Hoe de ‘Prins Willem’ tweemaal verging

door Jan Kuipers
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Behalve bekende wrakken als ‘‘t Vliegent Hert’ verwijzen ook replicaschepen naar de dagen van de in 1602 opgerichte Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en haar Kamer Zeeland. De vergankelijkheid valt soms ook zulke nagebouwde schepen ten deel. Van vermaarde replica’s als de ‘Batavia’, ‘Amsterdam’, en de ‘Prins Willem’ (er zijn er meer) ging de laatste weer verloren.

De originele ‘Prins Willem’ werd in 1649-1651 op de VOC-werf in Middelburg gebouwd voor de Kamer Zeeland. Het was het grootste VOC-spiegelretourschip van de zeventiende en waarschijnlijk ook de achttiende eeuw, met een lengte van 68 meter (181 voet), een breedte van ruim 14 meter en een laadvermogen van 1.200 ton. Zij werd genoemd naar de toenmalige stadhouder Willem II. Het schip voerde 54 kanonnen.

Levensloop

In 1651 vertrok de Prins Willem voor het eerst naar Azië. Nadien vocht het schip zoals andere VOC-schepen mee in de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654). Zij was het vlaggenschip van viceadmiraal Witte de With – tegen diens zin –  tijdens de Slag bij de Hoofden tussen de monding van de Theems en het Nauw van Calais, op 8 oktober 1652. De Nederlanders verloren. Later maakte de Prins Willem nog vier retourreizen naar Indië. In 1662 verging zij op de thuisreis met man en muis op de Indische Oceaan, in de buurt van Madagascar. Hiermee kwam een eind aan een relatief kort bestaan, want de meeste Oostinjevaarders gingen zo’n vijftien tot twintig jaar mee.

Schaalmodel en replica

Wel bleef een schaalmodel uit 1651 van de ‘Prins Willem’ bewaard, dat opgesteld staat in het voormalige stadhuis van Middelburg (bruikleen Rijksmuseum, Amsterdam). Scheepswerf Amels in Makkum bouwde in 1984-1985 een replica van het schip voor Oranda Mura (Nagasaki Holland Village), een nagebouwd zeventiende-eeuws Hollands stadje in Japan, aan de baai van Omura bij Nagasaki.

Replica van de Prins Willem; Sail Amsterdam 2005 (foto Dirk van der Made (frg.) / Wikimedia Commons).

Brand!

Na het faillissement van Oranda Mura ging de replica in 2003 op een drijvend dok naar attractiepark Cape Holland in Den Helder. Hier ging zij door brand verloren op 30 juli 2009, waarschijnlijk als gevolg van een kortsluiting in de kombuis. Kort na middernacht rukte de brandweer uit naar de Museumhaven Willemsoord, nadat uit het vaartuig komende rook was gemeld. Aanvankelijk leek de brand snel onder controle, maar het vuur greep vervolgens razendsnel om zich heen.

De ‘Prins Willem’ in brand in Den Helder (fotograaf onbekend).

Op 11 december 2009 werd de geteisterde romp naar de industriehaven in Harlingen gesleept voor een langjarige restauratie. Helaas: deze bleek te duur. Bedrijfsleider Kerkstra van Hoeben Metalen (Kampen) deelde op 31 juli 2014 mee aan RTV Oost dat de laatste delen van het schip de volgende dag zouden worden gesloopt. Er was één kleine troost: de ijzeren delen konden worden hergebruikt ‘voor de bouw van nieuwe schepen’.

Literatuur

Herman Ketting, Prins Willem: een zeventiende-eeuwse Oostindiëvaarder (Bussum 1979).
Jan J.B. Kuipers, De VOC. Een multinational onder zeil, 1602-1799 (Zutphen 2014, 2e dr. 2016).
Jan Kuipers, ‘Schepen, schelpen, vondsten, wrakken. Herinneringen aan Zeeuwse VOC-schepen’, Zeeuws Erfgoed december 2017, 3-6.