemen. Vervolgens voeren de schepen verder langs de kust van Brazilië en Argentinië richting Kaap Hoorn. Tijdens deze tocht raakte op 17 december de Thienhoven uit het oog. De Arend en de Afrikaansche Galey passeerden de Falkland Eilanden en voeren om Kaap Hoorn.

Stille Oceaan

Omdat opnieuw verversingen nodig waren, koersten de twee schepen af op het eiland Juan Fernandez. Dit eiland lag westelijk van de kust van Chili in de Stille Oceaan, ook wel Grote Oceaan of Pacifische Oceaan genoemd. De oude naam voor deze oceaan is Stille Zuidzee. Toen de Arend en de Afrikaansche Galey hier op 25 februari 1722 aankwamen, zagen de bemanningsleden tot hun grote verbazing de Thienhoven liggen. Deze bleek al een week eerder te zijn aangekomen bij het eiland. Nadat voorraden waren ingenomen, vertrok de herenigde vloot op 17 maart verder in westelijke richting.

Paaseiland

Tegen de avond van zondag 5 april 1722 kreeg de Afrikaansche Galey als eerste land in zicht. Het was op een plek waar op de kaarten nog geen land of eiland stond vermeld. Omdat het die dag eerste paasdag was, noemde men het ‘Paascheyland’ ofwel Paaseiland. Op het eiland zag men vuur en rook, een teken dat er mensen woonden. Vanwege slecht weer en zware branding kon men echter niet zomaar aan land.

Eerste ontmoeting

Op 7 april kwam een bewoner van Paaseiland in een klein bootje naar de Thienhoven gevaren. Kapitein Cornelis Bouwman van de Thienhoven voer in een sloep de man tegemoet. Onder dwang bracht Cornelis hem vervolgens aan boord van het commandoschip de Arend. Daar liet hij de Paaseilander aan Jacob Roggeveen zien. Deze ontmoeting maakte op iedereen grote indruk. In het reisverslag van Jacob en Cornelis komt het uitgebreid aan de orde. Een fragment uit dit verslag is te lezen op de muur van het Zeeuws Archief in Middelburg.

Aan land

Drie dagen later pas lukte het om het eiland zelf te bezoeken. Er gingen 134 bemanningsleden aan land. Vanwege de uitbundige reactie van de eilandbewoners voelden enkele mannen zich bedreigd. Hoewel Jacob het had verboden, begonnen deze mannen toch te schieten. Zij doodden daarbij minstens 10 bewoners.

Verkenning

Nadat de rust was weergekeerd ging men op verder onderzoek. De bemanning bestudeerde de gewoonten van de eilandbewoners. Ook bekeek men de enorme stenen beelden die overal op het eiland te zien waren. Het waren deze beelden die het eiland zo beroemd maakten. De verkenning van het eiland maakte echter duidelijk dat dit niets met het onbekende ‘Zuidland’ te maken had. Paaseiland bleek niet het doel te zijn van de reis.

Moai beelden op het door Jacob Roggeveen ontdekte Paaseiland. (Wikimedia Commons)Moai beelden op het door Jacob Roggeveen ontdekte Paaseiland. (Wikimedia Commons)

Onvindbaar

Op het vervolg van hun tocht ontdekten de overgebleven mannen nog een aantal eilanden. Deze kregen tot de verbeelding sprekende namen als Dageraad, Avondstond, Meersorgh, Goede Verwachting, Verkwikking en Vuyle Eylant. Ondanks deze ontdekkingen werd echter duidelijk dat het ‘Zuidland’ niet te vinden was. Jacob wist dat de expeditie mislukt was. De voorraad eten en drinken op de schepen was inmiddels erg geslonken. Dit maakte de manschappen onrustig en er dreigde zelfs een muiterij.

Roggeveens eilanden nu

Verlies van de Afrikaansche Galey

De schepen vervolgden hun reis op 12 april 1722. Op 19 mei liep de Afrikaansche Galey bij een eiland vast op het koraal. De Afrikaansche Galey was niet meer te redden en ging ten onder. Ze gaven het eiland de naam ‘Schadelijk Eiland’ vanwege het verlies van een schip daar. De expeditie moest de reis voortzetten met twee schepen. Het zag er slecht uit voor de ontdekkingsreizigers. Met de Afrikaansche Galey was namelijk een groot deel van de levensmiddelen verloren gegaan. Mede als gevolg hiervan stierven kort hierna meerdere bemanningsleden aan scheurbuik.

Keerpunt

Op 3 juni 1722 brachten de manschappen een bezoek aan het eiland dat door hen Verkwikking was genoemd. In een poging etensvoorraden te vinden kwamen de eilandbewoners in opstand. Bij de daaropvolgende schermutselingen vielen enkele doden. Tot ieders teleurstelling kwamen de manschappen terug aan boord met “eenige sakken met groene blaatjens en 4 cokernoten (…) zijnde alle het gene zy met deze lanttogt geconquesteert hadden.” (enkele zakken met groene blaadjes en 4 kokosnoten (…) dat is het enige dat ze met deze tocht op het eiland te pakken konden krijgen.) Diezelfde dag nog besloten Jacob en zijn kapiteins niet verder te zoeken, maar naar huis terug te keren. Dit natuurlijk tot vreugde van de overgebleven manschappen. Inmiddels waren immers al ongeveer 100 bemanningsleden gestorven, vooral aan scheurbuik.

Gezicht op Batavia rond 1750 (van memo.malmberg.nl).Gezicht op Batavia rond 1750 (van memo.malmberg.nl).

VOC

De schepen zetten koers naar Batavia. Half juli kwamen ze aan in het eilandenrijk van Oost-Indië (nu Indonesië). Daar werden de schepen enkele malen aangehouden. Het waren immers schepen die voeren onder de vlag van de WIC. Daarmee waren het dus ‘vreemde schepen’ binnen het gebied van de VOC. Elke compagnie had namelijk een eigen ‘territorium’, ook wel octrooigebied genoemd.

In beslag genomen

De twee schepen kwamen op 3 oktober 1722 aan op de Rede van Batavia. Daar werden de schepen in beslag genomen. Ondanks protesten had Jacob niets meer te zeggen over schepen en lading. De bemanning en dus ook Jacob werd gearresteerd en de lading verkocht. Met een VOC-retourvloot van 21 schepen zond men de bemanning naar huis. Het was het begin van een langdurig juridisch gevecht tussen de WIC en de VOC. Op 2 maart 1725 eindigde het geschil met het besluit dat de VOC als vergoeding voor schepen en lading een afkoopsom van 120.000 gulden uitbetaalde aan de WIC.

Terug naar Nederland

Jacob voer mee naar Nederland op het VOC-schip Kommerrust. Dit schip vertrok op 2 december 1722 van de rede van Batavia. Op 4 juli 1723 kwam het aan bij Texel. Jacob reisde vervolgens weer naar Middelburg.

Ondanks de ingrijpende gebeurtenissen tijdens zijn reis hervatte hij zijn oude werk. Hij legde zich toe op de uitgave van het laatste deel van de geschriften van predikant Pontiaan van Hattem. Vier jaar later stierf hij. Ondanks de ontdekkingen bleef de reis voor hem een mislukking. Het Zuidland was immers niet gevonden.

Zeeuws Archief

In het jaar 2000 werd het Zeeuws Archief in Middelburg geopend. Enkele kunstenaars hadden van de Rijksdienst voor Beeldende kunsten opdracht gekregen het gebouw te verfraaien. Kunstenaar Lydia Schouten verwerkte op diverse plaatsen in het gebouw elementen uit de scheepsjournalen van de ontdekkingsreis van Jacob Roggeveen. Naast de ingang aan het Hofplein is op/in de muur een deel van Bouwmans beschrijving van de ontmoeting met de Paaseilander aangebracht. In de hal van het gebouw is op de muur met een metershoog schilderwerk de reis van Jacob Roggeveen afgebeeld. In het Archiefcafé bevinden zich tekstfragmenten uit de scheepsjournalen op de vloertegels. En in de toiletten staan dergelijke tekstfragmenten op diverse wandtegels.

Literatuur
Roelof van Gelder, Naar het aards paradijs; het rusteloze leven van Jacob Roggeveen, ontdekker van Paaseiland (1659-1729), Amsterdam 2012.

Meer informatie op de website van het Zeeuws Archief in de verhalen Naar de navel van de wereld en De tekst op de muur.