Schorren

Zeeland is water en land en… iets daar tussenin. Aan de randen van het land vind je schorren en slikken. Alsof Zeeland nooit precies weet waar het ophoudt. De slikken lopen dagelijks onder. De schorren liggen iets hoger, maar er lopen (soms behoorlijk diepe) stroomgeulen doorheen en ook deze gebieden kunnen, zeker bij een hoge vloed, worden overspoeld.

Schorrengebied

Toen de eerste moderne mensen na de Neanderthalers naar Zeeland kwamen, was het grotendeels nog een schorrengebied. De nieuwe bewoners waren in eerste instantie jagers en verzamelaars, maar ze maakten ook de overstap naar de landbouw. Er zijn op Saeftinghe veel sporen van hen gevonden.

Luchtfoto van het Verdronken Land van Saeftinghe (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Joop van Houdt).

Luchtfoto van het Verdronken Land van Saeftinghe (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Joop van Houdt).

Archeologische vondsten op Saeftinghe

Bij het Verdronken Land van Saeftinghe (met 3.500 hectare het grootste brakwaterschorrengebied van Europa) krijg je een goede indruk van hoe Zeeland er destijds uit moet hebben gezien. Rond 1200 was het gebied bijna helemaal ingepolderd, maar tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd het voor militaire doeleinden onder water gezet. En nu is het een beschermd natuurgebied met meerdere archeologische vindplaatsen. Zo zijn er aardewerkscherven uit het vierde millennium voor Christus gevonden. Dat is het oudste bewijs van landbouw in Zeeland. En nog steeds worden hier (vooral waar de schurende werking van het water nieuwe lagen blootlegt) vuurstenen voorwerpen en houtskool gevonden.

Bezoek aan Saeftinghe

Niet heel Saeftinghe is toegankelijk voor het publiek, maar er lopen wel meerdere routes door het schorrengebied die je over plankieren en bruggetjes langs imposant grote geulen en unieke flora en fauna voeren. Je kunt hier zelfstandig wandelen – behalve tijdens springvloed. Wil je het iets avontuurlijker aanpakken, dan kun je ook met een excursie van Het Zeeuwse Landschap mee. Dan ploeter je door diepe geulen en word je alles verteld over de dieren en planten die je onderweg tegenkomt. Modder op de kleren gegarandeerd! Breng ook zeker een bezoek aan het Bezoekerscentrum Saeftinghe dat pal aan de dijk in Nieuw Namen ligt. Daar kom je alles te weten over de natuur, het landschap en de rijke geschiedenis van het Land van Saeftinghe.

Hollestelle op de Rumoirtschorren (foto Het Zeeuwse Landschap).

Hollestelle op de Rumoirtschorren (foto Het Zeeuwse Landschap).

Stellen en hollestellen

Schorren (zoals Saeftinghe, maar bijvoorbeeld ook de Rumoirtschorren bij Sint Philipsland) werden vooral gebruikt om schapen op te hoeden. Doorgaans liepen de schorren niet in zijn geheel onder bij vloed, maar het was in dit gebied wel van levensbelang om een aantal hoger gelegen gebieden te hebben waar men zich op terug kon trekken. Daarom werden er stellen aangelegd; heuvels waar de herder met zijn schapen het tij uit kon zitten. De herders (en hun schapen) hadden ook behoefte aan drinkwater. Maar je kon daar op de schorren niet zomaar een put voor graven – dat zou hooguit zout water opleveren. Dus legden de herders hun eigen drinkplaatsen aan. Ze groeven een put uit op een stelle. Daarmee werd regenwater opgevangen en zo ontstond een drinkwaterreservoir. Omdat zo’n stelle dankzij de put in feite ‘hol’ was, werden deze stellen ‘hollestelle’ genoemd. Nog altijd dragen een paar honderd Zeeuwen deze achternaam. Op de Rumoirtschorren bevindt zich de allerlaatste buitendijkse hollestelle van Zeeland. Wat het nóg bijzonderder maakt, is dat deze hollestelle, die er al honderden jaren ligt, nog steeds zoet water heeft. Ook de Rumoirtschorren kun je bezoeken met een excursie van Het Zeeuwse Landschap.