Zeeuwse chocolade

Zeeland en de rest van Nederland maakten door de overzeese reizen van de handelscompagnieën in de 17de en 18de eeuw kennis met nieuwe producten. Een van die producten was cacao. Dit werd vanuit Zuid-Amerika in Europa geïntroduceerd. Het drinken van een kopje cacao was aanvankelijk alleen in elitekringen een geliefde bezigheid. Ook in Zeeland kwam een cacao- en chocoladenijverheid op. Zeeuwse chocolade werd wereldberoemd. Technische vernieuwingen deden de chocoladefabrieken in de loop van de 19de eeuw de das om.

Herkomst van de cacao

Cacaobonen zijn de pitten van de vruchten van de cacaoboom. Die groeit in Zuid-Amerika. Europa leerde de cacaobonen kennen door de reizen van Christoffel Columbus en Hernando Cortez. De ontdekkingsreizigers kwamen in contact met de Azteken. De Azteken gebruikten de cacao en hadden dat overgenomen van de Maya’s. Columbus en Cortez namen cacaobonen mee naar Europa. Het woord ‘cacao’ is vermoedelijk afgeleid van het Azteekse woord ‘cacahuatl’. Het woord ‘chocolade’ is waarschijnlijk afgeleid van het Maya woord ‘xocoatl’.

Duur

Aanvankelijk vonden de Spanjaarden de cacao erg wrang en bitter smaken. Daarom werd het later gezoet met suiker. Na verloop van tijd vond de cacao waardering in Europa. Vooral de elite dronk cacao, omdat het erg duur was. Vanwege de opwekkende eigenschappen werd cacao ook als medicijn voorgeschreven en was het bij de apotheek verkrijgbaar.

Cacaomolens

In de 17de eeuw verschenen in Europa de eerste cacaohuizen. Voor de nieuwe drank werden speciale chocoladeserviezen ontworpen en vervaardigd. Om de cacao te verwerken, werden chocolademolens gebouwd. De molens vermaalden de gebrande bonen tot een dikke massa. Toevoeging van zoetstoffen als suiker en vanille verzachtte de bittere smaak. Vooral in Zeeland stonden veel cacaomolens.

Ontwerp voor een wikkel voor Zeeuwsche Chocolaad door de Amsterdamse prentenmaker Hermanus Fock (1766-1822). (Collectie Rijksmuseum)Ontwerp voor een wikkel voor Zeeuwsche Chocolaad door de Amsterdamse prentenmaker Hermanus Fock (1766-1822). (Collectie Rijksmuseum)

Wereldberoemde Zeeuwsche Chocolaad

In Middelburg stonden in de 18de eeuw chocolademolens in de Kerspelstraat, Bellinkstraat, Spanjaardstraat, aan de Buitensingel, achter de Branderij en aan de Dam. Chocolade in vaste vorm werd pas gemaakt vanaf de tweede helft van de 19de eeuw. De dikke chocoladebrij werd in vormen gestold waardoor tabletten ontstonden. De Zeeuwse chocolade was toen inmiddels beroemd in binnen- en buitenland. Een speciale aanduiding gaf de kwaliteit van de chocoladetabletten aan: van A tot AAAAA. Hoe meer A’s, hoe hoger de kwaliteit.

Chocoladefabrieken

In het begin van de 19de eeuw waren er in Nederland 27 chocoladefabrieken. Daarvan stonden er 16 in Zeeland: 13 in Middelburg en in Vlissingen, Goes en Zierikzee elk een. In 1828 vond Van Houten de cacaopers uit, waarmee hij cacaopoeder kon maken. De productie ging hierdoor sneller en chocolade werd daardoor goedkoper. De Middelburgse chocoladenijverheid kon daar niet tegenop. In het midden van de 19de eeuw waren er in Middelburg nog maar vier chocoladefabrieken.

De fabriek van de firma Fak Brouwer en Zn. in de Korte Noordstraat bleef als laatste over. Hier werkten uiteindelijk nog zes arbeiders. Een paard dreef de chocolademolen aan. In 1893 sloot de fabriek de deuren. De drie overgebleven arbeiders moesten toen ander werk gaan zoeken. Zo eindigde de Zeeuwse chocoladeproductie.