Van bietencampagne naar zomervakantie

Stampersgat en Westenschouwen in contact

Midden 50-er jaren. Kort na de watersnood. Suikerfabriek de Dinteloord. Bietencampagne. Dit betekent extra werk aan de winkel. Dus veel seizoensarbeiders. Ook uit Zeeland. Uit Westenschouwen. Twee van hen logeerden jaarlijks bij mijn ouders. Zij waren de kostgangers. En wij, de kinderen, zaten in die tijd op kostschool.

Zomer in Zeeland

1955. Mijn vader, moeder en hun 6 kinderen gingen voor het eerst op vakantie. Naar een huisje in de boomgaard van onze kostgangers in Westenschouwen.
Dit betekende op de fiets, met de boot oversteken bij het veer van Zijpe, en dan het langgerekte eiland Schouwen-Duiveland oversteken.
Het oudste kind was 17 jaar, de jongste 7.

Wat deden we er? We wandelden naar Burgh-Haamstede, beklommen de vuurtoren, verwonderden ons over de Stompetoren, waar het dorp verdwenen was.
Pootje baden in zee, zonnebaden op het strand.

Bij de duinovergang stond een kleine strandtent, eigendom van onze kostganger. Ze hadden ook een kleine kruidenierszaak in het dorpje.

Kortom: het was het begin van een nieuwe ontwikkeling. Strandvakanties namen in omvang toe.
De kleine kruidenier opende een supermarkt, de strandtent werd een heus paviljoen dat ook in de winter geopend bleef.

Twintig jaar verder

Wijzelf gingen later met de auto een dagje op en neer; later kampeerden wij, de kinderen, nog onder toeziend oog van moeder voor het eerst zelfstandig met onze eigen vrienden.
Wij verhuisden naar een andere plaats. Zodoende kwam er een eind aan het contact met de kostgangers uit Zeeland.

Maar toen ik twintig jaar na onze eerste vakantie het strand van Westenschouwen liet zien aan mijn toekomstige levenspartner en een kopje koffie dronk bij de duinovergang wist de ober zich haarscherp te herinneren dat wij in de jaren ’50 in hun boomgaard gelogeerd hadden….