Begraafplaats Sinoutskerke

De begraafplaats Sinoutskerke is één van de mooiste en oudste van Zeeland die nog in gebruik is. De funeraire geschiedenis van begraven is op deze begraafplaats goed te volgen. En omdat het een zeer oude begraafplaats is, staan er ook prachtige oude bomen. Hoewel het een kleine begraafplaats is, is er toch veel te zien.

Rechthoekige en ronde begraafplaatsen

De meeste begraafplaatsen in Zeeland hebben een rechthoekige indeling. Het Latijnse kruis werd bij de aanleg vaak als grondvorm gebruikt. Een lang middenpad met een wat korter pad haaks erop. Door uitbreidingen in de loop der jaren is die oorspronkelijke indeling niet altijd meer zo herkenbaar. Enkele begraafplaatsen zijn echter rond van vorm. Dat zijn meestal oude kerkhoven geweest waarvan de kerk is afgebroken. Zo’n soort begraafplaats is Sinoutskerke.

Kerkhoven worden begraafplaatsen

Tot 1829 werden de doden in de kerken of rond de kerken op kerkhoven begraven. Op last van Koning Willem 1 werd dat om hygiënische redenen verboden. Bij Koninklijk Besluit werd verplicht gesteld dat overledenen buiten de bebouwde kom moesten worden begraven. Met als gevolg dat vele nieuwe begraafplaatsen werden aangelegd die aan allerlei eisen moesten voldoen. Kerkhoven in gehuchten werden daarop uitgezonderd, zoals die van Sinoutskerke.

Sinoutskerke

Zoals de meeste dorpen in de Poel is Sinoutskerke in de 12de eeuw ontstaan nabij een kruispunt van twee wegen. Het heeft zich nooit zo kunnen ontwikkelen als de andere dorpen in de zak van Zuid-Beveland. Dat komt doordat het op een smal kreekruggetje is gebouwd. Bovendien werd deze kreekrug nog versmald doordat de dorpelingen de omgeving uitgroeven voor de moernering (turf- en zoutwinning). In de winterperiode was het dan ook omgeven met water. Vanaf de 16de eeuw is Sinoutskerke geleidelijk teloorgegaan. Er zijn slechts enkele huizen overgebleven, het behoort daarmee tot één van de gekrompen dorpen van Zeeland. Het is waarschijnlijk dat het dorp is vernoemd naar de ambachtsheer die het dorp stichtte, de Heer Sinouts.

Historische kaart – 13e eeuw Sinoutskerke (Collectie Koninklijke Bibliotheek van België) C. Dekker, Zuid Beveland; de historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de Middeleeuwen, Krabbendijke 1982. M. Hulsman en R. Hulsman, Bouwen op de grens, gids voor de funeraire architectuur in Nederland, Deel Zuid, Rotterdam 2008.

De kerk van Sinoutskerke

Al in 1196 wordt Sinoutskerke genoemd als parochie in een oorkonde over de verdeling van tienden. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat er toen een kerk heeft gestaan. Deze kerk was gewijd aan de Heilige Maagd en aan St. Maarten. Christenen begroeven hun doden in de kerk of op het hof rond de kerk. Dat zou in Sinoutskerke niet anders geweest zijn. De kerk heeft zijn kwijnend bestaan lang weten te rekken, maar in 1906 was het toch gedaan. Na een brand werd de kerk afgebroken zonder dat er een nieuwe voor in de plaats is gekomen. Het kerkhof is overgebleven. Het is daarmee een zeer oude begraafplaats.

Het lijkenhuisje

Direct na de sloop van het kerkgebouw in 1906 bouwde men het lijkenhuisje. Het is een eenvoudig huisje in traditionele stijl gebouwd met een oude Memento mori steen uit 1637. Vroeger waren de mensen erg bang om levend te worden begraven. Met name in de 19de eeuw tijdens de grote epidemieën van cholera, tering en – vooral in Zeeland – malaria gebeurde dat wel eens. Wel zeven keer teisterden deze ziektes de bevolking. Alle epidemieën tussen 1832 en 1867 tezamen vergden landelijk tegen de 70.000 slachtoffers, waarvan velen in Zeeland. Om het gevaar om als schijndode begraven te worden en om besmetting van erge ziektes te voorkomen, werden zogenaamde lijkenhuisjes gebouwd, ook wel baarhuisjes geheten. Vanaf 1872 was het zelfs verplicht dat elke begraafplaats zo’n huisje had. Tegenwoordig is dat niet meer nodig en worden deze lijkenhuisjes nu gebruikt als opslag van o.a. tuingereedschap.

Lijkenhuisje op de begraafplaats in Sinoutskerke. (Foto Stichting Landschapsbeheer Zeeland)

Memento mori steen

De Memento mori steen uit 1637 die boven de deur van het lijkenhuis is ingemetseld is afkomstig van de gesloopte kerk. Memento mori is een Latijnse zin en staat voor “Gedenk het Sterven” of “Gedenk je sterfelijkheid”. Er wordt gezegd dat de spreuk zijn oorsprong kent uit het antieke Rome. Een Romeinse triomfator zou er tijdens zijn triomftocht door een slaaf achter hem in de wagen aan herinnerd worden dat hij -ondanks zijn overwinning- ook gewoon maar een mens was en net als iedereen zou sterven. Dit was om te voorkomen dat de triomfator zich verheven zou voelen. De tekst van de steen varieert op het bekende: “Vandaag ik, morgen jij”.

Memento mori steen. (Foto Stichting Landschapsbeheer Zeeland)

Klokkenstoel

Toen in ’s-Heer Abtskerke niet meer begraven mocht worden op het hof rond de kerk, nam Sinoutskerke die functie over. Na de sloop van de kerk in 1906 was er geen klok meer om te luiden om de begrafenis aan te kondigen. Dankzij particulier initiatief plaatste de gemeente in 2003 een klokkenstoel.

Bomen

Wat de begraafplaats van Sinoutskerke ook zo intrigerend maakt, is de beplanting. Omdat het een oude begraafplaats is, zijn er prachtige oude bomen te bewonderen. Zo zijn er onder meer oude lindes, treuressen een treurbeuk en een zeer oude taxus te vinden.

Lijst van waardevolle bomen 2012, gemeente Borsele.

Treuressen begraafplaats Sinoutskerke, 1932. (Foto Radboud Mensonides)

Groenblijvende planten

Naast bomen zie je op de begraafplaats veel groenblijvende planten, zoals hulst, taxus, buxus, conifeer en klimop. Gedurende de winter, de periode van de (schijnbare) dood, blijft deze beplanting groen, ze staan daarom symbool voor het feit dat het leven na en zelfs tijdens de symbolische dood, de winter, verder gaat.

De oude taxus (1912) maakt deze begraafplaats heel bijzonder. (Foto Radboud Mensonides)

Gedenkstenen

Grafzerken werden in beginsel liggend in de vloer van de kerk gelegd. Dat gebruik verhuisde mee toen de doden op de begraafplaatsen werden begraven. Deze liggende graf-zerken zijn veelal ook de oudste gedenkmonumenten (meestal eind 19de-eeuws) die op een begraafplaats te vinden zijn. Doordat begraafplaatsen regelmatig worden geruimd zijn er nog maar weinig liggende zerken over. Omstreeks 1900 werden de zerken rechtop gezet om te voorkomen dat de letters (de epigrafie) zoals bij de liggende zerken door weersinvloeden snel vervaagden. De meeste stenen uit begin 20ste eeuw zijn gemaakt uit het grijze hardsteen. Deze gedenkstenen zijn goed te herkennen op de begraafplaats van Sinoutskerke. In de volgende periode, ongeveer vanaf 1960, kwamen de wit marmeren stenen in de mode. Deze waren vrij sober uitgevoerd met minder christelijke symboliek. Je ziet dat de ontkerkelijking dan al toeslaat. Tegenwoordig zijn de gepolijste zwarte of rode granieten grafstenen de trent.

Gedenkstenen (staand en liggend), Sinoutskerke (Foto Radboud Mensonides)

Florale- en andere symbolen op de gedenkstenen

Op de oude gedenkstenen zie je met name florale symbolen. Het meest voorkomende florale symbool is de palmtak. Het verwijst naar het Bijbel boek “Openbaringen”. Door Gods genade staan de overleden uitverkorenen met een palmtak voor Gods troon. De palmtak is het symbool van de godin van de overwinning, Victoria. Het symboliseert de overwinning op de dood. In de Rooms-Katholieke liturgie verwijst de palmtak naar de intocht van Jezus in Jeruzalem. Ook zijn gebroken rozentakken, gebroken bomen, lauwerkransen, korenaren en dergelijke als symboliek op de verschillende gedenkstenen te vinden.

Florale symbolen gedenkstenen.

Omheining

Soms is een graf omheind. Een omheining wordt niet louter gebruikt om de concessie af te bakenen, maar bakent ook symbolisch het domein van de doden af ten opzichte van de levenden.

Grafkruizen

Er zijn zeer verschillende soorten grafkruizen. Zij worden veelal geplaatst voor mensen met een katholieke levensovertuiging. Op de begraafplaats van Sinoutskerke is een Latijns kruis te vinden. Het is een kruisvorm waarvan de verticale arm langer is dan de horizontale. Deze kruisvorm wordt Latijns genoemd, omdat de Romeinen (onder andere) deze kruisvorm gebruikten voor het straffen van misdadigers, deze werden gekruisigd. Het Latijnse kruis staat symbool voor de kruisdood van Jezus door de Romeinen.

Geschreven door Radboud Mensonides