Huisnamen in Middelburg

Een bijzonderheid van oude panden zijn huisnamen. We kijken daarvoor met name naar de provinciehoofdstad, omdat Middelburg een grote variëteit aan woonhuismonumenten kent. Ook komen hier nog zeer veel huisnamen voor.

Stenen huizen

Aan het einde van de middeleeuwen kwam een ‘versteningsproces’ op gang. Rijke kooplieden en patriciërsfamilies waren de eigenaars van de eerste stenen huizen in de steden (vergelijk de stenen pakhuizen in bijvoorbeeld Brugge en Gent, die al uit de dertiende eeuw dateren). De oudste ‘steenhusen’ in Middelburg verrezen aan de Markt. Zo dateert het huis Domburch (afgebroken in 1833) vermoedelijk al uit de vroege veertiende eeuw. Het heette naar de oorspronkelijke eigenaren: de familie Van Domburch.

De Gouden Nobel, Sint-Janstraat, Middelburg. De naam van het huis staat boven de deur. Foto uit 2010.De Gouden Nobel, Sint-Janstraat, Middelburg. De naam van het huis staat boven de deur. Foto uit 2010.

Adressering

Huisnamen waren in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw heel normaal. En heel praktisch. In een tijd dat er al wel straatnamen, maar nog geen huisnummers bestonden, waren huisnamen duidelijke oriëntatiepunten. Deze functie is vergelijkbaar met de rol van gevelstenen in deze periode. Een adressering zou bijvoorbeeld kunnen luiden: ‘Aan Monsieur Donselaar, in De Gouden Nobel, Sint Janstraat, Middelburg’. Maar waar komen die huisnamen nu vandaan en wat betekenen ze?

Zicht op een deel van de Grote Markt, Middelburg, gezien naar de Lange Delft tijdens een marktdag. Foto van omstreeks 1894. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, foto E. Helder)Zicht op een deel van de Grote Markt, Middelburg, gezien naar de Lange Delft tijdens een marktdag. Foto van omstreeks 1894 (Zeeuws Archief, KZGW, Zelandia Illustrata, foto E. Helder).

Beroep

Vaak hebben de namen te maken met het beroep van de eigenaar. Zo heette het huis De Gouden Nobel aanvankelijk De Nobel. Een nobel is een middeleeuwse gouden munt afkomstig uit Engeland. Tot in de zeventiende eeuw circuleerden deze munten veelvuldig in de Nederlanden. Het ligt dus voor de hand te veronderstellen dat de naamgever van dit huis met geld van doen had, een handelaar was.

Goud

Opvallend is trouwens de concentratie van namen met ‘goud’ of ‘verguld’ in een deel van de Middelburgse Sint Janstraat, zoals De Vergulde Lantern, ’t Goude Bieske, De Gouden Nobel, de Vergulde Kleerborstel, De Gouden Tafel, ’t Gouden Hengsel, de Drie Vergulde Hoeffysers en De Vergulde Schoe. Een echte ‘goudkust’ dus. Overigens waren dit soort concentraties van namen met kleuren of metalen niet ongewoon. Ook elders kwam dit voor.

Naam en gevelsteen in pand De Vergulde Schoe aan de Sint-Janstraat in Middelburg. Foto uit 2010.Naam en gevelsteen in pand De Vergulde Schoe aan de Sint-Janstraat in Middelburg (2010).

Plaatsnaam

Namen die verband houden met beroepen vormen dus één categorie. Plaatsnamen zijn een andere. Dat kan de plaats zijn waar de bouwer of eigenaar vandaan kwam: Aagtekerke, Amsterdam, ’s Hertogenbosch. Of de plaats waarmee handel gedreven werd: Bretagne, Canton of Curaçao.

Scheepvaart

Aangezien Middelburg een belangrijke haven- en handelsplaats was, hebben ook veel namen met scheepvaart van doen. Scheepsnamen, als De Bruinvisch, De Fortuin, De Hazenwindhond, en Het Vliegend Hert. Of namen als Stierman’s Gerieff (dit is het gerief van de stuurman – een winkel in scheepsbenodigdheden dus, of mogelijk een lokaliteit van bedenkelijk allooi?) en de Bootsgezellenmaaltijd.

Bestemming

Ook de bestemming van een pand kan met de naam verband houden. Zo bevindt zich op de hoek van de Londensekaai en de Segeersstraat Het Biercomptoir. Dit is het oude bieraccijnshuis, waar de stedelijke belasting op bier geregeld werd. Deze belangrijke belasting voorzag de stad lange tijd van veel inkomsten. Bier was immers een echte volksdrank. Dit kwam mede door de slechte kwaliteit van het drinkwater, dat meestal afkomstig was uit de stadsgrachten. Deze grachten fungeerden echter ook als een soort open riolen. In 1564 werd door het stadsbestuur bevolen dat vóór dit bieraccijnshuis altijd een ruimte ter lengte van twee schepen moest worden vrijgelaten ten behoeve van de bierschepen.

Pand Het Biercomptoir aan de Londensekaai in Middelburg. Foto uit 2010.Pand Het Biercomptoir aan de Londensekaai in Middelburg (2010).

Herontdekking

Met het opkomen van de huisnummering in de negentiende eeuw raakten de huisnamen in onbruik. Veel namen, die zich meestal boven de deur bevonden (en bevinden), werden toen overgeschilderd. In 1904 vervaardigde M. Fokker zijn ‘Proeve van eene lijst bevattende de vroegere namen der huizen in Middelburg’. Deze inventarisatie diende in de jaren zeventig van de twintigste eeuw als uitgangspunt voor het project ‘huisnamen en documentatie van huizen in Middelburg’. Een groot aantal vrijwilligers bracht in enkele jaren tijd heel veel gegevens over oude huizen, hun namen en hun bewoners bijeen. Die gegevens, geordend op huisnaam, straatnaam en familienaam (van bewoners en eigenaars) zijn in het Zeeuws Archief in Middelburg in te zien.

Aandacht

Er is tegenwoordig gelukkig weer meer aandacht voor dit kleine stukje cultureel erfgoed. Zo stelde Ed de Graaf een omvangrijk boek samen over de betekenis en achtergronden van de Middelburgse huisnamen. Het valt toe te juichen als er weer een naam op een oud pand wordt aangebracht. Maar dan wel graag een authentieke naam en geen fantasienaam.

De oorspronkelijke namen kunnen trouwens nogal eens wonderlijk of bizar zijn. Wat te denken van een huis met de naam De Groote Doodkiste? Dat huis in de Lange Geere, gelegen naast De Kleyne Doodkiste, is echter inmiddels verdwenen. Alleen de naam rest ons nog.

Omslag boek 'd'Guld Waerrelt. De wondere huisnaamwereld van Middelburg' door Ed de Graaf.Omslag boek ‘d’Guld Waerrelt, de wondere huisnaamwereld van Middelburg’ door Ed de Graaf.

Elders in Zeeland

Ook in andere Zeeuwse plaatsen komen nog vele huisnamen voor, zij het in mindere mate als in Middelburg.

Literatuur
Ed de Graaf, d’Guld Waerrelt; de wondere huisnaamwereld van Middelburg, Vlissingen 2005.