De eerste radio op Hoek

De komst van de radio kwam in de negentiende eeuw met tal van experimenten steeds een stap dichterbij. In 1914 kon in België voor het eerst naar de radio worden geluisterd en in 1919 was het in Nederland zover. De eerste ontvangtoestellen kwamen er in de jaren twintig. In die tijd nam een inwoner van Hoek zich voor zelf ook zo’n apparaat in elkaar te zetten.

Radio gebouwd bij de Eerste Zeeuwsche fabriek van radiotoestellen H.J. van der Meer en Zonen in Vlissingen, 1928. (Foto collectie auteur)Radio gebouwd bij de Eerste Zeeuwsche fabriek van radiotoestellen H.J. van der Meer en Zonen in Vlissingen, 1928. (Foto collectie auteur)

Veel proeven zijn er genomen eer de draadloze signalen een bruikbare afstand konden overbruggen. Het begon met de morsetekens, een alfabet en de nodige cijfers bestaande uit punten en strepen. Tot de Eerste Wereldoorlog was het experimenteren met draadloze overdracht van signalen weggelegd voor enkele specialisten. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er onderdelen op de markt. Die waren weliswaar duur, maar de serieuze liefhebber kon nu zelf iets gaan bouwen.

Op Hoek was er een vrijgezel, Jan Arie Platteeuw, die wel idee had om er mee te gaan experimenteren. Hij kocht het boekje geschreven door de heer Corver, een uitgave van 1923 met de naam: Het draadloos amateurstation voor telegrafie en telefonie, waar ook lamptoestellen in beschreven werden. De moeilijkheid was: waar kan ik de onderdelen kopen? In heel Zeeuws-Vlaanderen was er geen winkel die de gewenste onderdelen verkocht. Er zat niets anders op dan de fiets te pakken en naar Gent te rijden. Daar kon je wel terecht. Maar er zat een moeilijkheid aan, Gent lag in België en als je niet oplette werd je aangehouden aan de grens en moest je invoerrechten betalen.

Hoek in de tijd dat Jan Arie Platteeuw zijn eigen radiotoestel ontwierp. (ZB, Beeldbank Zeeland, prentbriefkaart).Hoek in de tijd dat Jan Arie Platteeuw zijn eigen radiotoestel ontwierp. (ZB, Beeldbank Zeeland, prentbriefkaart).

Het eerste wat hij kocht was een koptelefoon. De kristaldetector was zelf te maken, maar een gekochte deed het beter. Hij begon met een zogenaamde kristalontvanger. Daarvoor had hij een koptelefoon, een spoel en een kristaldetector nodig. De spoel wikkelde hij zelf. Voor de afstemming maakte hij er een glijcontact op. Het had ook gekund met wat aftakkingen op de spoel. Een lange antenne was nodig en die werd in de tuin gespannen. Een metalen pijp in de grond was ook nodig als aardleiding. En ziedaar, in 1923 was radio-ontvangst mogelijk op het dorp.

Twee kristaldetectors. (Foto: collectie auteur)Twee kristaldetectors. (Foto: collectie auteur)

Inmiddels was het mogelijk om spraak en muziek te beluisteren. Steeds werden verbeteringen aangebracht. Zo werd een draaibare condensator gemaakt van zinken plaatjes met tussenringen, alles zelfgemaakt. Met die condensator verbeterde de afstemming. De volgende verbetering was een radio met een lamp en later meer lampen, zodat het geluid met een luidspreker kon worden beluisterd.

Radiolampen 1920-1960. (Foto: collectie auteur)Radiolampen 1920-1960. (Foto: collectie auteur)

Toen hij zo ver was kwam de dominee van het dorp af en toe eens langs, hij had oog voor de beursberichten. Hij zei erbij dat hij liever had dat er niet verder over gepraat werd.

Later bouwde Platteeuw nog verschillende toestellen waarvoor de onderdelen ook hier te krijgen waren. Er kwamen toen ook schema’s op de markt, welke werden gebaseerd op uitgeprobeerde gebouwde toestellen.

De eerste radio's waren grote apparaten. Walcherse vrouw voor een radio-ontvanginrichting van Van der Meer, omstreeks 1925. (ZB, Beeldbank Zeeland)De eerste radio’s waren grote apparaten. Walcherse vrouw voor een radio-ontvanginrichting van Van der Meer, omstreeks 1925. (ZB, Beeldbank Zeeland)