Het voormalige Proefstation voor de Fruitteelt

Sedert 2007 huist het hoofdkantoor van Het Zeeuwse Landschap, na een grondige interne verbouwing, in het voormalige Proefstation voor de Fruitteelt in Wilhelminadorp.

Het gebouw anno 1960

Strak, sober en functioneel

Het gebouw valt niet op vanwege aantrekkelijke architectuur en velen zullen het tamelijk sober en typisch jaren vijftig vinden. Het Proefstation is inderdaad een typisch bouwwerk uit de Wederopbouwperiode (1940-1965). Dit was een periode van vernieuwing in de architectuur, door nieuwe materialen en werkwijzen. Strak, sober en functioneel waren algemene uitgangspunten. Het ontwerp van het Proefstation is van een Rotterdams architectenbureau. In 1957 werd met de bouw begonnen.

Kantoor van Het Zeeuwse Landschap

Wederopbouw

In Zeeland is veel naoorlogse architectuur aanwezig, vanwege de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog, schade door de watersnoodramp, en, in het buitengebied, de gevolgen van de ingrijpende ruilverkavelingen in de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw. Echter, in de steden en dorpen zijn vele gebouwen uit de Wederopbouwperiode door recentere nieuwbouw verdwenen. Vanaf 2001 drong de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, nu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, dan ook landelijk aan op behoud en hergebruik van bouwwerken uit deze kenmerkende periode van de Nederlandse architectuurgeschiedenis.

Verbouwing

Het Zeeuwse Landschap heeft het Proefstation zowel van buiten als van binnen grotendeels ongewijzigd gelaten. Alleen twee aan het gebouw verbonden kassen, waarin kweekexperimenten met potplanten uitgevoerd werden, zijn gesloopt. Evenals een bijgebouwtje dat in de jaren zeventig was geplaatst. De werkhal aan de achterkant van het gebouw is omgevormd tot een grote vergaderzaal.
Zo blijft dit gebouw als typisch voorbeeld van de Wederopbouwperiode weer voor lange tijd gespaard. Enkele bijzondere fruitboomsoorten bij het gebouw, toentertijd aangeplant door de fruitteeltonderzoekers, herinneren aan de oorspronkelijke functie van het gebouw.

Kantoor Stichting Het Zeeuwse Landschap

Ecologie

De fruitteelt en het natuurbeheer zijn beiden werkvelden waarbij de ecologie een belangrijke rol speelt. In de ecologie wordt een plant of dier, maar ook een gehele levensgemeenschap, bestudeerd in samenhang met zijn omgeving. Deze nogal weidse definitie geeft al aan dat deze wetenschap een breed spectrum van onderzoeksvragen omvat. Het kan bijvoorbeeld gaan om onderzoek naar de achtergrondfactoren van de ontwikkeling van de populatie van een schadelijk insect in een boomgaard, en de eventuele mogelijkheden om middels ingrijpen deze ontwikkeling te beïnvloeden. Maar, als het om natuurbeheer gaat, kan het ook gaan over bijvoorbeeld het verband tussen peilbeheer van het grondwater in graslandreservaten en de aantallen weidebroedvogels die in dat gebied voorkomen.

Monocultuur

Boomgaarden vormen, zoals alle landbouwgewassen, een onnatuurlijke monocultuur, met als gevolg dat hier het voorkomen van (schadelijke) insecten en schimmels makkelijk tot een plaag kan uitgroeien. Het is dan ook logisch dat een groot deel van de huidige ecologische kennis middels landbouw- en fruitteeltkundig onderzoek tot ontwikkeling gekomen is. Eén van de eerste Nederlandse hoogleraren in de ecologie, professor D. J. Kuenen, is dan ook zijn loopbaan begonnen als entomologisch onderzoeker bij het Proefstation in Wilhelminadorp.

Geïntegreerde plaagbestrijding

Sinds de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw is het onderzoek naar milieuvriendelijke bestrijding van plagen in de fruitteelt tot ontwikkeling gekomen. Bittere noodzaak, want inmiddels was duidelijk wat de toenmalige breed-spectrum spuitmiddelen aan ecologische en milieu-schade hadden veroorzaakt. In de fruitteelt ging men over op de zogenaamde ‘geïntegreerde plaagbestrijding’: minder vaak spuiten, gebruik van selectievere middelen die sneller afbreken en het uitzetten van roofinsecten. Het gehele werkschema van de geïntegreerde plaagbestrijding is grotendeels door de onderzoekers van het toenmalige proefstation ontwikkeld.

Ecologische footprint

Inmiddels is duidelijk dat de teruglopende biodiversiteit ons noopt tot een verdergaande aanpak. Er wordt hard gezocht naar manieren om ons voedsel te verbouwen met een zo klein mogelijk ecologische footprint. Ook in de fruitteelt wordt gezocht naar nieuwe, meer duurzame methoden, zij het niet meer vanuit het proefstation in Wilhelminadorp.
Daar huist nu Het Zeeuwse Landschap. Een terreinbeherende organisatie, die zich niet meer alleen op het beheer van zijn natuurgebieden richt, maar ook actief is op het gebied van de natuur-inclusieve landbouw. Vooralsnog gericht op twee pijlers: het terugbrengen van de oude boerenlandnatuur en op het ontwikkelen van zoute teelten in combinatie met een aantrekkelijk landschap.

Boerenlandnatuur

Bron: ZEEUWSLANDSCHAP 23/3