Het Zeeuwse ieselijk en varianten

IJselijk komt in heel Zeeland voor, vooral in de vorm ieselik, maar in het Land van Axel en Hulst is het ijselijk, zoals in het Nederlands of toch bijna zoals in het Nederlands.

Ieselijk en andere Zeeuwse woorden voor 'erg, vreselijk'Ieselijk en andere Zeeuwse woorden voor ‘erg, vreselijk’.

Herkomst

Het woord ijselijk/ieselijk is afgeleid van het werkwoord ijzen dat ‘verstijven of beven van angst’ betekent. De oorspronkelijke vorm van dat werkwoord is het Middelnederlandse eisen. Eigenlijk zou het werkwoord eizen moeten zijn, maar door associatie met ijs kwamen in het Middelnederlands al vormen als isen, ijsen voor. Deze tendens werd later nog versterkt door de klanksamenval van ei met ij in het grootste deel van het Nederlandse taalgebied in het Vroegnederlands, waarna ijsen en daarna ijzen de definitieve vorm werd. In dialecten waar ei en ij niet zijn samengevallen, zoals in de Achterhoek, komt nu nog eisen in de betekenis ‘schrikken’ voor. IJselijk is dus afgeleid van een Oudnederlands woord egiso dat ‘angst’ betekende, vandaar ‘vreselijk, angstaanjagend’.

Andere ies-woorden

Op de Zeeuwse eilanden wordt her en der ook nog iesbaerlik (ijsbeerlijk) gebruikt. Het gaat hier om een dubbele afleiding, met -baar (zoals in eerbaar) en -lijk (zoals in moeilijk). Het betekent hetzelfde als ieselik. Debrabandere noteert ook nog iesbaermelik in deze betekenis, een verhaspeling van erbarmelijk en ijselijk.

Nog meer Zeeuwse versterkende woorden

Heel tegenstrijdig lijkt het gebruik van barmhartig (bermèrtig) in de betekenis ‘vreselijk’. In het Nederlands kennen we het als ‘medelijden hebbend’: de betekenis sprong als het ware over van degene die barmhartigheid toonde naar degene die het verdiende. Het was ooit in vrijwel heel Zeeland te horen. Barlietig is een typisch woord voor Zuid-Beveland. Bommenabels, ook bekend in het grootste deel van Zeeland, heeft zijn oorsprong in het Franse abominable, dat het zelf uit het Latijn haalde. De a is weggevallen, net zoals dat bij ajuin-juin het geval is. De vorm met a– hoort men nog wel eens in het Land van Axel en het Land van Hulst, uitgesproken als abommenaobel. Zeeuwen zijn inventief om hun taal te versterken. Grouwelijk en ontaard zijn ook verspreid in heel Zeeland bekend in de betekenis ‘vreselijk, heel erg’. Het Woordenboek der Zeeuwse dialecten geeft ook nog afgerazend, allemenselijk, hard en kwaad, machtig, braaf, dapper (vooral van regen), ellendig (ook van het weer), erg en wreed (soms met een f uitgesproken in plaats van met een v), mirakels, onbeschoft, onmenselijk en onmensig, overschroomd en overwonnen, schromelijk, zuiver en veel. Glad is in een versterkende betekenis wellicht het meest gebruikte bijwoord in Zeeland. Uiteraard worden alle genoemde woorden in een net iets andere betekenis gebruikt, maar gecombineerd met een zelfstandig naamwoord kunnen ze dus alle ‘erg, vreselijk’ betekenen. Voorbeelden van de combinatiemogelijkheden vindt men in overvloed in het Woordenboek der Zeeuwse dialecten of op de Zeeuwse woordenbank.

Bronnen
Debrabandere, F. (2005) Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams Etymologisch Woordenboek
Debrabandere, F. (2007) Zeeuws Etymologisch Woordenboek
www.etymologiebank.nl
www.wnt.inl.nl (Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal)
www.zeeuwsewoordenbank.nl (Woordenboek der Zeeuwse Dialecten en Supplement)