Gelukkig hebben we de tekeningen nog!

door Bernard Meijlink

Na een zware storm vonden Domburgers op 5 januari 1647 aan het strand zo’n vijfentwintig fraaie votiefaltaren uit steen, volgens de inscripties in het Latijn gewijd aan de tot dan toe onbekende godin Nehalennia. De altaren werden in een hoek van de plaatselijke kerk gestapeld. Enthousiast maakte men tekeningen van de altaren om de rest van de Republiek op de hoogte te stellen van de opmerkelijke vondst. Hier mogen we blij om zijn, want in 1848 ging de kerk van Domburg in vlammen op. Een groot deel van de votiefaltaren ging daarbij verloren of raakte beschadigd.

Nehalennia-altaren ontdekt op het Domburgse strand. Tekening van A.C. Bonn uit 1805 naar een schets van Hendrik van Schuylenburgh, 1647 (Zeeuws Archief).

Nehalennia-altaren ontdekt op het Domburgse strand. Tekening van A.C. Bonn uit 1805 naar een schets van Hendrik van Schuylenburgh, 1647 (Zeeuws Archief).

Voet op voorsteven

Nehalennia was niet zomaar een lokale godin, opgenomen in de Romeinse cultus. De godin zit of staat onder een schelpvormig baldakijn: het teken van een hemelgodin.  Soms staat zij als een echte zeegodin met een voet op een voorsteven van een schip. Maar vaker zit zij met aan de ene zijde een mand vol fruit, symbool voor vruchtbaarheid en overvloed. Aan de andere kant kijkt een hond omhoog naar de godin. De betekenis van de hond is niet helemaal duidelijk. Het kan wijzen op trouw, al gaat het verhaal ook dat op de Noordzee een groep hellehonden rondwaarde, in bedwang gehouden door Nehalennia.

Tempel

Nehalennia draagt een korte schoudermantel. Deze schoudermantel is nergens anders bekend en getuigt van lokale klederdracht. Opvallend is dat in de tekeningen ook misvattingen kunnen ontstaan. Zo wordt haar kapsel met wijd gerolde krul in de tekeningen steevast misverstaan als een haarkapje. De vondst van de votiefaltaren is een duidelijke aanwijzing voor een tempel gewijd aan Nehalennia bij een belangrijke haven: Romeins Domburg.

Tekening van een van de Domburgse altaren.

Tekening van een van de Domburgse altaren.

Altaar als dank

De inscripties op de altaren getuigen van handelaars over zee in onder meer zout en vissaus. Ze beloofden de godin bij vertrek een geschenk voor een voorspoedige reis. Bij een behouden terugkeer losten zij hun gelofte in en plaatsten als dank een votiefaltaar. Enkele altaren zijn nog te zien in musea. Van de andere hebben we gelukkig de tekeningen nog.

Bernard Meijlink is archeoloog bij de Walcherse Archeologische Dienst (WAD).