Een maliënkolder uit Middelburg

door Joost van den Berg
verhaal Uit de Zeeuwse klei, gepubliceerd op

Het jaar is 1998 en in het centrum van Middelburg vindt een opgraving plaats van het toenmalige Provinciaal Archeologisch Centrum Zeeland. De archeologen zijn op zoek naar de voormalige Westmonsterkerk aan de Markt. Tijdens die zoektocht worden naast deze kerk ook twee laatmiddeleeuwse en vroegmoderne beerputten aangetroffen. In één van deze wordt een stukje militaire lichaamsbepantsering gevonden: een fragment van een zogenaamde maliënkolder.

Kleine ringetjes

Het is een van de weinige fragmenten van maliënkolders die tot dusver in de Zeeuwse bodem zijn aangetroffen. Een maliënkolder is een vest, bestaand uit kleine ringetjes (maliën) die in elkaar zijn geklonken of gesmeed. Dit type metalen vest werd in combinatie met gevoerde leren onderkleding, zoals een wambuis, gedragen als bepantsering.

Maliënkolder uit Middelburg. (Beeldbank SCEZ)

Goedkoper maar minder effectief

Het exemplaar uit Middelburg is gemaakt van een koperlegering. Een maliënkolder was niet zo duur als, maar minder effectief dan een massief harnas (zoals een borstharnas of kuras). Het bood vooral bescherming tegen snijwapens, maar minder tegen pijlen, slagwapens of lans- en speerpunten. Wel kon de drager zich flexibel bewegen, ondanks het gewicht van zijn metalen vest.
De oudste maliënkolders dateren uit het eerste millennium vóór Christus. Deze uitvinding is misschien gedaan in zowel Oost-Azië als Europa. In Europa werden maliënkolders gebruikt door Keltische strijders, maar ook in het Romeinse leger.

Winkeltjes

De overige vondsten in de Middelburgse beerput waarin ook het fragment van de maliënkolder zat, dateren uit de periode 1475-1550. Ze omvatten een groot aantal bijzondere archeologisch objecten, waardoor dit stukje militaria eigenlijk niet opviel. Zo zijn in deze beerput fragmenten gevonden van Spaanse goudlustermajolica, Italiaanse majolicaborden, een Raerens gezichtskruikje, een Spaanse albarello (zalfpot), pijpaarden beeldjes, verschillende versierde messen, rekenpenningen en tasbeugels. Deze vondsten waren vermoedelijk niet gerelateerd aan de Westmonsterkerk, maar hoorden bij de vier of vijf winkeltjes ter plaatse, die gebruikt zullen hebben gemaakt van een gemeenschappelijke beerput.

Literatuur
H. Hendrikse, ‘Leven in de schaduw van de Sint-Maartenskerk – Het vondstmateriaal van de Westmonster’. In: J.J.B. Kuipers, H. Hendrikse & A. van Waarden-Koets (red.), De onderkant van de Markt. De Westmonsterkerk van Middelburg in archeologie en historie (Abcoude 2000) 77-99.