Hof te Zande

In Zeeland zijn weinig sporen bewaard van de architectuur die veel in gebouwen van de cisterciënzer kloosterorde werd toegepast. De meest markante voorbeelden vormen de Hof te Zandekerk en de nabijgelegen kloostermuur in Kloosterzande.

Kapel

Wat nu de Hof te Zandekerk heet, is eigenlijk de vroegere kapel van de uithof Te Zande. De abdij Ten Duinen bij het Vlaamse Koksijde gaf in het midden van de 13de eeuw opdracht tot de bouw ervan. Een halve eeuw eerder waren al monniken van deze cisterciënzer abdij in het Hulsterambacht neergestreken. Dat gebeurde nadat zij in 1196 het recht op ontwikkeling van de gronden tussen Ossenisse en Hontenisse hadden verworven.

Hof te Zandekerk. (Beeldbank SCEZ)Hof te Zandekerk. (Beeldbank SCEZ)

De term ‘cisterciënzer’ verwijst naar de religieuze (klooster)orde van de cisterciënzers. Deze werd in 1098 opgericht door Robert van Molesme in de abdij van Cîteaux.

Exploitatie

Met behulp van lekenbroeders gingen de cisterciënzers over tot exploitatie van het gebied rond het huidige Kloosterzande. Vanuit de gestichte uithof werden gronden bedijkt. Vervolgens bewerkten de kloosterlingen de gronden tot vruchtbare landbouwgronden. Deze inspanningen bleken succesvol. Dit blijkt uit het gegeven dat rond het jaar 1250 de houten voorganger van de kapel van Hof te Zande werd vervangen door een bakstenen exemplaar.

Romano-gotiek

De kapel werd in 1579 verwoest, maar in de periode 1609-1614 grotendeels herbouwd. De cisterciënzer bouwstijl is nog goed van het gebouw af te lezen. Vooral het koor van de kerk bevat stijlkenmerken die karakteristiek zijn voor de door de cisterciënzers toegepaste romano-gotiek. Deze kenmerken zijn een rechte koorsluiting, rondboogvensters met kraalprofielen en geprofileerde lijsten om de vensterbogen. Ook valt het gesloten karakter van de koorgevel op, die een stoere, gedrongen soberheid uitstraalt.

Abdijschuren

De cisterciënzers pasten de romano-gotiek overigens niet alleen toe in hun godshuizen. Ze lieten ook de grote, driebeukige abdijschuren in deze bouwstijl optrekken. Een mooi voorbeeld hiervan staat in het Vlaamse Lissewege. Hier bouwden de cisterciënzers van de abdij van Ter Doest rond 1280 een tiendschuur met een afmeting van 55 bij 22 meter. Maar ook in andere plaatsen in de Vlaamse kuststrook staan nog imposante abdijschuren uit deze periode. In Zeeland zijn daarentegen geen exemplaren bewaard gebleven. De Hof te Zandekerk is dan ook een van de weinige voorbeelden van de rond 1300 vanuit Vlaanderen verspreide romano-gotiek in Zeeland.

Baksteengotiek

De Hof te Zandekerk kan eveneens worden gezien als een vroege vertegenwoordiger van de baksteengotiek. Daarvan getuigen onder andere de spitsboogvensters. Dankzij het toepassen van baksteen kan de (gotische) hoogte in worden gebouwd. Rekening houdend met verzakkingen in het opgaand werk werd in Zeeland het (ton)gewelf nog wel in hout uitgevoerd. Deze techniek maakte het mogelijk een ‘hogere hemel’ te creëren dan wat een bakstenen kruisgewelf toelaat.

Bouwmateriaal

Het waren overigens de kloosterorden die de baksteenkunst in Zeeland introduceerden. Op de jonge zeeklei vonden de monniken geen materiaal waarmee zij hun kloosters konden optrekken. Daarbij komt dat de aanvoer van natuursteen van elders kostbaar was. Daarentegen was klei als bouwmateriaal in Zeeland voldoende voorhanden. Vanaf het einde van de 12de eeuw gingen de kloosterorden dan ook over op het bakken van de zogenaamde kloostermoppen.

Kloostermoppen

Deze bakstenen hebben een lengte van meer dan 30 centimeter en zijn 8 tot 10 centimeter dik. Ter plaatse werden mallen gemaakt om deze moppen en ook de profielstenen te vervaardigen. Vervolgens werden de ‘kleiblokken’ gedroogd, gestapeld en gebakken. Tot slot werden de stenen gesorteerd naar hardheid en zuiverheid van maten, om vervolgens te worden toegepast.

Deel van de kapel en muur. (Beeldbank SCEZ)Deel van de kapel en muur. (Beeldbank SCEZ)

Kloostermuur

Anno 2010 vinden we deze kloostermoppen ook terug in de kloostermuur van het voormalige Hof te Zande. Aangenomen wordt dat deze muur in zekere mate origineel is. De toepassing van 17de-eeuwse ijsselsteentjes duidt er echter op dat een aanzienlijk deel van na de middeleeuwen dateert. Desondanks is deze cisterciënzer muur als uniek voor Nederland te bestempelen.

Een storm sloeg in mei 2009 een groot gat in de muur. Het Meldpunt Erfgoed Zeeland, de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed spanden zich daarna in om dit bijzondere erfgoed te behouden en te ontwikkelen.