‘Stremien’ of ‘zifte’ uit de IJzertijd

door Robert van Dierendonck
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Het gebeurt niet vaak dat je een archeologisch object kunt verbinden met een anekdote uit je eigen verleden. De functie van de pot en de naam van die vorm in het Zeeuws vormen de aanknoping met het verhaal uit mijn jeugd. Mijn beste vriend uit Oostburg – ik spreek nog steeds mijn eigen dialect met hem – is de bron. Hij vertelde dat een onderwijzer van de Openbare school (ik zat op de Katholieke) aan een leerling een plaatje van een vergiet liet zien en vroeg wat het was. “Un stremien”, was het antwoord in dialect. En toen gevraagd naar het Nederlandse woord daarvoor kwam zonder aarzelen, met hypercorrectie: “Een stermijn”.

28 gaatjes

Een van de bijzondere voorwerpen uit de rituele offerkuil van de Kievitshoekweg bij Grijpskerke is een grotendeels complete handgevormde pot met 28 gaatjes in de bodem en het onderste deel van de wand. De gaatjes zijn bewust vóór het bakken van de pot aangebracht en variëren in diameter van twee tot vijf millimeter. Het is een van de weinige lage en open vormen; van de meer dan 220 potten uit de kuil zijn de meeste hoger en meer gesloten. Verder is opmerkelijk dat de pot zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde een glad oppervlak heeft. Dit heeft zeker ook te maken met de beoogde functie, want bij de meeste handgemaakte potten met een geglad oppervlak is dit beperkt tot de buitenzijde. Deze polijsting, aangebracht met een polijststeen, heeft vooral als doel de wand van de pot dichter en minder poreus te maken. De pot is uniek, hoewel er nog twee scherven zijn uit de kuil met drie en vier gaten.

De rituele kuil is te plaatsen in de Late IJzertijd, rond 185 voor Christus. Vermoedelijk is de kuil het overblijfsel van een aantal rituele handelingen van de toenmalige bewoners van het hele noordelijk deel van Walcheren.

Bodem van IJzertijdvergiet of -zeef uit Grijpskerke.

Geen zekerheid

Vaak is de vorm voor kaasvorm aangezien, maar een knik in de wand maakt dit minder waarschijnlijk. De pot zal eerder gediend hebben om fijne delen van een natte of droge stof te zeven of om vaste delen van vloeibare delen te scheiden. Zo kan die gediend hebben, eventueel in combinatie met een zeefdoek, om melk of water te filteren. Een andere mogelijkheid is het zeven van zelfgemalen meel of het laten uitlekken van natte producten.

We kunnen dus niet met zekerheid zeggen of het een stremien was of een zifte (zeef).