Waterbouwkundige werken van Johannis de Rijke in Japan

Johannis de Rijke (1842-1913) uit Colijnsplaat hield zich in Japan bezig met tal van waterbouwkundige werken. Ze hadden betrekking op de verbetering van de toegang tot havens, de kanalisatie van rivieren en irrigatieprojecten. Het bevaarbaar maken van de Yodogawa rivier in Japan was De Rijkes eerste grote uitdaging.

De Rijke Dam in Mima City, Tokushima. (foto Johan Hoenselaar)De Rijke Dam in Mima City, Tokushima. (foto Johan Hoenselaar)

Havens, dammen en rivieren

Als ingenieur in Japanse dienst ontwierp De Rijke twee strekdammen voor de haven van Osaka, een hogedrukwaterleiding in Osaka en een aanlegsteiger in Kobe. Hij verbeterde de bereikbaarheid van de havens van Tokio en Yokohama. Samen met zijn collega George Escher maakte hij plannen voor het verbeteren van de bevaarbaarheid van diverse Japanse rivieren en voor een tunnelkanaal van het Biwameer naar de stad Kyoto.

Ook ontwierpen zij het plan voor het kanaliseren van de Kisorivier, ten westen van de stad Nagoya op het eiland Honshu. Dit project ging het om het bevaarbaar maken van de rivieren, bescherming tegen overstromingen en irrigatie van het omliggende land. Aan de uitvoering werkte men van 1887 tot 1912. Dankzij de kanalisatie behoorden de overstromingen van de stad Nagoya in het vervolg tot het verleden.

Japan: Honshu met ligging Kyoto, Nagoya, Osaka en Tokio. (bewerkte afbeelding van Wikipedia)Japan: Honshu met ligging Kyoto, Nagoya, Osaka en Tokio. (bewerkte afbeelding van Wikipedia)

Yodogawa

De eerste taak van Escher en De Rijke was het bevaarbaar maken van de Yodogawa rivier. De Yodo stroomt van het Biwameer naar de baai van Osaka op het eiland Honshu. In het gebied viel hen de grote hoeveelheid zand op, aangevoerd door zijrivieren van de Yodo. Dit zand kwam van de kale geërodeerde berghellingen. Ze begonnen met het waterpassen van het terrein en het peilen van Yodo en zijrivieren. Escher wilde in de zijrivieren pijlschalen laten installeren.

Kaart bij het rapport over de tunnels tussen het Biwameer en Kyoto, ingediend door Johannis de Rijke op 23 februari 1884. (National Archives of Japan)Kaart bij het rapport over de tunnels tussen het Biwameer en Kyoto, ingediend door Johannis de Rijke op 23 februari 1884. (National Archives of Japan)

Nederlandse aanpak

In de nacht van 20 op 21 juni 1874 verzakte een deel van een kademuur. Hun Japanse superieur stelde De Rijke en Escher verantwoordelijk. Zij grepen nu terug op een vertrouwde Nederlandse aanpak. Ze ontwierpen een veel glooiendere oever, verdedigd door rijswerk met steenbestorting. Het plan, dat succesvol werd uitgevoerd, bestond uit de aanleg van kribben van rijshout, het beschermen van de oevers en onderwateroevers tegen uitschuring door water, het afsluiten van waterlopen, het wegbaggeren van zandbanken, het voorkomen van aanslibbing door het begroeiingsvrij houden van onderwateroevers en het tegengaan van ontbossing.

Onacceptabel

Op waterbouwkundig gebied moest de Japanners in het begin nog veel worden bijgebracht. Het graven van putten onderaan de dijklichamen en het baggeren van grind tot vlak aan de dijkvoet was onacceptabel. Het kostte Escher en De Rijke het nodige aan geduld, overtuigingskracht en instructies om hierdoor veroorzaakte verzakkingen in de toekomst te voorkomen. Tijdens dit project gaf De Rijke bij het doorbreken of overlopen van dijken vier mogelijke oplossingen: 1) de dijken verhogen en versterken, 2) de rechter- of linkerdijk verleggen en daarmee meer ruimte maken voor vloeden, 3) een nieuwe rivier vormen naast het bestaande bed en 4) de dijken verlagen of geheel weghalen.

Banjirs

De Rijke kreeg in Japan te maken met zogenaamde banjirs. Dit zijn watervloeden die van de bergen afspoelen. Eerst daalt – nog tijdens de regenval – het waterniveau van een rivier om daarna plotseling en hoog te stijgen. De omvang van een banjir hangt af van de hoeveelheid regen tijdens een storm. Van grote invloed zijn de hoogte en aard van het berggebied waar de rivier stroomt.

De Rijke gaf als oorzaken van banjirs:
1) de geologische gesteldheid en de structuur van de bergreeksen waar de rivieren ontspringen
2) extra ontbossing en meer verbouw van gewassen op de berghellingen, als gevolg van de door bevolkingstoename opschuiving van de armere bevolking richting de bergen
3) de wijze waarop bergwegen werden gemaakt en mijnbouw werd toegepast
4) willekeurige handelingen, waaronder het afvlakken van bergen, en de moeilijkheid deze ontwikkelingen te keren
5) het gebrek aan middelen, geld en geschikt personeel om hiertegen maatregelen te nemen, ook al was de wil onder de overheid en bevolking aanwezig.

Dit inzicht in de oorzaken gebruikte De Rijke bij verschillende plannen, die vaak betrekking hadden op het tegengaan van overstromingen.

Overzicht projecten en voorstellen van Johannis de Rijke

Literatuur
J. de Rijke, Banjirs en vloeden in Japan, in: De Ingenieur 15 (1900) 36, 544-548.
L.A. van Gasteren [et al.], In een Japanse stroomversnelling; berichten van Nederlandse watermannen-rijswerkers, ingenieurs, werkbazen, 1872-1903, Amsterdam 2000.
Louis van Gasteren en Ton van Luin, Die eeuwige rijst met Japansche thee; brieven uit Japan van Nederlandse watermannen, 1872-1903, Amsterdam 2003.
Yoshiyuki en Noriko Kamibayashi en Pim de Vroomen, Johannis de Rijke; de ingenieur die de Japanse rivieren weer tot leven bracht, Zutphen 2002.
Y. Kamibyashi, The Background of G.A. Escher, Hollander Engineer who supported J. de Rijke for 40 years, in: Historical Studies in Civil Engineering 19 (1999) 399-406.