Emigratie vanuit Schouwen-Duiveland

Vele Zeeuwen verlieten in de 19de eeuw huis en haard vanwege mislukte oogsten, economische crisis, sociale onrust of geloofsovertuiging. De redenen voor vertrek zijn evenals de aantallen emigranten nogal verschillend voor de afzonderlijke regio’s in de provincie. De bestemming is voor de meerderheid van emigranten wel hetzelfde: de Verenigde Staten van Amerika.

Vroege landverhuizers

Schouwen-Duiveland week helemaal af van het patroon van de Zeeuwse emigratie. Bijna 2.000 Duivelanders vertrokken in de vroege periode halverwege de 19de eeuw. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog gingen er echter nog maar enkele honderden. Dit kwam door de concurrentie van de Franse meekrap en meekrapvervangers en de mislukte aardappeloogst van 1846. De landbouwcrisis leidde er niet tot veel emigratie door de beperkte afhankelijkheid van tarwe. Ook waren er eind 19de eeuw alternatieven voor werkgelegenheid in Rotterdam.

Bruinisse, Korte Ring, circa 1902. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Bruinisse, Korte Ring, circa 1902. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)

Pieken en dalen

Net als de inwoners van Yerseke trokken ook die van Bruinisse naar het Amerikaanse plaatsje West Sayville (staat New York), waar de visserij kon worden voortgezet. In 1920 woonden er 24.450 mensen op Schouwen-Duiveland. In de periode 1900-1920 emigreerden er slechts 417 personen, waarvan er 366 naar de VS gingen.

Materiële redenen (positieverbetering) en immateriële redenen (eerdere emigratie van familie en familieverbanden) waren in deze periode dan ook belangrijker dan economische redenen. Hoewel met pieken en dalen, ging het redelijk goed in de zich moderniserende landbouw.

Advertentie van emigratieagent L. Dooge in de Zierikzeesche Nieuwsbode van 3 september 1846. (Zeeuwse Bibliotheek, Krantenbank Zeeland)Advertentie van emigratieagent L. Dooge in de Zierikzeesche Nieuwsbode van 3 september 1846. (Zeeuwse Bibliotheek, Krantenbank Zeeland)

Pendelen

Er waren ook emigranten die op meerdere plaatsen hun geluk beproefden. Veelal pendelden ze gedurende meerdere jaren tussen Zeeland en hun emigratieland(en). Jacobus Marinus Dieleman uit Zierikzee vertrok in 1898 eerst naar Transvaal (Zuid-Afrika). Daar raakte hij betrokken bij de Boerenoorlog. Hij kwam in 1902 als krijgsgevangene van de Engelsen via Sint-Helena terug naar Zierikzee. Nadat hij failliet werd verklaard, ging hij in 1907 naar Paterson in New Jersey (VS). Daar begon hij opnieuw een winkel.

Daniël de Looze (1872) emigreerde vanuit Zierikzee zelfs driemaal, tweemaal naar Durban in Zuid-Afrika en eenmaal naar Corbondale (Colorado) in de VS.

Literatuur
J.S. Dobbelaar, Zeeuwse emigranten naar de Verenigde Staten van Noord-Amerika (2 delen), uitgave Nederlandse genealogische vereniging afdeling Zeeland, 1990-1991.
Enne Koops, Luctor et emigro, artikelen in: Nehalennia 153-155 (2006-2007).
Hans Krabbendam, Exodus naar de Nieuwe Wereld: Ellis Island en de Zeeuwen in Amerika, Middelburg 1997.
Hans Krabbendam, Vrijheid in het Verschiet; Nederlandse emigratie naar Amerika, 1840-1940, Hilversum 2006.
Nehalennia, themanummers over emigratie vanuit Zeeland naar Amerika: 114 (1997) en 137 (2002).
Robert P. Swierenga, Faith and family; Dutch immigration and settlement in the United States, 1820-1920, New York 2000.
Robert P. Swierenga, For food and faith; Dutch immigration to Western Michigan, 1846-1960, Holland (Mich.) 2000.