Gelijkenissen tussen het Zeeuws en het Frans-Vlaams

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Wie door het noordoostelijke deel van Frankrijk rijdt op weg naar het zuiden, heeft misschien al eens plaatsnamen gezien die er nogal Nederlands uitzien, zoals het Frans-Vlaamse Coudekerque dat wel heel goed lijkt op het Zeeuwse Koudekerke.

Dialectgelijkenissen.

Geschiedenis

Dat er in dit deel van Frankrijk Vlaamse plaatsnamen opduiken, is niet zo verwonderlijk, want het gebied is heel lang een deel van het oude graafschap Vlaanderen geweest. Er werd dus ook een dialect gesproken, dat vergelijkbaar is met de Zeeuwse dialecten. Calais bijvoorbeeld bleef tweetalig tot in de 16de eeuw en Duinkerke zelfs tot in de 19de eeuw. De verfransing is er gekomen in de 19de en 20ste eeuw. Nu zijn er slechts enkele heel oude Frans-Vlamingen die hun Vlaamse dialect nog kunnen spreken.

Taalkundige gelijkenissen

Het Vlaamse dialect van dit noordwestelijke deel in Frankrijk vertoont heel wat taalkundige gelijkenissen met het Zeeuws. In de eerste plaats zijn er een aantal klankverschijnselen die vooral aan de kust voorkomen. In de taalkunde spreken we over kustwestgermaanse of Ingveoonse kenmerken. Het zijn klankevoluties die we in het Engels, het Hollands, het Zeeuws, het Fries en het Vlaams aan de kust zien. Enkele voorbeelden zijn rik voor het Nederlandse rug, of brigge voor brug. Denk maar aan het Zeeuwse Brigdamme. Ook de uitspraak van de aa zoals we die kennen van de Zeeuwse eilanden is er een voorbeeld van. Frans-Vlamingen zeggen maakn en schaap, Zeeuwen van de eilanden zelfs maeke en schaep, maar niet moakn en schoap zoals in Zeeuws-Vlaanderen en een groot deel van Vlaanderen.

Woordenschat

Ook in de woordenschat duiken kustwoorden op. Denken we bijvoorbeeld aan het woord strange voor het strand en elder voor de uier. Andere voorbeelden zijn koppespinne voor een spin, enklouwe in allerlei varianten voor enkel en voste of wo(r)ste voor wreef, dat in het Engels wrist is geworden.
Ook bostebeier ‘zwarte nachtschade’ en rozewied ‘klaproos’ hoorde je zowel in Frans-Vlaanderen als in Zeeland. Natuurlijk zijn deze woorden nu bijna zo goed als verdwenen. Zelfs het Woordenboek der Zeeuwse dialecten noemt rozewied al zeldzaam en ook bij voste en woste geeft Ghijsen aan dat het ouderwets is.

Strange als kustwoord.

Franse woorden

Wat het Zeeuws en het Vlaams ook gemeen hebben is de sterke inbreng van het Frans in de dialectwoordenschat, zoals oude Picardische ontleningen. Enkele voorbeelden zijn rosteel voor de ruif, kachel voor veulen, bosse voor de wielnaaf en truweel voor troffel. Ook Franse leenwoorden komen in beide dialecten voor: akkemederen, ambras, avans, boezeroen, kommeren, verdisteleweren en nog veel meer.

Kachel op de Zeeuwse eilanden en aan de kust van Frans-Vlaanderen en Vlaanderen.

Unieke ontleningen

Het Zeeuws heeft ook bepaalde woorden ontleend die niet in de Vlaamse dialecten te vinden zijn, zoals prel ‘eender, gelijk’ uit het Franse pareil. Een dergelijk uniek Zeeuws bastaardwoord is te verklaren door de situatie van tweetaligheid in Zeeland van de 16de tot de 18de eeuw, die vergelijkbaar was met Frans-Vlaanderen. De oorzaak ligt bij de aanwezigheid van heel wat Franssprekende protestanten die tijdens de godsdienstproblemen inweken en zich verenigden in de Waalse Kerken. Dat werd nog versterkt met de komst van de Hugenoten. Generaties lang hebben ze vastgehouden aan hun taal, maar toen ze ook Nederlands of Zeeuws gingen praten, hebben ze daarin een aantal Franse woorden overgenomen. Die woorden werden later ook gewoon in sommige Zeeuwse dialecten.

Voorbeelden van Franse woorden

Enkele van deze woorden zijn nu nog te vinden in het Woordenboek der Zeeuwse dialecten. Zo noteert Ghijsen onder andere abbelegoasie (< Fr. obligation) ‘drukte’, adret (< Fr. adroit) ‘handig’, dettermenten (< Fr. détriments) ‘gruizelementen’, dillefree en dillivree (< Fr. délivrer) ‘verstoppertje met aftikpaal’, opsternoat (< Fr. obstinat) ‘koppig’, enz.

Slot

Uit deze korte beschrijving van de gelijkenissen tussen het Frans-Vlaams en het Zeeuws blijkt dat dialecten vaak een spiegel zijn van de geschiedenis en van de cultuurcontacten die er in een ver en minder ver verleden zijn geweest.

Bronnen
Ryckeboer, H. (1997). Parallellen tussen dialect in Frans-Vlaanderen en Zeeland. D. Dewulf, C. Verlinde en J. van Aspert (ed.), Van dialect tot turbotaai: de toekomst van onze dialecten, Provinciebestuur Zeeland, Zierikzee.
Woordenboek der Zeeuwse dialecten