Porselein van stand

door Leida Goldschmitz-Wielinga

Met z’n drietjes staan ze in een aparte kleine vitrine in het Zeeuws Maritiem MuZEEum, drie zeldzame voorwerpen afkomstig uit de opgravingen op het Vlissingse Scheldeterrein in 2007-2008. Eén van de drie is zelfs zo uniek dat Japanse archeologen er met grote belangstelling naar gekeken hebben. Het gaat om een dikwandig in een mal gevormd porseleinen bordje met een gegolfde rand. Het is prachtig polychroom beschilderd met onder meer bloesemende Japanse kers en een vogel. Aan de achterzijde een vierkant merkje en gestileerde takken met bloesems in blauw. Het bordje is kutaniporselein, genoemd naar de gelijknamige productieplaats in Japan. Het is echter niet zeker dat het daar is gemaakt. Ook in Japan is het zeldzaam en de discussie over dit type porselein is nog volop gaande.

Het bordje van Kutaniporselein, gevonden in Vlissingen. (Beeldbank SCEZ)Het bordje van Kutaniporselein, gevonden in Vlissingen. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Beerbak van Cornelis Lampsins

Het bordje werd gevonden in een beerbak die behoorde bij een huis, gelegen aan de westzijde van het huidige Dokje van Perry. De beerbak is te dateren tussen 1609 en 1675. Gedurende een deel van deze periode was de steenrijke Vlissingse reder Cornelis Lampsins eigenaar van het pand. De beerbak vormt zowel kwalitatief als kwantitatief de rijkste vondstcontext van het hele onderzoek. Bijna de helft van alle opgravingsmateriaal komt uit deze ene beerbak!

Koopman Willem Verstegen

Hoe is dit bijzondere bordje hier nu terechtgekomen? Daarvoor moeten we terug naar halverwege de 17de eeuw. De Nederlanders onderhielden, nadat de Portugezen Japan waren uitgezet, als enigen in Europa handelscontacten met Japan. Deze contacten waren aan strenge regels gebonden. Vanaf 1641 fungeerde het kunstmatige eilandje Deshima in de haven van Nagasaki als Nederlandse factorij. Elk jaar werd daar een andere leidinggevende gekozen. In 1646-1647 was dat Willem Verstegen, een uit Vlissingen afkomstige koopman. Later zetelde hij in Fort Zeelandia op Formosa, nu Taiwan, als commissaris. Zijn klerk daar was een zekere Zacharias Wagner, die zich bijzonder interesseerde voor het hoogwaardige porselein dat in de omgeving van Arita, niet ver van Nagasaki, werd vervaardigd. Tien jaar na Willem Verstegen werd hij zelfs tweemaal ‘opperhoofd’ op Deshima. In 1658 liet hij een grote order Japans porselein naar Nederland verschepen.

Voorbehouden aan de elite

De productiedatum van het bordje (1640-1660) ligt in de periode van de bewindsjaren van Verstegen. Kutaniporselein was voorbehouden aan de aan het shogunaat gerelateerde elite en had daar een soort rituele betekenis. Het was zeker geen exportproduct. Kutani ligt echter ver buiten de regio waarmee de Nederlanders contacten onderhielden. Maakte het bordje misschien deel uit van de geschenkenuitwisseling tijdens het jaarlijkse bezoek van de Nederlanders aan de shogun in Edo? Dan is het verleidelijk om te denken aan Willem Verstegen en andere Zeeuwse kooplieden die in die jaren in Deshima verbleven. Het moet dan een uniek relatiegeschenk zijn geweest. Als het bordje echter deel uitmaakte van de scheepsladingen porselein die rond de jaren 1660 naar Nederland werden gezonden, dan is Arita als herkomst meer voor de hand liggend.

De achterzijde van het bordje. (Beeldbank SCEZ)De achterzijde van het bordje. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Vroegste vondst Japans porselein

Dit unieke bordje, de vroegste archeologische vondst van Japans porselein in Nederland, ging uiteindelijk de weg van alle gebroken vaatwerk. Ruim 350 jaar later kunnen we het, fraai gerestaureerd, bewonderen in het stadspaleisje van Cornelis Lampsins, nu het Zeeuws Maritiem muZEEum in Vlissingen.