Afscheidnemen in het Zeeuws

In het dagelijkse leven groeten we niet alleen de mensen die we ontmoeten, we nemen er ook afscheid van. Net als in de standaardtaal bestaan er ook heel wat afscheidsgroeten – neutrale en grappige – in de Zeeuwse dialecten.

Afscheid bij het vertrek naar Amerika (uit een affiche voor de tentoonstelling West-Zeeuws-Vlamingen en Amerika in de Lutherse Kerk in Groede in 2009. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Afscheid bij het vertrek naar Amerika (uit een affiche voor de tentoonstelling West-Zeeuws-Vlamingen en Amerika in de Lutherse Kerk in Groede in 2009. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Dag, salut en heuj

Zeeuwen gebruiken vaak dag ee of dag ôôr. Oost-Zeeuws-Vlaanderen kent saluu of sluut. Een nonchalante afscheidsgroet is euj. Men kan als afscheid ook goeiedag gebruiken zoals in d’n goedendag ’ôôr! En soms kan ook wel goedemiddag en goedeavond of gewoon goeie als afscheidsgroet gebruikt worden. Zelfs bezjoer wordt hier en daar gebruikt als afscheidsgroet. Als men een kind wil laten zwaaien bij het afscheid, zegt men in Tholen doe ma(e) bezjoere, zwoaie, met de wat opvallende maar in Zeeland vaker voorkomende doe in deze zin. Het betekent zoveel als ‘zwaai maar’.

Langere afscheidsgroeten

In het Land van Axel gebruik je bij het afscheid nemen ’k gaon je ’t wens’n. Dat men elkaar alleen maar goede dingen wil toewensen bij het afscheid wordt weerspiegeld in vormen zoals ’t beste of nou ’t hoeie ôôr, onder andere op Tholen. In Zeeuws-Vlaanderen wenst men iemand de naarstigheid (alli, de nèstigheid) na een langer gesprek.

Brabantse groet

De Brabantse groet houdoe komt ook voor in het oosten van Zeeland (oudoe of ouw je). In Sint-Maartensdijk hoor je ouje en in Hulst oud oe.

Komische afscheidsgroeten

Bij het weggaan, worden ook eerder komisch aandoende afscheidsgroeten gebruikt: ziet da ge ’t druëg aat; alla, tot in de preùmentijd ‘pruimentijd’; aat ‘r de vliegen af! (in Oost-Zeeuws-Vlaanderen); hoeie reize en deurnat tuus (op Tholen); ik wens ou de bakte (Lamswaarde); de zegen van bokje (Walcheren, Zuid-Beveland en Schouwen), soms gewoon kort – en dan uiteraard zonder komische ondertoon – de zegen (zoals in ’s-Heer-Hendrikskinderen) en het vooral in Vlaanderen voorkomende salu en de kost.

In West-Zeeuws-Vlaanderen is ook de afscheidsgroet de krul te horen. Andere uitgebreidere varianten zijn: noe, de krul en de krentekoek (in Biervliet) en nou de krul tot in ou têênen. In Oost-Zeeuws-Vlaanderen hoor je ook wel aad oa streùs! ouwd ou kloek, waarbij struis en kloek hier als alternatief dienen voor goed.

Tot straks/tot ziens

Als men afscheid neemt voor een korte periode zegt men tot straks of tot ziens (tot strekjes). In Zeeland wordt tot vaak toe (toe kiek, toe ziens, toe naaste keer), een vorm die ook in West-Vlaanderen bekend is.

Er bestaan nog heel wat varianten in het Zeeuws om tot straks te zeggen: tot zometeen (zomedeem, somedeemen), tot subiet of sebiet, tot dan in de oude vorm toe toene, of tot daolik en toe daoken. Daken is afgeleid van dadiken, dat zelf een verkorting is van dadeliken.

Slot

Ook om afscheid te nemen bestaan er – net als bij groeten – allerlei mogelijkheden in het Zeeuws, zowel neutrale als komische. Afscheidnemen is net als groeten iets dat we elke dag doen, meer of minder bewust.

Bronnen
V. De Tier, ‘Ik wens je al wat wenselijk is. Groeten en wensen in Zeeland’ in: V. De Tier, J. Swanenberg & T. van den Wijngaard (2009), Moi, adieë en salut. Het dialectenboek 10.
www.zeeuwsewoordenbank.nl (Woordenboek der Zeeuwse Dialecten en Supplement)