De tragedie van de Kalba

door Jan Kaland
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Vele scheepsrampen hebben zich voor de Westkappelse kust voltrokken. Legendarisch is het ‘viegeschip’ met officieel de sprookjesachtige naam Queen of the Isles. Ook het vergaan van de City of Benares en de Pride of the West en, van later datum, de strandingen van de Achilles, de Pax en de Benares zijn in het collectieve geheugen gegrift. Bijna vergeten is de helletocht van de kleine kustvaarder Kalba in september 1935, die eindigde op het strand voor Domburg.

Op maandagmiddag 16 september 1935, in de haven van Londen, stond de 32-jarige kapitein Hendrik Bakker uit Groningen op de brug van zijn coaster Kalba en gaf het bevel om uit te varen. Een week daarvoor had hij zijn vrouw Jantje Bakker-Kallenkoot en zijn dochter, die normaal meevoeren op de Kalba, moeten achterlaten in het ziekenhuis van Southampton. Het zesjarige kind had een blindedarmontsteking.

De Kalba was een pas vier jaar oud motorschip, maar toch ook nog uitgerust met zeilen. De naam van het schip was afgeleid van de naam van de kapiteinsvrouw en die van hemzelf: Kallenkoot-Bakker. De bemanning bestond, naast de kapitein uit stuurman S. Bolt, de matrozen J.C. Bonninga en K. Brandt en de scheepskok K. Boender.

De Kalba strandt op de paalhoofden voor het Domburgse strand, september 1935. (Familiearchief J. Kaland)

De Kalba ging zonder lading en ook zonder ballast met een half gereefd zeil en een snelheid van 8 knopen op weg naar Antwerpen. Het weer was redelijk, maar de weerverwachting was onheilspellend. In de loop van de avond, toen het schip nog onder de Britse kust voer, ging het steeds harder waaien. Omstreeks half 10 was de zuidwestenwind aangewakkerd tot een storm.

Het zeil werd gestreken maar de ongeladen en ongeballaste Kalba bleef moeilijk te besturen en de bemanning had de koers niet meer in de hand. De gehele nacht was het schip, zoals dat zo mooi heet, een speelbal van de elementen, maar wonder boven wonder ging het toch in de goede richting. Omstreeks 4 uur in de ochtend toonden zich aan de horizon onverwacht herhaaldelijk drie lange lichtflitsen, het morseteken voor de letter O, onmiskenbaar de vuurtoren van Oostende. De zeelieden kregen hoop dat ze een Belgische haven konden bereiken, maar de Kalba dreef hevig slingerend verder af in de richting van de Zeeuwse kust.

Westkapelle kwam in zicht. Om nog enigszins controle te houden werden sleepankers uitgeworpen, maar ook dat bood weinig verbetering. Het bakboordanker ging verloren en de bemanning vreesde dat de ontoombare Kalba ten onder zou gaan. Een ieder wendde de noodvlag aan en vuurpijlen gingen de lucht in, maar hulp of redding was niet nabij. De kapitein wist niets beters te doen dan de reddingssloep te strijken en zijn schip aan zijn lot over te laten.

Alle vijf de opvarenden verlieten hun schip. De reddingsboot sloeg tot twee maal toe om, maar kon met veel moeite toch weer recht worden gezet. Meer dan een uur duurde de strijd met de golven. Aanvankelijk konden vier mannen roeien, maar toen ze ook enkele riemen kwijt raakten, werd de toestand hopeloos. Zo ging het bootje gestuwd door de branding op de wrede Westkappelse zeedijk af.

De Kalba op het Domburgse strand. (Beeldbank Zeeuws Archief, MdbZA_299_395)

De strijd van de Kalba was voor de dijkbewoners natuurlijk niet onopgemerkt gebleven. De torenwachters Bram Waterman en Bertus Postma werden gewaarschuwd. Die herkenden het noodsignaal en vroegen telegrafisch assistentie van een reddingsboot en een sleepboot.

Een grote groep Westkappelaars stond op de dijk om hulp te bieden zodra dat mogelijk was. De sloep was intussen het ijzeren torentje gepasseerd en naderde de glooiing steeds dichter.

Matroos Bonninga droeg een zwemvest en hij zag een kans op redding door in zee te springen. Inderdaad wist hij levend op de dijk te geraken. Het bootje met de overige vier mannen maakte veel water en kapseisde voor de derde keer. De mannen wisten op de omgekeerde boot te klimmen die uiteindelijk te pletter sloeg tegen een paalhoofd. Dat werd Kapitein Bakker fataal. De drie anderen, Bolt, Brandt en Boender redden het wel.

Met de Kalba zelf liep het minder slecht af dan de bemanning had gevreesd. Zij dreef aan de Westkappelse zeedijk voorbij en strandde om 10 uur ’s avonds met de noodvlaggen in top op een paalhoofd voor het Domburgse strand. De Polder Walcheren claimde later dat 100 palen waren beschadigd. De hoge zee wierp het ongelukkige schip uiteindelijk hoog op het strand recht voor de villa Carmen Sylva. Ondanks haar woeste avontuur had het schip weinig schade opgelopen. De scheepsmotor liep nog en de scheepsbel beierde op de wind de dodenzang voor kapitein Bakker.

Advertentie in de Middelburgsche Courant en Zierikzeesche Nieuwsbode van 23 september 1935. (ZB, Krantenbank Zeeland)

De volgende dag trok de gestrande Kalba veel publiek en zij zou enkele weken een attractie blijven. Het lichaam van kapitein Hendrik Bakker spoelde op 23 september 1935 aan op het strand tussen Westkapelle en Domburg, nadat daags daarvoor een beloning was uitgeloofd voor degene die het lijk zou vinden. Later werden ook zijn portefeuille met paspoort en andere persoonlijke documenten op het strand gevonden.

De berging van de Kalba ging niet zonder slag of stoot. Door slecht weer en andere strubbelingen waren diverse bergingspogingen vruchteloos, zelfs nadat Domburgse en Westkappelse dijkwerkers een geul om het schip hadden gegraven. Eindelijk, in de nacht van zaterdag 28 op zondag 29 september 1935 was het rustig weer met een kalme zee en springvloed. De verwachtingen waren hoog gespannen en ondanks het nachtelijk uur waren er veel mensen op het strand en het duin om de bergingspoging gade te slaan. Toch zag de Belgische sleepboot Walvisch geen kans het bergingskarwei te klaren.

Bergingspoging voor de Kalba, september 1935. (Familiearchief J. Kaland)

Bij het volgende hoog tij op zondagsmiddag kreeg de Walvisch assistentie van de Max. Het weer was aanmerkelijk slechter dan de nacht ervoor, winderig en een striemende regen, maar dat verhinderde veel inwoners van Walcheren toch niet om te gaan kijken. Zij waren er getuige van hoe de Kalba terug naar zee werd gebracht en met een beschadigd roer achter de Walvisch Rotterdamwaarts dobberde. Na reparatie heeft zij nog jaren, onder verschillende namen de zeven zeeën bevaren.

Bron: Polderhuisblad, Wasschappels Magazine, jaargang 20, nummer 83, april 2019, p. 4-5.