De engelenwacht van dominee Smytegelt

De piëtistische predikant Bernardus Smytegelt (1665-1739) uit Middelburg leeft tot op de dag van vandaag voort als de hoofdpersoon in een legende. Een engelenwacht behoedde hem voor een moordaanslag. Voor bevindelijk-gereformeerden bevestigt dit verhaal de eerbiedwaardige status van de vrome dominee. Het bruggetje waarop het verhaal zich zou hebben afgespeeld, kreeg in de volksmond zijn naam: Smytegeltbruggetje.

Het Smytegeltbruggetje gezien vanaf de Herengracht. (Zeeuws Archief)Het Smytegeltbruggetje gezien vanaf de Herengracht. (Zeeuws Archief)

Legende

Op een stormachtige herfstavond wordt er rond middernacht hard op de deur van het huis van dominee Smytegelt geklopt. De dominee ligt al in bed, maar spoedt zich naar het raam om te horen wat er aan de hand is. Een man vraagt hem naar een zieke te komen, wiens toestand plotseling snel achteruit is gegaan. Daarna loopt de onbekende man door.

Smytegelt kleedt zich aan en gaat in de donkere nacht op pad. Bij de Sint-Jorisbrug staan twee mannen, verder is het stil op straat. Bij het huis van de zieke aangekomen, duurt het lang voordat er iemand opendoet. De bewoners zijn verbaasd op dit uur de dominee te zien. Zij houden vol er niemand op uit te hebben gestuurd om zijn hulp te halen. Integendeel, met de zieke gaat het juist een stuk beter. Smytegelt staat voor een raadsel en keert terug naar huis.

Twee jaar later wordt de predikant opnieuw midden in de nacht gewekt. Een bode vraagt hem mee te komen naar het woonhuis van een raadsheer. De man ligt op sterven en heeft om Smytegelt gevraagd. Dat bevreemdt de dominee, want van de raadsheer heeft hij tot voor een aantal jaren niets dan vijandschap ondervonden. Aan het sterfbed gekomen hoort Smytegelt dat de man eerder de hand heeft gehad in een moordaanslag op hem. Hij was de raadsheer die Smytegelt twee jaar geleden in het holst van de nacht had gewekt. Hij heeft hem naar de brug gelokt met de bedoeling hem met hulp van een vriend over de reling in het water te gooien.

Maar toen Smytegelt in die stormnacht over de brug was komen aanlopen, had de raadsheer een wacht van engelen om de dominee gezien. Verschrikt had hij zijn plan laten varen. Zijn metgezel had niets gezien, maar volgde de raadsheer toen hij zag hoe aangedaan deze was. Beiden hebben toen voorgoed het kwade pad verlaten. Zonder het te weten, was Smytegelt ontkomen aan een moordaanslag en had hij de hand gehad in hun bekering.  De raadsheer zag in de engelenwacht het teken dat Smytegelt een dienaar van God moet zijn. Nu zijn einde nadert, wil hij tegenover de dominee een persoonlijke bekentenis afleggen.

Vrome verhalen

Het verhaal van de engelenwacht van Smytegelt is van generatie op generatie overgeleverd. Het maakt deel uit van een eeuwenoude gereformeerde verteltraditie. Voor orthodoxe protestanten getuigt het van de bijzondere bescherming waaronder God zijn uitverkorenen stelt. In kringen van bevindelijk gereformeerden wordt dit verhaal nog altijd verteld en weinigen twijfelen aan het waarheidskarakter ervan. Het verhaal zelf is vermoedelijk niet veel ouder dan de late 19de eeuw. Het kan worden geplaatst in een traditie van verhalen over beschermengelen waarin geliefde en charismatische leiders uit het verleden optreden. Over andere dominees en evangelisten in Nederland en Duitsland bestaan verhalen die een frappante gelijkenis vertonen met dat over Smytegelt.

Vlammende zwaarden

Het verhaal over Smytegelts engelenwacht werd in 1933 voor het eerst in druk uitgebracht. Dat gebeurde door het echtpaar Sinninghe in het Zeeuwsch sagenboek. De Sinninghes baseerden zich op de aantekeningen van de oudheidkundig verzamelaar G.D. van Oosten uit Yerseke en voegden daaraan hun eigen verbeelding toe. De engelenwacht kreeg vlammende zwaarden en ook het deftige huis van de raadsheer is een toevoeging van Sinninghe, die daarmee mogelijk een ander verhaal rond Smytegelt, namelijk zijn terugkerende botsingen met Zeeuwse regenten, in de sage opnam. Andere vertolkers van het verhaal voegden nog weer andere elementen toe. L. van den Dool plaatst op elke schouder van Smytegelt een engel met een vlammend zwaard en hij laat de dominee na de bekentenis van de raadsheer met hem bidden, waarna de man vredig ontslaapt. H.M. Stoppelenburg weet aan welke psalm de dominee moet denken: ‘Want hij zal zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen’ (Psalm 91).

Smytegeltbruggetje in de richting van de Penninghoeksingel, kort voor de afbraak in 1959. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto A.P. Maas)Smytegeltbruggetje in de richting van de Penninghoeksingel, kort voor de afbraak in 1959. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto A.P. Maas)

Smytegeltbruggetje

Het bruggetje over de Middelburgse singel, waarop zich de vermeende scène zou hebben afgespeeld, is in 1959 afgebroken, tien jaar nadat het officieel de naam had gekregen die het in de volksmond al langer had: Smytegeltbruggetje.

Literatuur
Fred van Lieburg, De engelenwacht, geschiedenis van een wonderverhaal, Kampen 2000.