Wie spreekt nog Zeeuws?

Een onderzoek naar het gebruik van dialect in Zeeuwse gezinnen
verhaal ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland, gepubliceerd op

Een van de vaak genoemde criteria om als ‘echte Zeeuw’ te worden genoemd is de vraag in hoeverre mensen het Zeeuwse dialect nog spreken. Een onderzoek van het ZB| Planbureau (voorheen: Scoop) uit 2017 verschaft hierover duidelijkheid.

Cartoon David Vignoni, 2017. (Wikimedia Commons)

Elk jaar verricht het ZB| Planbureau onderzoek naar de leefwereld van jongeren in Zeeland. Uit het onderzoek van 2017 onder ouders van jonge kinderen blijkt dat op dat moment bij 28% van de ouders Zeeuws wordt gesproken. Dit is minder dan in 2013, toen 31% van de ouders aangaf thuis Zeeuws te praten. In 2005 was dat nog 44%. Het Zeeuwse dialect is dus duidelijk aan het afnemen.

Als nader op de cijfers wordt ingezoomd blijkt dat in 2017 ouders van jonge kinderen in de gemeente Reimerswaal relatief het vaakst aangaven thuis Zeeuws te praten. Dit geldt voor ongeveer zes op de tien inwoners (61%) in deze gemeente. Ook in Tholen gaf een meerderheid van de ouders (55%) aan thuis (ook) dialect te spreken. Zeeuws wordt het minst gesproken in de ‘grote’ stedelijke Zeeuwse gemeenten Middelburg (13%), Goes (11%) en vooral Vlissingen (3%).

Als de ondervraagden van het onderzoek worden onderscheiden naar enige achtergrondkenmerken blijken er ook significante verschillen. Van de ondervraagden met een laag opleidingsniveau (t/m MAVO en VBO) gaf 32% aan thuis het Zeeuws te spreken. Van degenen met een middelbaar opleidingsniveau (MBO, HAVO, VWO) was dat 36%. Van de mensen die een hoge opleiding hadden afgemaakt sprak 19% thuis Zeeuws.

Ook geloofs- of levensovertuiging speelde een rol. Ondervraagden met een reformatorische achtergrond spraken relatief het vaakst Zeeuws (61%). Dit is significant meer dan de protestant-christelijken (35%) of de katholieken (27%). Het minst vaak wordt de Zeeuwse streektaal gesproken bij degenen die aangaven een andere of geen godsdienst aan te hangen (15%), humanistisch te zijn (4%) of islamitisch (0%). Dat laatste is uiteraard geen verrassing.

Tot slot is gekeken naar de arbeidsparticipatie van de moeder. Ook dit leidde tot significante verschillen. Bij ondervraagden waar de vrouw niet of minder dan 12 uur per week buitenshuis werkte, gaf 38% aan thuis Zeeuws te spreken. In de huishoudens waar de moeder 12 tot 36 uur per week werkte, sprak 25% Zeeuws. Van de huishoudens van respondenten waar de vrouw 36 uur of meer buitenshuis werkt, is dat 19%.

Bron: ZB| Planbureau, Onderzoeksverslag Ouders Jonge Kinderen, Middelburg, 2017.